Gouverneur Luc Coene doet het weer. Nadat hij eerder had gepleit voor een grootbank minder, stelt hij nu dat de banken hun winsten moeten ‘versterken’ door hun klanten hogere kosten door te rekenen.

 

Destijds, tijdens de onderhandelingen over de nieuwe bankenwetgeving (december 2013, met sp.a in de regering), mochten we al eens ervaren hoe de gouverneur zijn bezorgdheid over de prudentiële gezondheid van banken verwarde met belangenverdediging van grootbanken.

In deze blog stellen we dat de bankensector net nu lekker concurrentieel is en we dat zo willen houden. Als tegengewicht voor een door de grootbanken gecapteerde toezichthouder pleiten we er ook voor om een gezonde marktwerking af te dwingen via de mededingingsautoriteit én collectieve consumentenactie.


1. Is er te veel concurrentie tussen de banken? Absoluut niet

De markt voor deposito’s is lekker concurrentieel. Houden zo. We tonen dat aan de hand van een eenvoudige index voor de mate van mededinging in een sector, de zogenoemde Herfindahl-Hirschman index (HHI). Deze index telt het kwadraat van de marktaandelen van de marktspelers op.

• Een HHI onder 100 betekent een zeer competitieve markt.
• Een HHI onder 1.500 betekent een ongeconcentreerde markt
• Een HHI tussen 1.500-2.500 betekent een behoorlijk geconcentreerde markt
• Een index boven 2.500 betekent een zeer geconcentreerde markt.

Een voorbeeld

Stel dat een markt 100 banken telt met elk 1% marktaandeel. Dan is de HHI 100 en de markt dus zeer competitief. Stel nu dat je slechts 15 banken met een gelijk marktaandeel hebt, dus 6,66% marktaandeel per bank. Dan is de HHI 666 en de markt nog altijd weinig geconcentreerd. Stel nu dat 1 bank 50% marktaandeel heeft, 1 bank 25%, 1 bank 13% en de andere 12 banken elk 1%, dan is de HHI 3.300 en de markt dus zeer geconcentreerd.

We deden de oefening voor de Belgische markt van deposito’s in 2013. Het gaat dus niet om de marktaandelen van alle bankactiviteiten, maar enkel van het beheer van deposito’s. Dat lijkt ons een relevante afbakening, omdat de concentratie op de depositomarkt bepalend is voor de marktmacht waarmee banken kosten doorrekenen aan gezinnen.

We tellen in België 5 banken met meer dan 20 miljard deposito’s, 10 banken met 1 à 10 miljard deposito’s en 89 banken met minder dan 1 miljard deposito’s. De grootste, BNP Paribas Fortis, heeft een marktaandeel van bijna 25%. ING, Belfius en KBC hebben elk een aandeel van 13 à 16%. Alle andere banken hebben minder dan 10% marktaandeel.

 

De HHI van de depositomarkt in België is 1.352. Dat betekent een weinig geconcentreerde markt. Niet supercompetitief, maar zonder uitgesproken dominantie.

Wat zou er nu gebeuren als we het advies van gouverneur Coene volgen en een grootbank verdwijnt? Dat hangt natuurlijk af van welke bank welke overneemt. Het is weinig waarschijnlijk dat een kleine bank een grote overneemt - Fortis heeft dat destijds geprobeerd met ABN AMRO en dat was geen succes - en dus kijken we naar fusies tussen grote banken.

In een eerder geconcentreerde markt duwt elk fusiescenario de HHI voorbij de 15%-drempel.  De concentratie is natuurlijk het sterkst wanneer de grootste bank, BNP Paribas Fortis, een andere bank overneemt. Maar ook een fusie tussen de ‘twee kleinste van de groten’ - KBC en Argenta - zorgt voor een overschrijding van de 15%-drempel.

