Vandaag laaide de discussie hoog op in het Vlaams parlement, waar de TTIP-resolutie van sp.a door Güler Turan met vuur werd verdedigd. Het mag duidelijk zijn dat het TTIP een zeer lange arm heeft en een impact zal hebben op een hele resem aan belangrijke maatschappelijke domeinen die diep doorheen ideologische en politieke breuklijnen snijden. Zowel sp.a als de meerderheidspartijen dienden een resolutie in. Helaas werd de resolutie van sp.a, die zeer strikte voorwaarden stelt aan het vrijhandelsakkoord, weggestemd. Ook de amendementen die sp.a indiende om het parlement nog een laatste kans te geven om de resolutie van de meerderheid bij te sturen, werden weggestemd. Hieronder leest u de tussenkomst van Güler Turan en kan u het debat herbekijken.

Geachte voorzitter, collega’s,

Het TTIP is niet zomaar een vrijhandelsakkoord. Dit handelsakkoord is bepalend voor onze manier van leven en gaat ieder van ons aan. Het is dan ook logisch, terecht en positief dat het maatschappelijk debat rond dit vrijhandelsakkoord zo intens gevoerd wordt. Het beoogt immers een bijzonder verregaande liberalisering van de Trans-Atlantische handel. Met verlaging van de invoerrechten, vanouds het hoofddoel van handelsverdragen, is niet veel meer te winnen. Die zijn al extreem laag. De belangrijkste doelstelling van de TTIP-onderhandelaars bestaat er daarom in om regelgeving voor producten en diensten langs beide kanten van de oceaan zo veel mogelijk gelijk te schakelen. Op die manier kunnen de kosten voor exporteurs verder verlaagd worden en wordt de toegang tot de overzeese markt vergemakkelijkt.

Zo’n gelijkschakelijking is niet evident, want de eisen waaraan een product of dienst moet voldoen volgens een Amerikaan zijn niet noodzakelijk dezelfde als de eisen van een Europeaan. Cultuurverschillen zorgen voor grote verschillen in de manier waarop diensten en producten tot stand komen. Zo gelden in de VS minder strikte regels voor bijvoorbeeld de veiligheid van auto’s, het gebruik van hormonen in de vleesindustrie, met chloor behandelde kippen, GGO’s of het gebruik van pesticiden in de landbouw. In de VS gelden bovendien veel lagere standaarden inzake arbeidsrechten en in sommige staten is er zelfs geen vakbondsvrijheid. Anderzijds heeft de VS wel strengere regels opgelegd aan de financiële sector. Ook zijn diensten van algemeen belang, zoals de gezondheidszorg, in de VS volledig anders georganiseerd, met een veel grotere rol van private spelers. En dan hebben we het nog niet gehad over normen inzake milieu, privacy, intellectuele eigendomsrechten, en ga zo maar door.

Nu, als het TTIP zou leiden tot sterkere, betere regelgeving aan beide kanten van de oceaan, dan kan dat alleen maar positief zijn. Dergelijke opwaartse harmonisering van regelgeving zou resulteren in vlottere handelsstromen, economische groei en jobs, maar ook in een gezonder klimaat, in meer duurzaamheid en in meer faire en eerlijker verdeelde welvaart. Om dit te realiseren zou men de meest ambitieuze regels van beide blokken als standaard kunnen nemen. Men zou pakweg de strengere Amerikaanse regels voor de financiële sector ook bij ons kunnen laten gelden. Andersom zou men bijvoorbeeld de strengere Europese regelgeving rond het gebruik van pesticiden en GGO’s ook in de VS kunnen invoeren.

Helaas wijst alles wijst er op dat het tegenovergestelde aan het gebeuren is. In mei 2015 stelde de EU een verbod op 31 pesticiden met hormoonverstoorders uit om de TTIP-onderhandelingen niet in gevaar te brengen. Ook liet de Commissie 19 nieuwe GGO’s toe om haar ‘goodwill’ aan de VS te tonen. De Europese Commissie mag dan wel beweren dat voedselveiligheidsnormen niet omlaag zullen gaan, feit is dat er zich nu al een neerwaartse druk op de regelgeving voordoet, terwijl het akkoord nog niet eens rond is. In plaats van een opwaartse harmonisering van regelgeving, waar wij voor pleiten, wordt gekozen voor bilaterale wederzijdse erkenning, waardoor een neerwaartse spiraal van regelgeving haast onvermijdelijk wordt. Het oorspronkelijke doel van de onderhandelaars om met TTIP een globale ‘gouden standaard’ te zetten, lijkt verder af dan ooit.

