- Door Cis Caes en Yasmine Kherbache -

De ontslagronde na herstructurering bij supermarktketen Carrefour deed de discussie over SWT (werkloosheid met bedrijfstoeslag) oplaaien. Vlaams minister van Werk Philippe Muyters mengde zich in het debat en toonde zich een koele minnaar. Volgens Muyters spoor je zo geen mensen aan om werk te zoeken. Nochtans is niet het SWT-systeem het grote probleem om oudere werkzoekenden aan een job te helpen, wel het beleid van de minister zelf. Daaruit blijkt dat hij al jaren geleden de conclusie trok dat het weinig zin heeft om te investeren in adequate begeleiding voor oudere werkzoekenden.


Inleiding


Het Stelsel van Werkloosheid met bedrijfsToeslag (SWT) is een vorm van ontslag dat een oudere en ontslagen werknemer toelaat om behalve een werkloosheidsuitkering een aanvullende vergoeding te krijgen, betaald door die werkgever. Hij of zijn ontvangt die toeslag tot aan de pensioenleeftijd. Voor Muyters is het simpel: dat SWT-stelsel haalt heel zijn activeringsbeleid voor 55+ers onderuit.  


Toen federaal minister van Werk, Kris Peeters, hem er fijntjes op attent maakte dat amper 18% van de SWT-ers (die ‘aangepast’ beschikbaar moeten zijn) een vacatureaanbod krijgen van de VDAB, reageerde Muyters als door een wesp gestoken. Ook al omdat hij in 2018 bij 5 eerdere herstructureringen zonder verpinken een gunstig advies had gegeven. Voor de minister was de maat vol: hij ging de de VDAB opdracht geven om alle SWT-ers voortaan vacatures toe te sturen… en hen sanctioneren als ze daar niet zouden op ingaan. 


De toon was gezet. Maar de vraag die erop volgt is even simpel: wat heeft de minister belet om dat de voorbije jaren te doen? Wat heeft hem belet om met evenveel enthousiasme werkzoekende 55-plussers op dezelfde manier te activeren? In deze blog gaan we op zoek naar antwoorden.  


SWT in een notendop


Eerst dit: SWT is vandaag in ons land maar mogelijk vanaf 62 jaar. Voor werknemers in zware beroepen en voor mensen met een beperkte arbeidsgeschiktheid na een lange carrière in de bouw is dat 59 jaar. Voor slachtoffers van een herstructurering is dat - beslissing voltallige regering in 2015 - nog 56 jaar. Uiterlijk in 2020 wordt dat 60 jaar.


SWT’ers moeten sinds 2015 ook ‘aangepast beschikbaar zijn’. 



Volgens de definitie van de RVA betekent dat, dat  je als SWT’er:


  • ingeschreven bent/blijft als werkzoekende;

  • passend werk of een passende opleiding moet aanvaarden;

  • je je moet aanbieden bij de gewest-instelling voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding (in Vlaanderen is dat de VDAB)  OF bij een werkgever, wanneer je door de gewest-instelling bent opgeroepen;

  • moet meewerken aan een begeleidingsplan of inschakelingsparcours dat de gewest-instelling voor arbeidsbemiddeling aanbiedt.

Daarnaast zal de gewest-instelling voor arbeidsbemiddeling de SWT’er begeleiden in het kader van een individueel actieplan. Die instelling zal een actieplan voorstellen uiterlijk 9 maanden na de aanvang van de werkloosheid. Dat actieplan is aangepast aan de individuele competentie en ervaring. Het zal regelmatig worden opgevolgd. Na één jaar volgt een globale evaluatie. De SWT-er die zijn verplichtingen niet nakomt, kan tijdelijk of definitief worden uitgesloten van het recht op werkloosheidsuitkering.

Nog dit tot slot: sinds 2015 moeten de ‘gewone’ werkloze 55+ers tot de leeftijd van 60 jaar ook ‘actief’ beschikbaar zijn (vanaf die leeftijd ‘aangepast’) wat betekent dat ze ook zelf actief op zoek moeten naar werk door “zelf gevarieerde acties te ondernemen”.


Evolutie 2011-2018 bij werklozen ouder dan 55 jaar


Onderstaande tabel van de RVA leert ons dat het aantal SWT-ers en oudere werklozen die niet beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt (en dus ‘niet werkzoekend’ zijn) de voorbije jaren sterk is afgenomen. Het betreft dus (bijna uitsluitend) mensen die reeds ontslagen waren voor 1/1/2015.




2011

2018

SWT Land

115.196

69.594

SWT Vlaanderen

79.786

51.900

55+ Land

85.037

23.140

55+Vlaanderen

45.146

11.127






De volgende tabel (bron: opnieuw RVA) leert ons dan weer dat het aantal ‘werkzoekende’, dus beschikbare oudere werklozen en SWT’ers over dezelfde periode substantieel toenam.





2011

2018

SWT land

4.023

8.352

SWT Vlaanderen

2.589

4.911

55+land

53.347

72.283

55+Vlaanderen

22.485

32.331




Stijging nieuwe instroom oudere werkzoekenden zonder SWT in 2017 véél hoger dan instroom SWT-ers


Onderstaande tabel (bron: RVA) zegt ons iets over de ‘instroom’ in 2017 van 55-plussers in de werkloosheid, de nieuwe gevallen. Daarbij zien we dat (door de optrekking van de beschikbaarheidsvereiste) het aantal instromers die beschikbaar moeten zijn in 2017 substantieel hoger lag dan in 2011. Maar vooral leert deze tabel ons dat het aantal oudere werklozen die buiten SWT (dus via “gewoon”ontslag) instromen in de werkloosheid een veelvoud is van het aantal SWT-ers. Binnen die nieuwe instroom aan SWT waren in 1.757 (1.299 Vlaanderen) jonger dan 60 jaar.




