En de winnaar is alweer de multinational. Of beter, haar lobby. Wat een titanenwerk was - ervoor zorgen dat multinationals eerlijk hun belastingen betalen - dreigt helemaal te verzanden. Links en rechts liggen op ramkoers over de zogenoemde ‘verplichte landenrapportering’, zo titelde een krant daarover eerder deze week. Dat is niet eens overdreven. Voor mij raakt dit de kern van onze democratie. Ik leg u graag uit waarom.

Op verzoek van de G7 en de G20 werkte de OESO jarenlang aan een kader uit om te vermijden dat multinationals met winsten schuiven in Europa, op zoek naar het grootste voordeel: zijnde belastingen betalen in het land waar die het laagst liggen via dochterondernemingen. Een individuele landenrapportering zou de belastingontwijking een slag toedienen en voor veel meer  transparantie zorgen. Nu alles op tafel ligt en de politiek definitief kleur moet bekennen om de nieuwe eerlijke regels te implementeren, stokt het (rechtse) paardje. 

Waar de OESO nog bestand was tegen het beukwerk van de lobby, zijn politici - hier bij ons en in het Europees parlement - dat blijkbaar heel wat minder. Meer zelfs, sommigen onder hen nemen de lobby-retoriek gewoon schaamteloos over. Zo’n verplichte winstrapportering per land ‘kan gevoelige bedrijfsinformatie naar buiten brengen’ of ‘tot conclusies leiden over handelsgeheimen en bedrijfsstrategieën’, zo herhaalt Sander Loones (N-VA). Maar niet alleen N-VA houdt het been stijf in het Europees parlement, ook CD&V - de partij van de rechtvaardige fiscaliteit - stribbelt tegen. Zo vindt Tom Vandenkendelaere het best oké dat multinationals een tijdelijke uitzondering kunnen vragen op die nieuwe transparantie maatregel. 

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt doet eveneens zijn duit in het zakje. Waar hij in een ver verleden nog mee pleitte om zogenoemde agenten - vennootschappen of andere constructies die de winsten van multinationals beheren - aan te pakken én te belasten, vindt hij het niet langer noodzakelijk om die vluchtweg te dichten. Van Overtveldt tekende vorige week voorbehoud aan tegen het plan dat dat euvel in één keer zou oplossen voor alle lidstaten. En zo zijn we terug naar af. Nochtans was na de Panama Papers en de LuxLeaks de verontwaardiging groot op alle banken. Van links én rechts. Vandaag is de vaststelling dat het lobbywerk van de multinationals - én de miljarden die ze er tegenaan smijten om hun zaakjes in de achterkamers te blijven regelen - loont. 

Met dank aan ‘de politiek’ lijkt het een investering die ze de in de toekomst dubbel en dik zullen terugverdienen. Ondanks de moeilijke materie is de aanpak van belastingontwijking van multinationals cruciaal voor een samenleving. Zeker in landen waar regeringen alleenstaanden, gepensioneerden en gezinnen met een resem facturen opzadelen of waar kmo’s 15% meer btw moeten betalen met het eeuwige riedeltje ‘dat het écht niet anders kan’. Als je de vluchtgaten voor een miljardenbusiness weigert te dichten, dan kun je inderdaad moeilijk anders. Het is alvast een pak makkelijker dan in een huiskamer te moeten uitleggen waarom die Turteltaks wel zo hoog móét zijn. 

Toch is er nog een sprankeltje hoop. Terwijl de economische commissie van het Europees parlement gisteravond een njet stemde tegen eerlijke regels, is er nog één reddingsboei: de afgezwakte OESO-tekst moet nog naar de plenaire vergadering in Straatsburg. Misschien kunnen we een voorbeeld nemen aan Nederland, waar de fiscale aanpak van multinationals hoog op de agenda van kranten en televisiezenders staat. Hopelijk wordt het de komende weken ook voorpaginanieuws bij ons. Misschien groeit zo het besef om weer voluit te gaan voor het eerlijke origineel en voelen parlementsleden en ministers opnieuw de verontwaardiging van weleer. In plaats van ‘even de stopknop in te drukken’, zoals Loones het ooit verwoordde, is het meer dan ooit tijd om 100% door te duwen. Niet voor de multinationals, wel voor de mensen.

John Crombez