Hoe deze Vlaamse regering de werkende Limburger opnieuw belast

Uren hebben u en ik er al in vertoefd. Jawel, die ellendig lange files. Zonder accidenten of buitengewone weersomstandigheden komen we in Vlaanderen elke dag vlotjes aan een langgerekte slinger van zo’n 250 kilometer. Ons weggennet is behoorlijk dichtgeslibd. Over die diagnose zijn we het allemaal eens, alleen verschillen de recepten grondig om tot een duurzame oplossing te komen. Mobiliteit is als eten en drinken. Een basisrecht, zonder meer. Maar wie betaalt uiteindelijk de rekening?

Mobiliteit is als eten en drinken. Een basisrecht, zonder meer. Maar wie betaalt uiteindelijk de rekening?

Zo denkt minister van Mobiliteit Ben Weyts de heilige graal te hebben gevonden in het rekeningrijden. Per afgelegde kilometer betaal je een bijdrage. En wie meer rijdt, en dus meer vervuilt, draagt meer bij. Het principe is mooi. In theorie althans, want helaas gaat de minister voorbij aan de realiteit van honderdduizenden gezinnen in Vlaanderen. Voor veel Vlamingen, niet in het minst de Limburgers, is een verplaatsing naar het werk met de wagen vandaag vaak de enige oplossing. Dat weet Ben Weyts maar al te goed. Als minister Weyts de werkende Limburgers wil straffen, dan is hij alvast op de goede weg. Zo wordt in een studie van het Planbureau gewag gemaakt van een kost van 12 à 13 cent per kilometer. Zo komen we al gauw op een totaalbedrag van 2.000 à 3.000 euro per wagen, per jaar.

Vergeet niet dat de overgrote meerderheid van de Limburgers niet over een bedrijfswagen of een alternatief via het openbaar vervoer beschikt. Voor de meesten onder hen is dit voorstel een extra strop rond de nek. Zo is het niets meer dan een nieuwe belastingverhoging naast de verhoogde facturen voor bus en tram, water en elektriciteit, kinderopvang en het verhoogd inschrijvingsgeld aan hogescholen en universiteiten. Daarenboven stellen mobilteitsdeskundigen dat rekeningrijden niet de oplossing is om fileleed tegen te gaan en opperen milieudeskundigen dat een goed uitgebouwd openbaar vervoer de grootste milieuwinst verzekert. Met de invoering van rekeningrijden voor personenwagens zullen we met z’n allen nog altijd in de file staan, alleen betalend.

Minder met de wagen, meer gebruik maken van alternatieven? Wij zullen op de eerste rij staan om een duurzaam en ecologisch alternatief toe te juichen. Maar dan moet er wel een alternatief zijn. Zolang de regering geen werk maakt van de verdere uitbouw van een stipt en kwaliteitsvol openbaar vervoer, zullen mensen genoodzaakt zijn de auto te nemen. Investeren in sterk en duurzaam openbaar vervoer is een eerste noodzakelijke stap, pas dan kan je de mensen overtuigen om de auto te laten staan. Pas als De Lijn en de NMBS een betrouwbare partner worden, zetten we stappen vooruit in ons denken en handelen. Pas als de regering werk maakt van strengere normen voor CO2-uitstoot zullen we de schadelijke gevolgen voor ons milieu kunnen inperken. Pas wanneer we volop inzetten op een mobiliteitsbudget – waardoor werkgevers hun werknemers een valabel alternatief kunnen bieden voor een bedrijfswagen – kunnen we écht aan een duurzame toekomst denken. Laten we daar eerst en vooral werk daarvan maken, beste minister, in plaats van opnieuw in de portemonnee te grabbelen van de hardwerkende Limburger.

Deze opinie verscheen eerder op hbvl.be (29/05)

Deze discussie werd gesloten.