Hoe de staatssecretaris van asiel en migratie ons heel wat gedoe zou kunnen besparen, schrijft @SegersBen

Op 10 oktober 2016 vernietigde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een zgn. ‘Dublintransfer’ van een moeder en haar 5 minderjarige kinderen richting Duitsland. Via het Dublin-systeem wordt bepaald welke EU-lidstaat verantwoordelijk is om een asielaanvraag te behandelen. Vaak wordt gezegd dat telkens de lidstaat bevoegd wordt waar een illegale grensoverschrijding heeft plaatsgevonden. Maar het kan bvb. ook gaan om een lidstaat waar een gezinslid van een niet-begeleide minderjarige aanwezig is. Of, zoals hier het geval was, de lidstaat waar eerder reeds een asielaanvraag werd ingediend. 

In deze zaak had een Afghaanse vrouw met 5 minderjarige kinderen kort voor haar asielaanvraag in België reeds asiel aangevraagd in Duitsland. België verzond daarom een ‘Dublin’-verzoek en Duitsland aanvaardde dat. De vrouw vreesde vervolgens dat de opvang niet voorzien zou zijn op 5 kleine kinderen en weigerde de Dublin-overdracht richting Duitsland. Zij tekende beroep aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Die besliste op 10 oktober dat de Dienst Vreemdelingenzaken de motiveringsplicht had geschonden. De Raad vernietigde daarom de asieloverdracht wegens gebrek aan zekerheid dat de opvang aangepast zou zijn aan de noden van een kind.

Toen bleef het 2,5 maand oorverdovend stil. Er was een nieuwsluwe periode voor nodig om van deze zaak plots nieuws te maken. Van mythische proporties dan nog. “Het faillissement van het Europees asielsysteem!” klonk het plots. “Niet meer terugsturen naar Duitsland? What’s next?” Of nog: “Zo krijgen we een omgekeerde gesloten grens: wie hier is mag niet meer weggestuurd worden!” 

Voor alle duidelijkheid: zo’n vaart zal het bijlange na niet lopen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft niet gezegd dat een Dublin-transfer richting Duitsland nooit of te nimmer meer mogelijk is, zoals sommigen nochtans doen uitschijnen. Wel dat de Dienst Vreemdelingenzaken in deze zeer specifieke zaak niet onderzocht had of de vrouw en haar minderjarige kinderen specifieke noden hadden, en dat DVZ niet onderzocht had of er sprake was van extreme kwetsbaarheid. En dat er bijgevolg geen zekerheid was dat de opvangstructuren waarin de vrouw en haar kinderen zouden belanden wel voldoende aangepast zouden zijn. De DVZ lukte er niet in de RVV daarvan te overtuigen, want het bracht daarvoor geen enkel concreet element voor aan. De Dienst Vreemdelingenzaken, zo oordeelde de RVV, had de motiveringsplicht geschonden.

Dat de RVV vond dat DVZ onvoldoende gemotiveerd had pikte Francken vervolgens niet. “De Dienst Vreemdelingenzaken behandelt duizenden zaken. En die wint ze bijna allemaal”, fulmineerde hij. Nu, ’t is van twee dingen één. Ofwel zit die dekselse RVV inderdaad boordevol activistische rechters, maar dan valt het moeilijk te verklaren hoe het kan dat DVZ “bijna alle zaken wint”. Ofwel valt het met dat activisme van de Raad allemaal nogal mee. We raden u aan uw geld in te zetten op dat laatste.

Toch is de situatie bijzonder ernstig, “totale waanzin” zelfs, althans volgens de staatssecretaris. Het is daarom des te opvallender dat er geen cassatieberoep bij de Raad van State werd aangetekend. De staatssecretaris zegt daarover dat de Dublin-termijn van 6 maanden, waarbinnen de transfer gerealiseerd had moeten zijn, toch al verstreken was. Maar als het de staatssecretaris écht zo te doen is om het principe, dan had hij dit arrest moeten aanvechten met alle mogelijke middelen om precedentswaarde te voorkomen en om een principearrest in zijn voordeel te bekomen. Zelfs als het niet meer zou uitmaken voor deze concrete zaak. Dat hij dat niet deed doet vermoeden dat er andere zaken spelen.

De vakantietijd wordt zo meer en meer dé tijd om een rel over migratiethema’s uit te lokken.

De timing in deze zaak is opvallend. Het arrest dateert van, we kunnen het niet goed benadrukken, 10 oktober 2016. Het was vervolgens 2,5 maand wachten geblazen tot het dossier uit de kast werd gehaald. Pas na een mediarel waarbij zelfs het Europees asielbestel alweer op het spel stond (zo werd toch beweerd), zei de staatssecretaris alsnog doodleuk te “zullen bekijken wat we kunnen doen”.

We geven de voorkeur aan een staatssecretaris die eerst bekijkt wat gedaan kan worden en daarnaar handelt, alvorens naar de media te trekken. We prefereren een staatssecretaris die er voor zorgt dat zijn diensten beslissingen voldoende motiveren en die, wanneer dat écht nodig zou zijn, bij de juiste instanties beroep instelt. Het zou ons heel wat gedoe besparen.