 
 

Vanuit het oogpunt van mededinging moet een fusie tussen een van de grootbanken altijd alarmbellen doen afgaan. De marktconcentratie gaat dan immers voorbij een kritische drempel en dat is geen goed nieuws voor de consument. Ivan Van de Cloot wees in De Morgen (24/02/2015) op de impliciete suggestie van prijsafspraken en kartelvorming in het discours van de gouverneur. We moeten ons ernstige zorgen maken over een toezichthouder die er een dergelijke anti-concurrentiële visie op nahoudt. Des te meer omdat een hogere marktconcentratie ervoor zal zorgen dat er meer banken ‘too big to fail’ zullen worden, een fenomeen dat de financiële crisis versterkt heeft. Met gouverneur Coenes Nationale Bank als toezichthouder lijkt Febelfin (belangrijkste vertegenwoordiger van de Belgische financiële wereld) vrije baan te krijgen. Hij moet zorgen voor een streng toezicht op de banken zodat de consument de voordelen van de concurrentie plukt. Maar gouverneur Coene maakt zelf excuses voor de grootbanken en schuift de rekening naar de consument.

 

2. Wapen de burger met mogelijkheid tot groepsvordering

Het is te vroeg om het nieuwe model van bankentoezicht met de Nationale Bank als macro-prudentiële toezichthouder (verantwoordelijk voor de gezondheid van het bankensysteem) en de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) als consumententoezichthouder (verantwoordelijk voor de bescherming van de consument van financiële producten en diensten) af te schrijven. Maar wat vast staat, is dat checks and balances nodig zijn. De NBB moet een tegengewicht krijgen.

Concreet zien we drie belangrijke tegengewichten voor het optreden van de Nationale Bank:

• Ten eerste moet de Belgische mededingingsautoriteit (BMA) de mededinging in de bankenmarkt strenger bewaken. Het is tijd dat de BMA zich in het kader van haar ‘advocacy-rol’ publiek en proactief uitspreekt over de concurrentie in de bankenmarkt en limieten vastlegt voor het optreden van de Nationale Bank. Bij een eventuele fusie zou de BMA sowieso een onderzoek moeten voeren om de gevolgen voor mededinging op de bankenmarkt in te schatten.

• Een tweede middel is de marktmacht van consumenten gebruiken, zoals in de energiesector. Durf te vergelijken. Eén van ondergetekenden deed dat spontaan, toen Fortis ABN AMRO wou overnemen en die overname wou financieren met een combinatie van cash en marktfinanciering. Zoveel cash kon maar een ding betekenen: we betaalden als klant te veel en/of we kregen te weinig interest op ons spaargeld. Dat moet je als consument niet pikken. Individuele acties kunnen collectief versterkt worden. Bij de invoering van de groepsvordering voor consumenten in het nieuwe economisch wetboek  was het compromis dat een groepsvordering niet geldt voor de financiële sector. De bankenmarkt werd immers te fragiel geacht voor dergelijke innovatie. Maar dat is niet voor de eeuwigheid: als de grootbanken hun marktmacht aanwenden om - met steun van de toezichthouder -  klanten op kosten te jagen, dan moeten we die consumenten wapenen met de mogelijkheid tot groepsvordering.

• Tenslotte moet bij verdere concentratie in de bankensector de band tussen zichtrekeningen met de daarbij horende kosten en hypothecair krediet verbroken worden. Nu zitten consumenten vast aan een zichtrekening zolang ze bij een bank een hypothecair krediet hebben. Indien de banken daar misbruik van maken, moet deze koppelverkoop desnoods verboden worden.

TWEET DIT
“Laat de concurrentie maar woeden tussen vele kleine spelers.”

 

3. Conclusie: we moeten beslissen welke combinatie marktwerking-regulering we willen in de bankenmarkt. De visie van gouverneur Coene lijkt te zijn: beperkte concurrentie tussen een beperkt aantal spelers en consensuele regulering op maat van de grootbanken. Onze visie staat daar diametraal tegenover: laat de concurrentie maar woeden tussen vele kleine spelers die de klant met zijn spaargeld wil lokken. Als de regulering sterk genoeg is, kan dat zonder gevaar voor het bankensysteem en is dat enkel positief voor de consument van financiële diensten en producten.