Ik schreef dit stuk over Macchiaveli in de zomer van 2003 in een filosofische reeks in De Standaard.De ideeën van Niccoló Macchiavelli zijn vijf eeuwen lang danig uit verband gerukt. Volgens Caroline Gennez is zijn werk 'De Heerser' de gedroomde handleiding voor een machthebber, maar de morele invulling ontbreekt. ,,Politiek kan niet amoreel zijn. Politiek is een ethiek van de daad. Het beste voorbeeld daarvan is Nelson Mandela.''

[image] Niccoló Macchiavelli is een controversieel figuur in de geschiedenis van de filosofie. Dat heeft hij voornamelijk te danken aan zijn werk Il Principe - De Heerser.Maar Macchiavelli was niet alleen een vijftiende-eeuwse denker. Al van bij zijn eerste geschriften is duidelijk dat hij een 'homo politicus' is, een man die -- waarover hij ook schrijft -- allereerst oog heeft voor de politieke kant van de zaak. Macchiavelli was een vurig Italiaans patriot, voor wie de politieke eenheid en stabiliteit van het toen zeer woelige Italië voor alles ging. Hij was een cabinettardavant la lettre, iemand die het politiek systeem van binnenuit kent en de stabiliserende mechanismen ervan probeert te bestendigen.

De context waarin Macchiavelli Il Principeschreef, is van essentieel belang voor een goed begrip van de controverse. 1404 vormt de start van zijn publieke leven, hij is dan 25 en krijgt een diplomatieke functie aangeboden die hem naar alle uithoeken van huidige Europese Unie brengt. Hij ontmoet veel hoge gezagsdragers, onder wie De meest markante waren Cesare Borgia, alias Valentino, een Spaanse aristocraat die een verschrikkelijk bewind geïnstalleerd had in het Noord-Italiaanse Romagna, en paus Julius II. Van beide figuren zei Macchiavelli: ,,De paus deed nooit wat hij zei en Valentino zei nooit wat hij deed.'' Borgia was de man die Macchiavelli in Il Principevoor ogen had als de ideale heerser.

Na de terugkeer van de Medici's wordt hij beschuldigd van verraad, gevangen gezet, gefolterd en verbannen. Teruggetrokken op zijn landgoed is hij definitief veroordeeld tot het schrijversbestaan. In het begin van die periode schrijft hij De heerser.Met weemoed denkt hij op zijn landgoed terug aan zijn periode als politiek adviseur. Macchiavelli leefde gewoon voor de politiek, hij was ervan bezeten. Vergelijk het met een kabinetschef die dag in dag uit verwikkeld is in allerlei onderhandelingen op het scherp van de snee, en wiens partij op een blauwe maandag uit de regering vliegt.

EEN CONFRONTATIE MET Macchiavelli's Il Principelaat je niet onberoerd. Met een ogenschijnlijke afstandelijkheid en koelbloedigheid schetst Macchiavelli een uiterst grimmig beeld van de wereld van de macht. Hij adviseert machthebbers om hypocriet te zijn en hij lijkt de vloer aan te vegen met elke vorm van oprechtheid en integriteit. Hij raadt de heerser aan om het volk ofwel ,,te strelen'' of ,,te kelen''. Tegelijk brengt Il Principede mechaniek van de macht met een ongeëvenaarde helderheid in kaart. Is dit wel een letterlijke weergave van zijn bedoelingen? Of is het een allegorische voorstelling, of misschien zelfs een satire?

Als het een satire is, dan is De Heerserzelfs een morele aanklacht én een oproep om in opstand te komen tegen de boosaardigheid van de vorsten die Italië in een diepe chaos hadden gestort. Eerder dan een handleiding voor tirannen, zou Macchiavelli de republikeinse strijders een sleutel bieden. Hij legt de methodes bloot die vorsten hanteren in hun onverzadigbare honger naar meer macht. Die combinatie van kracht en list kan even goed tégen de tiran worden gebruikt.

Macchiavelli mag dan wel bekendstaan als een van de grondleggers van het republikeins gedachtegoed, het is weinig waarschijnlijk dat dit zijn bedoeling was. Meer zelfs, de pragmaticus die hij was had vastgesteld dat elke machthebber -- republikein of monarch, gelegitimeerd door het volk of niet -- in zijn relatie tot concurrenten en onderdanen of tot de onderdanen van het rijk dat hij wilde veroveren, telkens opnieuw met dezelfde problemen en uitdagingen werd geconfronteerd. Macchiavelli veronderstelde dat een doorgedreven analyse van die uitdagingen een methodiek kon blootleggen die voor een machthebber veel waardevoller is dan een door morele overwegingen geïnspireerde analyse. Waardevoller dus dan een analyse die vertrekt van hoe de wereld er idealiter moet uitzien.