Het voorstel rond regelgevende samenwerking dat de Europese Commissie op 21 maart publiceerde, bevestigt onze vrees. In het voorstel krijgen grote sectorlobby’s de mogelijkheid om wetgeving naar hun hand te zetten. Zij zouden hun eisen mogen opnemen in het werkprogramma de samenwerking. Dergelijke institutionalisering van lobbying vormt een bedreiging voor onze democratische besluitvorming en verhindert regelgeving in het publiek belang.

Handelsverdragen kunnen voor groei en jobs zorgen, maar mogen er nooit toe leiden dat de machtsbalans van de democratie naar de multinationals verschuift. Voor ons is het cruciaal dat Europa TTIP inzet voor een mondiale race to the top, voor meer faire en eerlijk verdeelde welvaart, jobs en meer duurzaamheid. Dat kan enkel als TTIP voldoet aan een aantal voorwaarden. In onze resolutie hebben wij daarom een aantal rode lijnen geformuleerd die wij zullen blijven verdedigen. Ik zet de belangrijkste graag nog eens op een rijtje.

Onze rode lijnen

  1. De mogelijkheden van overheden om publieke diensten en goederen te garanderen mogen geenszins ingeperkt worden.

=> Geen privatisering van onze publieke diensten. Er mag enkel onderhandeld worden over marktsectoren die baat hebben bij meer concurrentie. Alle publieke diensten, zoals onze gezondheidszorg, moeten worden uitgesloten van TTIP. In de EU vervullen overheden een actieve rol in het organiseren van de gezondheidszorg en de ziekteverzekering. Zij bewaken de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Het is vooral hier dat het inperken van de slagkracht van de overheid nefaste gevolgen kan hebben. Die slagkracht moet behouden worden. Ons land heeft een sterk sociaal model opgebouwd. Dat mogen we niet laten afbreken onder het mom van een handelsakkoord. Het kan niet de bedoeling zijn dat we onze ziekteverzekering afbouwen richting het niveau van de VS waar een ongeval of ziekte vaak leidt tot armoede.

=> De ziekenfondsen luidden al meermaals de alarmbel. Het Nationaal Intermutualistisch College (NIC) stelt dat de uitsluiting van de sociale zekerheid geen garanties biedt voor de lidstaten om zelf te kunnen beslissen over de organisatie en het beheer van de verplichte ziekteverzekering en aanvullende verzekering. Wij sluiten ons bij hen aan en vragen om een expliciete uitsluiting van de ‘huidige en toekomstige diensten van algemeen belang’. Dit is ook zo geformuleerd in het eerste amendement dat wij hebben ingediend. Zonder die uitsluiting riskeren commerciële spelers immers toegang te krijgen tot een sector van dienstverlening die gebaseerd is op solidariteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.

=> Wij vrezen, samen met de ziekenfondsen, dat TTIP onze betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg op de helling zal plaatsen. Het risico is immers reëel dat merkgeneesmiddelen onder TTIP hun monopolies nog kunnen versterken. De patentering van medische procedures en de grotere intellectuele eigendomsrechten die de farmaceutische industrie met hun lobbynetwerken eisen, zullen leiden tot hogere prijzen en dus tot hogere uitgaven voor de sociale zekerheid. Daar kan deze besparingsregering toch niet mee akkoord gaan?

Als minister van Volksgezondheid Maggie De Block in juni vorig jaar in de Kamer verklaart dat “TTIP een invloed kan hebben op het recht van de regeringen om te beslissen over het remgeld of het bedrag van terugbetaling", dan denk ik dat onze bezorgdheid terecht is.

 

  1. Zowel de EU als de VS beschikken over volwassen en robuuste rechtssystemen die niet discrimineren ten aanzien van buitenlandse investeerders. TTIP mag er niet toe leiden dat buitenlandse, veelal kapitaalkrachtige, transnationale investeerders een bevoorrechte toegang krijgen tot bijkomende rechtsmiddelen waartoe de modale burger en het modale bedrijf geen toegang hebben. De creatie van een parallel rechtssysteem, zoals het ICS dat nu op tafel ligt, is voor ons onaanvaardbaar. In ons tweede amendement vragen wij dan ook dat de Vlaamse regering zich zal verzetten tegen en niet akkoord zal gaan met de opname van een ISDS-mechanisme, in welke vorm dan ook, in het TTIP-akkoord.

