Beste John,


Mijn naam is Frank* en ik werk bijna 30 jaar in een leefgroep voor jongeren met autisme en een matige tot ernstige mentale beperking. Sinds jaar en dag behoren geweld en agressie bij mijn werk. De jongeren waarmee ik werk kunnen doorgaans niet praten, sommigen zijn niet zindelijk en hun mentale beperking maakt het niet makkelijk om hun autisme te doorgronden. Heel wat van hun frustraties en onbegrip ontaarden vaak in geweld en agressie. Van bij het begin van mijn loopbaan zijn wij op zoek gegaan naar manieren om dit te beperken. Met wisselend succes. Er kan heel wat preventief gewerkt worden. Met een andere aanpak en aanpassing van het dagprogramma kom je al een heel eind. De accommodatie werd ook aangepast. We gingen met zijn allen verschillende keren op vorming. En dat heeft allemaal geholpen. 


Maar preventief werken vergt enorm veel energie. Van de 9 jongeren die we op dit moment begeleiden, is er geen enkele die op dezelfde manier moet begeleid worden, is er geen enkele die hetzelfde dagprogramma heeft. Bij momenten is het heel moeilijk om al die individuen de gepaste zorg te geven die ze nodig hebben. Ondanks onze inspanningen neemt de agressie dag na dag toe. De frequentie van incidenten is amper bij te houden. Gemiddeld melden wij om de andere dag een incident. En dan nog melden we ze niet allemaal, omdat het maar één klop of één stamp was. Met meldingen scoren wij ook niet. Alsof we ons schamen dan, alsof wij dan falen.


Van de 9 jongeren verblijven er 6 permanent bij ons. Dat wil zeggen 24 uur op 24u, 365 dagen op 365. Zij zitten continu in een omgeving waar het keer op keer tot een uitbarsting kan komen. We zijn met te weinig en dat heeft gevolgen: onze jongeren worden op hun beurt sneller onzeker. Laatst werd het één onder hen teveel aan tafel. Hij gooide zijn eten op de grond, gooide de tafel in de lucht en probeerde met zijn (plastieken) bord en bestek naar ons te gooien. Twee collega’s - ze waren maar met 2 op de dienst - zonderden hem af.. Dit verliep niet zonder slag of stoot. 


De andere 8 jongeren werden gedurende heel die tijd aan hun lot overgelaten. Omdat het niet anders kon. Eens de bewoner was afgezonderd van de groep, probeerden mijn collega’s de gemoederen te bedaren. Toen ze na enkele minuten poolshoogte namen bij de jongen in afzondering, had deze stoelgang gemaakt en daarmee heel de kamer besmeerd. De vloer, de muur, de vensters, de deur, de radiator, gewoonweg alles hing vol met stoelgang. Hij had ook zichzelf van boven tot onder besmeerd met stoelgang. Hij leek ook heel wat kalmer geworden. 


Daarop besloten ze om hem uit de kamer te halen en te douchen. Ze haalden er wel een derde opvoedster bij uit een andere leefgroep. Dat is de standaardprocedure bij een onveilige situatie. Eens in de douche werd het de bewoner opnieuw teveel. Ingezeept en vol met stoelgang was hij moeilijk te bedwingen. Zelfs met z’n drieën waren. Het duurde lang - toch wel 15 minuten en ja, dat is lang - voor hij gekalmeerd was. Een kwartier lang proberen om iemand in bedwang te houden en te kalmeren... dat doet iets met een mens. Op het moment zelf ben je kalm, je doet wat je geleerd is. Je handelt zonder er echt over na te denken. 


Pas wanneer de crisis achter de rug is, ben je een vod. Je trilt over heel je lichaam. Dan pas merk je of je ergens pijn hebt, dan pas besef je wat er precies gebeurd is. De andere jongeren heb je op dat moment uit het oog verloren. Zij komen dan allemaal tegelijk op je af, op hun eigen manier eisen ze opnieuw aandacht. Op het moment dat je best zelf wat tot rust komt, moet je dus meteen opnieuw preventief werken om erger te voorkomen. 


Mijn collega’s kwamen met de schrik vrij (en ook met enkele blauwe plekken).Het is niet toevallig dat ik de laatste jaren collega’s verloor, omdat ze het niet meer zagen zitten. Wie kan het hen kwalijk nemen? Een bijtwonde laat niet alleen fysiek sporen na, maar ook mentaal. Zulke situaties zijn onhoudbaar. 


Daarom vraag ik vriendelijk, maar met stellige aandrang meer personeel en middelen, om met deze doelgroep verder te gaan. Vrienden en kennissen vragen me dikwijls - bij het zien van verwondingen - waarom ik geen ander werk zoek. Wel, omdat ik, na al deze tijd, nog altijd overtuigd ben, dat deze jongeren de zorg moeten krijgen die ze verdienen. De graad van beschaving van een samenleving is te meten aan de manier waarop ze met de zwaksten omgaat. Dat is geen quote van mij, maar méér dan waar. 


Het is aan de minister van Welzijn om middelen vrij te maken voor onze sector. Misschien tegen de tijdgeest in, maar het is zijn verantwoordelijkheid om dat duidelijk te maken. Ik ben dan ook bijzonder blij dat u alvast op diezelfde nagel blijft kloppen. Een zorgzaam Vlaanderen kan de manier waarop wij dagelijks ons werk doen immers niet langer tolereren. Onze jongeren in  nood én mijn collega’s verdienen een veilige omgeving. Zij verdienen de zorg die ze nodig hebben. Niet morgen, maar nu.


Frank

*Frank is een schuilnaam, zijn verhaal is echt.