Macchiavelli beweert een dieper inzicht in de structuur van de politieke realiteit te hebben, waarmee hij zich onderscheidt van alle voorgaande filosofen, voornamelijk van hen die de verschillende types van staatsbestellen volgens een morele hiërarchie hebben ingedeeld. Volgens Macchiavelli is de fundamentele fout van zijn voorgangers hun illusie hadden dat er zoiets als een beeld van een ideale samenleving bestaat (zoals de ideeëngrot van Plato). Het belangrijkste voor een heerser is stabiliteit, van welke orde ook. Volgens Macchiavelli meenden zijn voorgangers dat de kennis die heersers moeten bezitten, mag beperkt blijven tot het beeld dat ze, vanop hun troon gezeten (de Wetstraat) van de maatschappij hebben.

Macchiavelli gebruikt het beeld van de berg, van waaruit men zich een mening vormt over het landschap in het dal. Die voorstelling van de wereld is volgens Macchiavelli zo goed als waardeloos, en bovendien gevaarlijk. Want als blijkt dat die abstracte schema's niet met de werkelijkheid overeenstemmen, krijgt de werkelijkheid de schuld. Volgens Macchiavelli heeft het volk nooit gelijk en tegelijk ook nooit ongelijk. Daarom moet de verstandige heerser proberen kennis te krijgen van de manier waarop het volk naar de heerser(s) kijkt. Dat kikvorsperspectief zal ongetwijfeld een vertekend beeld geven, maar dat doet volgens Macchiavelli niet terzake. Integendeel, wat van belang is, is welke perceptie het volk (de Dorpsstraat) van de politiek en haar leiders heeft. Dat is veel belangrijker dan de zogenaamde werkelijkheid (van het beleid) die achter die perceptie schuilt.

Het komt er voor de heerser dus op aan te weten wat de perceptie is. Om de macht te veroveren en te behouden is daarom voor Macchiavelli de schijn goede eigenschappen te bezitten belangrijker dan ze werkelijk te bezitten. ,,Hoe minder lust tot overheersing je toont, des te eerder werpen de mensen zich in je armen; en hoe minzamer en menselijker je bent, des te minder achten ze hun vrijheid door je bedreigd.'' Niet het bezit van moreel hoogstaande eigenschappen, maar de schijn opwekken die eigenschappen te bezitten, is dus belangrijk. Dat zou tot de conclusie kunnen leiden dat Macchiavelli de ene morele code door de andere vervangt. Gierigheid in plaats van generositeit, hypocrisie in plaats van oprechtheid, verraad in plaats van trouw,... Maar de conclusie van Macchiavelli is veel radicaler: er bestaat geen orde, want welke eigenschap je moet (lijken) te hebben is afhankelijk van de situatie. De rest is irrelevant. Macchiavelli is dus eigenlijk de perfecte promotor van lessen in kromdenken...

Schijn en werkelijkheid worden dus relatieve categorieën, ook in moreel opzicht. Macchiavelli is de eerste denker die voor de heerser het belang onderstreept om in de volksgunst te komen. Maar de massa stijgt nooit uit boven de rol van toeschouwer, wiens gezichtsveld beperkt is, en beperkt moet blijven. De toeschouwer die vanuit de Dorpsstraat de Wetstraat gadeslaat, wordt verzocht zijn klep te houden. Macchiavelli's oordeel over het volk en de doorsneemens is pessimistisch en fatalistisch. De 'heerser' is geen product van een redelijke beslissing van het volk. De massa wordt gedomineerd door angst om te verliezen wat ze heeft en ongeluk om wat men niet heeft.

,Mensen worden ontevreden als het goed gaat, en ongelukkig als het slecht gaat.'' De angst te verliezen wat iemand bezit is zelfs sterker dan zijn band met de medemens. ,,Maar ... boven alle andere zaken moet hij (de Heerser)zijn handen afhouden van hun bezittingen, want mensen vergeten sneller de dood van hun vader dan het verlies van hun eigendom.''

Zijn de morele kwaliteiten van een heerser van geen tel, met die van de doorsneemens is het niet veel beter gesteld. Hij verschilt maar in één opzicht van de heerser: hij is onbekwaam te heersen, want hij wordt niet gedreven door dat absolute gevoel zijn medemens te willen domineren en te veroveren. Daarom kan volgens Macchiavelli politiek enkel over de mensen gaan, maar nooit van de mensen zijn.

De heerser opereert dus in een totaal moreel isolement. Zijn overleven hangt af van de mate waarin hij de passies van zijn tegenstrevers en zijn onderdanen weet te manipuleren. Dat politiek niet alleen over mensen gaat maar ook over lijken is dan ook een normale zaak voor Macchiavelli.