=> Onder grote druk van het progressieve middenveld en de S&D-fractie verving de Europese Commissie in haar voorstellen het ‘klassieke’ ISDS-systeem (Investor-State Dispute Settlement) door een Investment Court System (ICS). Door deze nieuwe voorstellen erkent de Commissie dat onze eerdere kritiek op ISDS goed gefundeerd en terecht was. Ondanks de substantiële hervormingen in goede zin countert het echter een aantal van onze fundamentele kritieken niet, heeft het nog veel losse eindjes en roept het extra vragen op. Voor sp.a is ook dit hervormde Investment Court System géén te wensen mechanisme in een eventueel TTIP, omdat:

-        Ook ICS blijft een extra juridisch forum voor multinationals in goed functionerende rechtsstaten. Dat multinationals exclusieve rechten krijgt die niemand anders in de samenleving geniet is voor ons onaanvaardbaar. Bovendien is het discriminerend tegenover binnenlandse investeerders. De tijd dat grote multinationals enkel rechten, zonder plichten krijgen, is voorbij. Wat met de plicht van bedrijven om sociale, fiscale, ecologische, gezondheids- en veiligheidsstandaarden te respecteren? Als het EU-recht afdoende bescherming biedt voor Europese investeerders, waarom dan niet voor Amerikaanse?

-        Er is gewoon geen economische nood aan dergelijk mechanisme in TTIP. Het enorme volume aan trans-Atlantische investeringsstromen toont duidelijk aan dat het gebrek aan ISDS geen investeringen tegenhoudt. Studies, van onder meer de United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD), hebben aangetoond dat zonder ISDS er niet minder wordt geïnvesteerd[1]. Malmström verdedigt ICS nu wel, maar verklaarde einde vorig jaar nog dat er geen direct verband bestaat tussen ISDS en meer investeringen.[2]

-        Ook ICS leidt tot een enorme uitbreiding van potentiële ‘ISDS’-aansprakelijkheid voor de overheden van de lidstaten. Nu is slechts 8% van de Amerikaanse bedrijven beschermd door ISDS. Met ICS in TTIP zullen meer dan 47.000 Amerikaanse bedrijven de mogelijkheid hebben om claims tegen Europese overheden in te dienen.  Zo valt het te vrezen dat binnen afzienbare tijd een Amerikaans bedrijf een Europese overheid aanklaagt voor regelgeving die perfect democratisch gelegitimeerd is. Dit zou Europa nog verder discrediteren, terwijl het publieke vertrouwen al op een dieptepunt zit.

Met haar nieuwe voorstel rond ICS erkent de Commissie evenzeer dat ook in het handelsverdrag met Canada (CETA) het ‘klassieke’ ISDS-systeem fundamenteel verkeerd zit.

  1. Er mogen geen mechanismen, zoals onvoorwaardelijke wederzijdse erkenning of ondemocratische structuren voor regelgevende samenwerking, worden opgenomen die na afsluiting van het akkoord tot een neerwaartse druk op regulering zouden kunnen leiden. Deze eis staat geformuleerd in ons derde amendement.

=> Geen privatisering van onze wetgeving. Handelsbelangen mogen in geen geval voorrang krijgen op het algemeen belang. De plannen voor zogenaamde ‘regelgevende samenwerking’, waarbij nieuwe wetgeving eerst kijkt naar eventuele nadelige effecten voor de trans-Atlantische handel, zijn voor ons de wereld op zijn kop. Dat effent immers het pad naar beïnvloeding door multinationals en grote sectorlobby’s. Dat leidt tot een ‘regulatory chill’, waarbij moeilijk nieuwe regelgeving kan worden ingevoerd, omdat de lobby’s die kunnen tegenhouden via ‘inspraakmomenten’. Dat is nu al het geval in de VS en uit het meest recente voorstel van de Europese Commissie blijkt dat het bedrijfsleven haar eisen zal kunnen opnemen in het werkprogramma van de regelgevende samenwerking. Ook middenveldorganisaties kunnen hun stem laten klinken via inspraakmomenten, maar het is eerder naïef om te denken dat hun stem zwaarder zal doorwegen dan die van de lobby’s. Voor sp.a primeert hoe dan ook het publiek belang.

