Het verbaast ons niet dat de radicaliseringsambtenaren aan de alarmbel trekken. "Deradicalisering: nog geen resultaten", kopte ook De Morgen in het breed. Ondanks de vele voornemens van deze regeringen - intussen al een half jaar (!) terug - gaat het allemaal veel te traag.

Deradicalisering is eerst en vooral een verhaal van hard werken in de luwte. Onze lokale ploeg van ambtenaren, politiemensen en vrijwilligers levert in Vilvoorde uitmuntend werk. Dag in, dag uit. Maar het water staat hen aan de lippen. De tijd van politiek talmen en plannen maken is al lang voorbij. Het is hoog tijd dat de federale en Vlaamse regering écht werk maken van de ondersteuning van de lokale strijd tegen radicalisering. Niet in woorden maar in daden. Het uitblijven van concrete initiatieven begint stilaan op schuldig verzuim te lijken.

De realiteit in Vilvoorde leerde ons dat jonge radicaliserende moslims vooral op zoek zijn naar een eigen identiteit, naar houvast, naar kansen om iemand te worden. Een welbespraakte figuur die zich als leider/martelaar opwerpt en kwetsbare jongeren de kans biedt om voor 'de goede zaak' een belangrijke rol op te nemen met veel waardering van zijn of haar 'lotgenoten', heeft op hen zowat hetzelfde effect als de rattenvanger op de kinderen uit Hamelen in het sprookje van de gebroeders Grimm.

Massamedia die op zoek zijn naar een straf verhaal laten zichzelf soms als een megafoon gebruiken voor de riedeltjes van die rattenvangers en geven hen zo de kans om uit te groeien tot een icoon. We kennen dat verschijnsel, het zorgde enkele jaren geleden al voor de blitzcarrière van Fouad Belkacem.

Het voorbije jaar is Vilvoorde uitgegroeid tot een laboratorium van deradicaliseringsbeleid. En met succes. Tot in het Witte Huis krijgen we waardering voor onze aanpak. Vorige week nog was Richard LeBaron, voormalig ambassadeur van de VS in het Midden-Oosten, in onze stad om van gedachten te wisselen over het belang van de counternarrative, een tegenverhaal waarmee we zij die sympathiseren met IS kunnen ontraden om naar oorlogsgebied te trekken.

Eén van de sporen die daarbij aan bod komen, is het inzetten van teruggekeerde strijders: mensen die in Syrië aan de zijde van IS vochten, maar terugkeerden om de gruwel te ontvluchten. Als we hen inzetten, moeten we drie absolute vuistregels hanteren, zo zijn experten het eens:

1. Deradicalisering vereist een 360° aanpak. Dat betekent dat we de omgeving van radicaliserende jongeren actief betrekken. Zo werken we in Vilvoorde al geruime tijd met moedergroepen: verenigingen van moeders die elkaar steunen in zulke trajecten. Maar ook daar wachten we al maanden tevergeefs op ondersteuning van de Vlaamse overhead.

2. Cruciaal is dat we teruggekeerde strijders begeleiden. Op het eerste gezicht klinkt dat logisch, maar het is dat in geen geval. De begeleiding in Vlaanderen is vandaag, als ze al bestaat, ondermaats. Vlaanderen onderneemt te weinig concrete en planmatige actie wat die begeleiding betreft.

3. Counternarratives werken alleen in gesloten gesprekken, idealiter in een één-op-één-relatie. Wat we dus zeker niet moeten doen, is teruggekeerde strijders vrije baan geven om zichzelf op televisie, in een weekblad of in een krant in de spotlights te zetten. We stellen ons dan ook ernstige vragen bij de plannen van minister van Inburgering Liesbeth Homans (N-VA) om hen zonder al te veel begeleiding voor een klaslokaal te zetten.

De afgelopen dagen hebben we in Vilvoorde dan ook met verbazing zitten kijken naar het publieke debat dat ontstond na het optreden van Younnes Delafortrie in 'De Afspraak'. Het lijkt er sterk op dat Delafortrie in een paar minuten zendtijd meer slachtoffers maakte dan in een paar weken aan het Syrische front.

Veel belangrijker en gevaarlijker dan de onhandige manier waarop de VRT met de kwestie omging, was het feit dat Delafortrie met zijn radicale ideeën dagenlang 'the talk of town' was. Dat terwijl we uit onze ervaring met radicaliseringstrajecten van jonge moslims in Vilvoorde bovenal het volgende leerden: hoe meer aandacht in de media voor IS, des te groter de aantrekkingskracht van dat ideeëngoed. Zullen we daar dan eerst en vooral werk van maken? Dat kost in elk geval geen geld, alleen een dosis gezond verstand.

 

Ik schreef dit opiniestuk samen met Jo De Ro, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open VLD en schepen in Vilvoorde. Het verscheen eerder op De Morgen.be (20/10).