MAAR WAT maakt Macchiavelli, de man wiens naam al tijdens zijn leven de basis werd voor een adjectief, zo intrigerend?

Als we het woord 'Macchiavellistisch' gebruiken om iemand te typeren, dan gaat dat (doorgaans) gepaard met een gevoel van morele afkeuring. Een Macchiavellist is iemand die niets of niemand ontziet, alles en iedereen manipuleert en zich zo als een absolute en onbetwiste machthebber weet te ontpoppen.

Zijn tegenstanders klagen Macchiavelli's immorele visie aan. Zijn instructies aan machthebbers zijn een aanfluiting van elk rechtgeaard moreel normbesef. Bertrand Russell aarzelde niet om De Heerser,,a handbook for gangsters'' te noemen. Voor tegenstrevers is De Heerserdan ook een intellectuele verantwoording van de wereld van de raison d'état,waar morele verontwaardiging gebannen wordt en de continuïteit van de staat en zijn heersers boven elk normbesef verheven is.

Tegelijk heeft Macchiavelli ook zijn resolute voorstanders. Hoe groot is niet, in krantenartikelen of aan de toog, de bewondering voor sluwe of gewiekste politici -- politici die dus als Macchiavellistisch moeten worden omschreven? De politicus-filosoof heeft intussen ook zijn weg gevonden in de 'help jezelf-psychologie', of in de 'hoe word ik een succesvol manager'-boeken. Uit het aantal publicaties waarin met het Macchiavellisme wordt gekoketteerd, blijkt dat Macchiavellisme blijkbaar zelfs in intermenselijke verhoudingen geapprecieerd wordt. Op het Internet kun je nu al testen wat je 'Macchiavelli-gehalte' is. Krijgen we na de Emotionele Intelligentiefactor nu ook de MACCH-factor? Zullen we binnenkort moeten aanvaarden dat hoge emotionele intelligentie synoniem staat met de mate van behendigheid waarmee we andermans passies en gevoelens weten te manipuleren in ons eigen voordeel?

Het onderscheid tussen de anti- en pro-Macchiavellisten heeft in de sociologie van de macht uitdrukking gekregen in Max Webers klassieke onderscheid tussen verantwoordelijkheids- en gezindheids-ethiek. Weber beschouwde zichzelf als een criticus van de pure machtspolitiek. Voor Weber is de verantwoordelijkheidsethiek de instelling om de mechanismen van de macht te aanvaarden en te gebruiken om de idealen te realiseren. Verantwoordelijkheidsethicus onderwerpen zich aan de specifieke vereisten van de politiek als logica van de daad. Gezindheidsethici kiezen in de confrontatie tussen geloof of overtuigingen en de realiteit van de macht alleen voor hun overtuiging, wat de gevolgen van die keuze ook zijn.

De Duitse politicus Oskar Lafontaine heeft het onderscheid tussen verantwoordelijkheids- en gezindheidsethiek gebruikt om te duiden wat het onderscheid is tussen een socialistische en een groene partij. Socialisten zijn, aldus Lafontaine, verantwoordelijkheidsethici. Ze gebruiken de dynamiek van de macht als breekijzer voor verandering. Groenen zijn gezindheidsethici.

De thesis van Lafontaine vindt illustraties in de recente paars-groene regeerperiode. De confrontatie met de realiteit van machtsuitoefening heeft Agalev en -- nog meer -- Ecolo als partijen zwaar onder druk gezet. Soms ontbrak daadkracht om beslissingen te nemen en de toets met de gevolgen van die rationele (?) beslissing te doorstaan. Telkens opnieuw volgden pijnlijke confrontaties met teleurgestelde partijkaders of militanten. Die confrontatie heeft tot het ontslag van Magda Aelvoet geleid en zette groene parlementsleden als Vincent Decroly en Peter Vanhoutte ertoe aan hun fracties te verlaten. De overtuiging was telkens sterker dan de vaststelling dat die overtuiging de slagkracht en de mogelijkheid om in te werken op de realiteit verminderde. In naam van het onmogelijke ideaal verzuimde men wel eens het mogelijke te doen.

Toch schenkt de thesis van Lafontaine geen voldoening. Het onderscheid tussen pro- en anti-Macchiavellisten wordt namelijk gekenmerkt door een dubbel risico. Lafontaine rechtvaardigt via de verantwoordelijkheidsethiek de zogenaamde realisten die in naam van dat realisme met misprijzen elke kritiek op de moraliteit van hun handelen van de hand wijzen. En via de gezindheidsethiek rechtvaardigt hij de zogenaamde idealisten die in naam van een theoretische of ideologische zuiverheid in wezen politiek van de hand wijzen en zo eigenlijk bijdragen tot het tegenovergestelde van wat zij nastreven, namelijk het absolute status quo.

