Hoe de farma-industrie ontsnapt aan de begrotingsdiscipline van Maggie De Block

Besparen werd onder minister Maggie De Block het ordewoord in de gezondheidszorg. Officieel zou het gezondheidsbudget jaarlijks met 1,5% mogen groeien (bovenop de index). Een belofte die niet altijd werd nagekomen, zoals in eerdere blogs werd aangetoond. Het resultaat, jaar na jaar worden er stevige besparingen opgelegd aan patiënten, zorgverleners en ziekenhuizen. Ook de farmaceutische industrie moest bijdragen, maar wordt die afspraak nageleefd? Deze blog gaat in op hoe Maggie De Block de farmaceutische bedrijven aan haar budgettaire orthodoxie laat ontsnappen.


De groei aan banden: goede afspraken, goede vrienden?

Bij haar aantreden verlaagde de regering de groeinorm in de gezondheidszorg naar 1,5%. Een scherpe doelstelling, want om de natuurlijke groei in de gezondheidsuitgaven bij te houden is volgens het Federaal Planbureau 2,2% nodig. Het handhaven van die verlaagde norm zorgt dan ook voor grote besparingen. Bovendien voegde de regering regelmatig extra ‘inspanningen’ (een mooi woord voor besparingen) toe, waardoor zelfs de beperkte groei vaak niet werd toegekend. Ter info: 2018 is pas het eerste jaar waar men bij de begrotingsopmaak in de buurt komt van de beloofde groeinorm '1'. 

De gevolgen zijn niet min. Vorig jaar alleen al moest bijna 1 miljard in de uitgaven worden geschrapt. Verschillende maatregelen troffen de patiënt rechtstreeks. Zo moeten we voortaan dieper in de buidel tasten voor antibiotica, neussprays en maagzuurremmers en patiënten met een laag inkomen en/of hoge zorgkosten betalen voortaan meer alvorens de maximumfactuur hen bescherming biedt. 

De besparingsoperatie van vorig jaar zette ook kwaad bloed bij de zorgverstrekkers. Zelfs stijgingen van het remgeld, om de honoraria te kunnen verhogen (bij kinesisten en tandartsen) overtuigen hen niet om trouw te blijven aan de akkoorden die vaste tarieven voor de patiënt waarborgen. Als een rechtstreeks gevolg van het beleid van minister De Block smelt het draagvlak voor de akkoorden weg en gaan steeds meer zorgverstrekkers hun tarieven vrij bepalen '2','3' . Hierdoor betaalt de patiënt meer en ook in de ziekenhuizen stijgen de supplementen voor de patiënt jaar na jaar '4'.

Met 4 miljard vormen geneesmiddelen een belangrijke uitgavenpost in de gezondheidsbegroting (25 miljard). Naast de groei in het gebruik van geneesmiddelen, vormen vooral nieuwe, steeds duurdere geneesmiddelen een uitdaging voor een minister die over het budget waakt. Toch leek minister De Block vastberaden, in 2015 sloot ze een “Toekomstpact voor de patiënt met de farmaceutische industrie” '5'. Een veelbelovende titel en ditto ambitie: voor de patiënt sneller toegang tot innovatieve geneesmiddelen, voor de sector een stabiel wetgevend en budgettair kader. De toegelaten groei werd fors ingeperkt tot gemiddeld zo’n 0,5% per jaar. De toegelaten budgetten werden zwart-op-wit opgenomen in het farmapact.

Figuur 1: budgettaire tabel uit het Toekomstpact. 

 Bron: Toekomstpact voor de patiënt met de farmaceutische industrie, pagina 18.

Belangrijk, voor het vervolg van dit stuk, is de bijkomende informatie die het kabinet in 2016 '6' gaf over het budgettair traject in het Toekomstpact. Hierin wordt verduidelijkt dat het een bruto traject betreft en dat nog rekening dient gehouden te worden met de terugstortingen voor 2015 in het kader van de zogenaamde artikel 81-contracten. In de tabel hierboven moet dus telkens 30,8 miljoen afgetrokken worden omdat die terugstorting in het basisjaar 2015 nog niet was meegeteld.

Dat het budget uit de hand loopt heeft vooral te maken met nieuwe, vaak zeer dure, geneesmiddelen. Via de zonet vermelde artikel 81-contracten sluit men overeenkomsten buiten het gebruikelijke terugbetalingsmodel om. De minister bedingt in die contracten geheime prijskortingen. Het doel is nobel: dure innovatieve geneesmiddelen beschikbaar maken. Alleen wordt het mechanisme steeds vaker gebruikt. Sinds 2014 wordt bijna elk nieuw en duur geneesmiddel in zo’n contract gestoken. Het aantal procedures steeg van 11 in 2010 naar 39 in 2015. Deze dure geneesmiddelen wegen zwaar door op het budget. In 2016 waren ze goed voor bijna bijna 800 miljoen. Zowel het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg '7' als het Rekenhof '8' wijzen erop dat het gebruik van dergelijke overeenkomsten dringend bijgesteld moet worden. 

Potje breken, potje betalen?

Het niet-naleven van de afspraken uit het Toekomstpact leverde de farmaceutische industrie tot dusver 206 miljoen op.