=> Zoals professor Ferdi De Ville tijdens de hoorzitting aantoonde, zal TTIP enkel in staat zijn om ambitieuze wereldstandaarden te zetten wanneer men via opwaartse harmonisering te werk gaat. Bij de piste die men nu bewandelt, die van bilaterale wederzijdse erkenning, is er volgens de professor “altijd een risico op een race to the bottom.” Van stimulansen voor bedrijven in de rest van de wereld om hogere standaarden aan te nemen, is hier hoegenaamd geen sprake. Hij voegde daar nog aan toe dat de horizontale samenwerkingsorganen die men in het kader van de regelgevende samenwerking wil opzetten, ervoor zullen zorgen dat commerciële overwegingen sterker gaan doorwegen dan andere overwegingen zoals milieu, gezondheid, consumenten- en sociale bescherming in de besluitvorming.

=> Het Europese acquis communautaire en het voorzorgsprincipe moeten gehandhaafd worden, meer specifiek mogen de huidige normen inzake arbeids- en consumentenrechten, milieu-, gezondheids- en privacybescherming en voedselveiligheid mogen niet verlaagd worden en de culturele, en dan vooral de audiovisuele sector moet beschermd worden

=> Sociale rechten en milieunormen: race to the top. Niet alleen onze goederen en diensten willen we exporteren, maar evenzeer onze historische Europese successen op het vlak van sociale rechten en milieunormen. Zwakke vakbonden en arbeidsrechten als comparatief voordeel moeten uit het handelssysteem. In de VS staat de vakbondsvrijheid sterk onder druk en zijn de arbeidsrechten veel zwakker. Bedrijfsleider kunnen arbeiders ontslaan die er nog maar aan denken om een vakbond te beginnen. De VS hebben ook slechts een beperkt aantal ILO-conventies geratificeerd. Tijdens de hoorzittingen zij Renaat Hanssens van het ACV ook: “Een eengemaakte markt met een land dat de vakbondsvrijheid niet in de praktijk brengt, zal geen level playing field met zich meebrengen en zal de Europese arbeidsvoorwaarden onder druk zetten.” Wij willen dat TTIP bindende engagementen opneemt m.b.t. de ratificatie, implementatie en afdwingbaarheid van de belangrijke milieuakkoorden en ILO-conventies.  Op sociale bescherming en duurzaamheid geeft sp.a geen duimbreed toe. Wij willen een mondiale race to the top, geen race to the bottom.

 

 

  1. De economische impactstudie die de FOD Economie laat uitvoeren moet een onafhankelijke, multi-disciplinaire studie zijn die een voldoende betrouwbare en realistische inschatting maakt van de economische en maatschappelijke impact van het TTIP op Vlaanderen. De Vlaamse regering moet de resultaten van deze studie op zijn minst afwachten vooraleer een principieel standpunt in te nemen over de wenselijkheid van TTIP op basis van veronderstelde b aten inzake jobs en economische groei. Dat is wat wij in ons vierde amendement vragen.

=> De ‘fans’ van TTIP schermen met de economische groei en jobs die dit akkoord zou opbrengen. Karel De Gucht zelf heeft dit ‘het goedkoopste stimulus-pakket ooit’ genoemd. Jobs en groei beloven is al te vaak het makkelijkste argument om elk politiek debat te smoren. Daarom is het belangrijk dat we hierop ingaan. De kern van dit betoog vormen claims over de impact van TTIP op basis van studies en economische modellen besteld door de Commissie: TTIP zou het Europese BBP doen toenemen met 119 miljard euro BBP, vanaf 2027 (!), oftewel 0.5% per jaar.

Het econometrisch model dat daarbij werd gebruikt is het computable general equilibrium (CGE) model, een model dat wordt gebruikt om te voorspellen hoe economieën zullen reageren bij een verandering van beleid, zoals een handelsakkoord. Er zijn veel zaken aan te merken op dit CGE-model:

-        Geen oog voor sociale impact (zoals jobs die verloren gaan) of milieu-impact.

-        Het gaat ervan uit dat alle markten perfect zijn en in evenwicht dwz dat voor elk aanbod een koper is en er geen werkloosheid is.

-        Het kan makkelijk gemanipuleerd worden, het staat erg open voor bias, dwz: wat je wil dat eruit komt, kan je erin steken.

Voor TTIP werd dit dan ook gedaan, zo ging men ervan uit dat:

-        De helft van de NTB’s wordt geëlimineerd. Dat is een erg optimistisch uitgangspunt, want na bijna twee jaar onderhandelen is er op dit vlak nog maar bitter weinig resultaat gehaald.

-        Ze gaan bovendien uit van multiplicatoreffecten over alle sectoren heen. Ook hier is er dus heel groot optimisme.