IK WEIGER TE GELOVEN dat leiders enkel veroordeeld zijn tot een eeuwigdurende strijd om de macht. Politici die geen morele autoriteit hebben of gevangen blijven in het moreel isolement dat hen onderwerpt aan de wereld van de schijn zijn kwetsbaar. Ze voeden de anti-politiek en geven de mensen argumenten om hen te bestempelen als sjoemelaars, zakkenvullers en door eigenbelang verblinde opportunisten.

De wil van het volk kan wel degelijk meer zijn dan de optelsom van eigenbelangen. Ze kan ook de uitdrukking van morele waarden en verzuchtingen zijn. Denk maar aan de grote mobilisatiekracht van de andersglobalistische beweging of de massale betogingen tegen de Amerikaanse oorlog in Irak.

In dat geval leggen grote groepen mensen zich niet zomaar neer bij het status-quo en kunnen de leiders zich spiegelen aan die morele verzuchtingen. Politiek gaat dan niet alleen over de mensen, maar is ook iets van de mensen. Een 'leider' gedreven door morele verontwaardiging holt niet steeds achter de feiten aan. Hij prikkelt mensen, zet thema's op de agenda en is een voorbeeld in de belichaming van morele waarden.

Macchiavelli heeft het politieke ten onrechte losgescheurd van elke vorm van ethiek. Hoe kan de politiek goed zijn voor de mensen als in de politieke sfeer opvattingen over goed en kwaad van geen tel zijn? En tot welk goeds kan een politieke moraliteit leiden, als die aan andere regels beantwoordt dan de private moraliteit van de verhouding tussen twee mensen? Politiek kan niet amoreel zijn. Tegelijk kan politiek evenmin een ethiek van het stilzitten zijn (in naam van het onmogelijke het mogelijke niet doen). Politiek is een ethiek van de daad.

Over politiek als ethiek van de daad valt weinig te vernemen in de geschriften van Macchiavelli of van andere theoretici van de macht. Wel kunnen -- zeldzame -- voorbeelden worden afgeleid uit de praktijk. Het prototype van een politicus die politiek als ethiek van de daad in praktijk heeft gebracht, is Nelson Mandela. Mandela werd geboren in 1918 en groeide op in het Zuid-Afrika van de Apartheid. Een politiek systeem dat de zwarte meerderheid van de bevolking elk politiek recht, sociaal recht en burgerrecht ontzegt. Een systeem gebaseerd op discriminatie, segregatie en de meest verwerpelijke vormen van onrecht. Als advocaat begon Mandela's strijd tegen de Apartheid zoals die van vele zwarten. Als lid van de bevrijdingsbeweging ANC stond hij in 1952 aan de basis van de eerste 'ongehoorzaamheidscampagne', een waardig en passief verzet tegen de Apartheid. Meer dan tien jaar later wordt hij omwille van zijn politieke activiteiten en ondergronds verzet voor de rechter gebracht. In zijn eigen eigen verdedigingsrede zei hij: ,,Ik koester het ideaal van een democratische en vrije (Zuid-Afrikaanse) gemeenschap waarin alle mensen in harmonie en met gelijke kansen samenleven. Het is een ideaal waarvoor ik leef en dat ik hoop ooit gerealiseerd te zien. Maar als het nodig is, is het een ideaal waarvoor ik bereid ben te sterven. Amandla(macht)!''

In 1990, na jaren van geweldloos verzet, komt Mandela vrij na een opsluiting van 27 jaar. In zijn bevrijdingsspeech herhaalt hij zijn gevleugelde woorden uit 1964. In 1994 wordt Mandela écht een 'machtig leider', de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Natuurlijk verstond Mandela het spel van de macht. Een spel waarin 'vuile handen' onvermijdelijk zijn. Maar hij is niet aan dit spel ten onder gegaan. Hij streed voor zijn ideaal en hij gebruikte zijn moraliteit als breekijzer voor verandering. In 27 jaar gevangenschap bood hij weerstand aan alle chantage. Zijn volharding en principes bezorgden hem een morele kracht die nooit meer ter discussie kan worden gesteld.

Mandela kwam niet alleen als politiek heerser, maar ook als morele overwinnaar uit de strijd. Zijn leiderschap en succes is een uitdrukking van volgehouden en tot het uiterste doorgedreven politieke daadkracht. Politiek als ethiek van de daad is dan ook de antithese van het morele vacuüm waarin Macchiavelli de politiek vijf eeuwen geleden stortte.