Goede afspraken, goede vrienden! Je zou dan ook verwachten dat iedereen zich aan de afspraken houdt. De doelstelling staat zwart op wit in het Toekomstpact. Deze doelstelling kan men vergelijken met de uiteindelijke RIZIV-uitgaven (tabel 2). In 2015 gaf men 121 miljoen euro meer uit dan  afgesproken, in 2016 58 miljoen en voor 2017 wordt de overschrijding geraamd op 27 miljoen. Het niet-naleven van de afspraken uit het Toekomstpact leverde de farmaceutische industrie tot dusver 206 miljoen op.


Tabel 2: overschrijdingen ‘15-’17

Afspraak is afspraak, zou je denken. Maar voor de budgettaire afspraak met de farmaceutische industrie gaat dat niet op. De terugstortingen in het kader van de artikel 81-contracten en de zogenaamde clawback (een geplafonneerde responsabilisering) zijn onvoldoende om de afspraken uit het Toekomstpact te respecteren. In zijn rapport bij de begroting 2018 stelt het rekenhof het als volgt:

In tijden van grote besparingen komt de farmaceutische industrie weg met een contractbreuk ter waarde van 206 miljoen.

“De Commissie voor Begrotingscontrole wijst er ook op dat de compensatiebetalingen (123,6 miljoen euro of 15,96% van de uitgaven voor die geneesmiddelen in 2016) onvoldoende zijn om het begrotingstraject van het Toekomstpact met de geneesmiddelen te respecteren”.

 In tijden van grote besparingen komt de farmaceutische industrie weg met een contractbreuk ter waarde van 206 miljoen. De ziekenhuizen en zorgverstrekkers moeten het niet proberen. Schrijnend is het feit dat de minister dit door een te ruime toepassing van de geheime contracten zelf in de hand werkt.



2018? Spelregels Toekomstpact aangepast tijdens de rust

Of hetzelfde scenario zich herhaalt in 2018 is onvoorspelbaar. Of beter, de omvang ervan is nog niet becijferbaar. Want het ligt niet in de lijn van verwachting dat de minister spaarzamer zal omspringen met de artikel 81-procedure en de responsabilisering van de sector via de clawback blijft gelimiteerd.

Maar, opvallend, tijdens de begrotingsopmaak 2018 viel een nieuwe cadeau voor de farmaceutische industrie uit de lucht. Opnieuw is de afzender minister De Block. Om dit te begrijpen is het belangrijk even terug te gaan naar de eerder vermelde 30,8 miljoen. Zoals toegelicht gaf het kabinet van minister De Block in 2016 zelf aan dat de tabel uit het Toekomstpact geïnterpreteerd moest worden als een bruto tabel. Om de reële (of netto) doelstelling te bekomen diende de terugstorting i.v.m. artikel 81 uit 2015 (zijnde 30,8 miljoen) nog afgetrokken te worden.

Voor 2018 hanteert het kabinet De Block, tegen de eigen logica van de voorgaande jaren in, plots de bruto begrotingsdoelstelling (4,135 miljard). Zo begint 2018 alvast met een bonus van 30,8 miljoen. Voor alle duidelijkheid, de technische ramingen van het RiZIV (voorspellingen op basis waarvan het budget voor 2018 opmaakt), voorspellen een stevige overschrijding van het farmabudget, namelijk van 201 miljoen. Er zullen dus veel besparingsmaatregelen volgen. Maar door de helpende hand van minister De Block werd dat 171 miljoen. 30,8 miljoen met een strik rond. Terwijl de andere sectoren wederom opzoek moeten naar 25 miljoen, met ongetwijfeld nieuwe spanningen rond de tariefakkoorden tot gevolg. 


Conclusie: gebroken beloftes, betere vrienden!

Nieuwe besparingen bij artsen, tandartsen en kinesisten doen het ergste vrezen.  Dat de minister ondertussen cadeaus uitdeelt aan de farma-industrie is wraakroepend.

Dat de budgettaire normen van minister De Block een verstikkend deken over de gezondheidszorg leggen was al bekend. De nieuwe besparingen bij onder meer de artsen, tandartsen en kinesisten doen opnieuw vrezen dat de patiënt volgend jaar geconfronteerd zal worden met weer hogere  remgelden of minder zorgverstrekkers die de vaste tarieven volgen. 

Dat de minister ondertussen de farma-industrie  laat wegkomen met overschrijdingen ten opzichte van de afspraken (207 miljoen) en een handje toesteekt om de besparingsoefening te reduceren (30,8 miljoen) is wraakroepend. Twee maten, twee gewichten.



Voetnoten:
1. https://www.s-p-a.be/artikel/het-crashdieet-van-maggie-de-block/

2.  https://www.s-p-a.be/artikel/nieuwe-tariefakkoorden-meer-remgeld-minder-tariefz/

3.  https://www.s-p-a.be/artikel/niet-de-arts-maar-de-patient-betaalt-de-besparing/

4.https://www.devoorzorg.be/SiteCollectionDocuments/Pers%20en%20studiedienst/300/Ziekenhuisbarometer%202017_20171109.pdf

5. http://www.deblock.belgium.be/sites/default/files/articles/20150727%20toekomstpact.pdf

6. Nota AR RIZIV 2016/083

7.https://kce.fgov.be/sites/default/files/atoms/files/KCE_288A_Belgisch_systeem_Artikel_81_ verbeteren_synthese.pdf

8. Verslag aan de Kamer bij de begroting 2018 




Deze discussie werd gesloten.