-        Tijdens de hoorzittingen, wees professor Ferdi De Ville er bovendien op dat zonder die multiplicator-effecten, dus als enkel de voordelen per sector opgeteld worden, slechts een derde van de verwachte resultaten overblijft. Als er dus in één sector niet in geslaagd wordt de barrières weg te werken, dalen de voordelen van TTIP disproportioneel. Het staat intussen vast dat voor een aantal sectoren de verschillen te groot zijn en de barrières niet weggewerkt zullen kunnen worden, zoals in de chemiesector (Europese REACH versus Amerikaanse TSCA – normen). Ook voor voedselveiligheidsstandaarden voor chloorkippen, hormonenvlees, ggo’s enzovoort zullen de verschillen blijven bestaan. Kort samengevat, betekent dit dat naarmate de scope van TTIP wordt verkleind, de verwachte voordelen exponentieel dalen.

Bovendien zijn er ook studies die een negatieve impact van TTIP aangeven. Volgens een bekende studie die Jeronim Capaldo van de Tufts Universiteit van Massachusetts uitvoerde[2], zouden als gevolg van het TTIP zo’n 600.000 Europese banen verloren gaan, zou het Europese BBP een half procent dalen en de export met 2%. Nederland, Finland en België zouden de grootste verliezers zijn, met een totaalverlies in deze landen van 223.000 jobs. Volgens Capaldo zal TTIP het aandeel van arbeid in het Europese BBP verder doen afnemen en de financiële instabiliteit doen toenemen.

We kunnen het argument van de Commissie dus  ook omdraaien: we hebben al lage groei en hoge werkloosheid; de negatieve impact van een ondoordacht TTIP kan er niet nog eens bij. Zelfs in de positieve studies is de impact niet van die aard om ons continent uit de crisis te trekken – geen nieuw Marshallplan. We moeten dan ook erg waakzaam zijn wat we hiervoor zouden opgeven. Laat ons tenslotte niet vergeten dat  dé motor voor duurzame groei en jobs in de EU zal komen van een ander macro-economisch beleid met meer en juiste investeringen en progressieve structurele hervormingen. We zullen in Europa eindelijk opnieuw zelf het heft in handen moeten nemen  voor een actief Europees vraagbeleid, dat heeft dan vooral ook belangrijke sociale implicaties. Denken we maar aan de handhaving en verbetering van de lonen, de inkomens, een rechtvaardige taks shift, een van  sociale investeringen die essentieel zijn voor de toekomst van Europa.

=> Uit het antwoord van de minister-president op mijn schriftelijke vraag van 28 januari, blijkt dat Ecorys de Belgisch-Vlaamse impactanalyse zal uitvoeren. Ecorys is een van de ‘usual suspects’ bij het uitvoeren van dergelijke analyses. Keer op keer wordt daarbij het fel bekritiseerde CGE-model gebruikt. Ook de aanbestedende overheden hebben daarbij boter op het hoofd, want zij zijn telkens weer vragende partij voor het gebruik van dit model. Dat is helaas ook bij de overheidsopdracht van de FOD Economie gebeurd. Ik zal de minister-president hierover nog aan de tand voelen.

 

  1. Momenteel is de leeskamer enkel toegankelijk voor de parlementsleden die zetelen in de commissies voor buitenlandse zaken. Om hun werk naar behoren te kunnen uitoefenen, moeten alle volksvertegenwoordigers de mogelijkheid hebben om de leeskamer te bezoeken of moeten zij de geconsolideerde onderhandelingsteksten per e-mail toegestuurd krijgen. Ook de geheimhoudingsplicht waartoe de volksvertegenwoordigers die de leeskamer bezoeken gebonden zijn, verhindert hen om hun functie naar behoren uit te oefenen. Het is bovendien niet aan de VS om in de interne beraadslaging binnen de EU te interveniëren door de EU te dicteren wie wel en wie geen toegang kan krijgen tot de onderhandelingsdocumenten. In ons vijfde amendement vragen wij de Vlaamse regering om er bij de federale collega’s op aan te dringen om de beveiligde leeskamer waar de geconsolideerde onderhandelingsteksten kunnen worden ingekeken, toegankelijk te maken voor alle parlementsleden en/of hen deze teksten via e-mail te bezorgen en er bij de Europese Commissie op aan te dringen de strikte geheimhoudingsplicht die nu van toepassing is, op te heffen.
  2. Europese bedrijven moeten toegang krijgen tot de openbare aanbestedingen van Amerikaanse overheden

 



[1] http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/tdr2014_en.pdf

[2] http://www.euractiv.com/sections/trade-society/positive-effects-ttip-tribunals-investment-unclear-317665