Beste John,


De afgelopen maanden bent u vaak in het nieuws geweest om de zorgcrisis in Vlaanderen aan te klagen. U doorprikt de goed nieuws-ballonnetjes en neemt het op voor mensen waar vandaag amper naar wordt omgekeken. In de zorgsector vallen vandaag veel getuigenissen te rapen van mensen die ten einde raad zijn. En dan heb ik het niet alleen over mensen die hulp nodig hebben en hun familie, maar ook over zij die zorg moeten bieden. Door een gebrek aan middelen en visie kunnen zij hun job niet naar behoren uitvoeren. Ik maak deel uit van de directie van een zorgvoorziening. En ook ik zou graag een schrijnend verhaal onder uw aandacht willen brengen.


Het gaat over Marc*, een man van 54 met een mentale handicap. Zijn moeder is gestorven in het najaar 2017 en hij woont in bij zijn bejaarde vader van 85. Marc komt al meer dan 30 jaar naar onze instelling, waar hij dagondersteuning krijgt. Aanvankelijk zat hij in de atelierwerking, daarna evolueerde hij naar begeleid werk.


Zijn thuissituatie is problematisch, ziekmakend zelfs. Er is geregeld sprake van misbuik bij Marc op verschillende vlakken: fysiek geweld, overmatig drankmisbruik, financieel misbruik, psychisch misbruik, … Moeder is steeds een sturende kracht geweest voor Marc.  Sinds het overlijden van zijn moeder is zijn thuissituatie nog verder ontspoord, met toenemende agressie-aanvallen bij zowel vader als zoon. Aanvankelijk hoopten we de rust wat te laten terugkeren met extra thuiszorg en familiezorg. Dit bleek al snel onvoldoende.


Eind januari 2018 kwam het tot een escalatie met zware agressie. Marc werd opgenomen in een Paaz-afdeling (Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis). Aangezien een patiënt maximaal drie weken op zo’n PAAZ-afdeling kan blijven, hebben wij onmiddellijk een dossier ingediend om een ‘noodsituatie’ aan te vragen. Een noodsituatie is een “onverwachte, acuut beleefde en objectief vastgestelde situatie waarbij aan de meerderjarige persoon met een handicap onmiddellijke hulp geboden moet worden omdat de sociale context plots wegvalt. Daardoor ontstaat een zeer ernstige bedreiging voor de lichamelijke of geestelijke integriteit van de persoon met een handicap”. We zochten en vonden een alternatieve woonoplossing. Zijn ‘noodsituatie’ moest wel worden goedgekeurd, om middelen vrij te maken om de kosten van zijn opname in deze nieuwe voorziening te dekken. 


Snel volgde een tweede koude douche. De noodsituatie werd geweigerd op basis van het argument dat “zijn vader nog leeft”. Want wat blijkt: er wordt een erg strikte definitie van ‘sociale context’ gehanteerd. Zolang er nog een netwerk is, wordt de noodsituatie nooit toegekend. Ook niet als net dat netwerk tot de noodsituatie leidt (in casu zijn vader)! Bovendien argumenteerde de overheid dat het niet over een ‘acute’ situatie ging maar eerer een sluimerende (sinds het overlijden van moeder liep het mis) en dit is voor hen geen criterium om de noodsituatie te erkennen. Dit is wraakroepend.


We geven niet op en gaan op zoek naar een alternatief. Marc verhuist naar een zorghotel. Maar op deze plek voelt hij zich niet veilig . Hij gaat emotioneel uit evenwicht, heeft suïcidale gedachten en onderneemt een zelfmoordpoging. Een man in nood! Zijn toezicht, permanentie en nabijheid wordt verhoogd, maar zonder middelen voor extra personeel. Concreet betekent dit onze medewerkers dit weekend Marc meenemen naar huis. U leest het goed: ze nemen Marc mee naar huis.


We krijgen nu het advies om een dossier ‘maatschappelijke noodzaak’ aan te vragen. Dit moet gebeuren via de mutualiteit. Maar die geeft aan dat ze overwerkt is. Pas weken later kan een datum geprikt worden om een dossier op te maken. Dit dossier wordt dan overgemaakt naar het RPC (de Regionale Prioriteiten Commissie). De agenda van het volgende RPC is volledig volgeboekt. En zo gaat het maar door, van wachtlijst naar wachtlijst, van uitstel naar uitstel. Acute menselijk nood versus een traag, log, bureaucratisch systeem.

 

In theorie zou Marc ondersteuning moeten krijgen van het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personenen met een Handicap), maar in de praktijk geraakt hij niet aan middelen om vandaag de zorg te krijgen waar hij zo dringend nood aan heeft én recht op heeft! Moeten we dan echt eerst wachten op een gelukte suïcidale daad of een familiedrama?

 

Ontredderde groeten,

Een directielid van een Vlaamse zorginstelling