2011

2017

SWT Land 

1.662

2.454

SWT Vlaanderen

1.050

1.811

55+ land

6.611

9.659

55+ Vlaanderen

3.399

5.919



Kans op vinden van werk daalt zienderogen naarmate je ouder wordt


De volgende grafiek (bron: VDAB - instroom april 16-maart 17/meting maart 18, dus 12 maanden na instroom) leert ons hoe de kans op het vinden van werk, zelfs voor wie recent werkloos is geworden, in elkaar stuikt naarmate de leeftijd vordert: van de Vlamingen die tussen de 50 en 54 jaar werkloos worden - en zich inschrijven bij de VDAB - is een kleine helft aan het werk. Bij de 60+ers is dat slechts voor 16% het geval.




50-54 jaar

47%

55-59 jaar 

31,5%

+60 jaar

16,2%



Tijdens het tv-debat tussen de ministers Peeters en Muyters over de zaak Carrefour, gaf Muyters toe dat er nauwelijks vacatures worden gestuurd aan SWT-ers, ook al moeten zij sinds 2015 (de nieuwe gevallen) dus beschikbaar zijn. 


Muyters schreef dat toe aan het feit dat - door de toeslag die zij bovenop hun werkloosheidsuitkering en die in beginsel de helft dekt van het verschil tussen de werkloosheidsuitkering en het vroegere (begrensd tot 3.697,61 euro bruto) netto-loon - deze mensen niet gemotiveerd zouden zijn om terug te gaan werken. Om die reden wou hij de werkgevers daar ook niet mee confronteren. Dat zou gebaseerd zijn ‘op gesprekken die de VDAB heeft met deze mensen”.


Dat terwijl de administratieve richtlijn voor de VDAB over de begeleiding van aangepast beschikbare 55-plussers nochtans uitdrukkelijk zegt dat eventuele motivationele problemen de VDAB niet vrijstelt van de opdracht om ook hen te activeren.


De afgelopen 10 jaar is de werkzaamheidsgraad van 55plussers wel gestegen.  Muyters klopt zich daarvoor graag op de borst. Nochtans is de stijgende werkzaamheid geen gevolg van zijn activeringsbeleid.  Het heeft vooral te maken met de veroudering van de beroepsbevolking en de grotere participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt in de afgelopen decennia.   


Het track record van de VDAB


Laten we onze blik even verruimen en kijken wat VDAB aan vacatures stuurt naar àlle werkzoekende 55+ers, ongeacht hun statuut. In mei van dit jaar vroegen we , minister Muyters hoeveel vacatures de 50+ers - volgens type beschikbaarheid en volgens leeftijdsgroep - gemiddeld per periode van 3 maanden krijgen toegestuurd. 


De minister antwoordde dat hij eigenlijk alleen zinnig kon antwoorden op die vraag met cijfers voor de instromers in de periode oktober tot en met december 2016. Hij voegde eraan toe dat het pas zin heeft vacatures te sturen indien 50-plussers voldoende klaar zijn voor de arbeidsmarkt. 


Vandaar dat we in deze blog ook kijken naar de periode van de 7de tot en met de 9de maand na werkloosheid (dus de periode waarin de intensieve begeleiding voor de aangepast beschikbaren moet beginnen). De cijfers van de VDAB (instroom oktober-december 16/acties na 7 tot en met 9 maanden na instroom) liegen niet: het aanbod vacatures door bemiddelaars is heel beperkt op die leeftijd. Nochtans zegt de VDAB-richtlijn over de begeleiding van 55+ers dat “elke aangepast beschikbaar werkzoekende minstens enkele sollicitatie-opdrachten op zijn maat moet aangeboden krijgen, opgevolgd door de bemiddelaar.” Met een dieptepunt van amper 201 vacature-aanbiedingen voor leeftijd tussen 50 en 54 jaar, en 30 voor leeftijd tussen 60 en 64 jaar.





Instroom

Actief beschikbaar

Aangepast beschikbaar

Totaal

50-54

2.147


2.147

55-59

1.253

8

1.261

60-64

17

344

361

7-9 maanden na instroom





50-54 jaar




vacatureaanbod 

1.079


1.079

sollicitatie opdrachten

86


86

mededeling

597


597

55-59 jaar




vacatureaanbod 

200

1

201

sollicitatie opdrachten

56


56

mededeling

194

2

196

60-64 jaar




vacatureaanbod 

3

27

30

sollicitatie opdrachten

1


1

mededeling

7

34

41



Op de vraag hoeveel van de actief of aangepast beschikbaar werkzoekenden onvoldoende meewerken aan het hen aangeboden traject (of zelf onvoldoende zoeken als het actief beschikbaren betreft) zei de minister dat voor 10 gevallen van de voormelde instroom (samen dus 3.769 gevallen) er een melding was gebeurd aan de Controledienst van de VDAB.



Muyters zette zelf de dienstverlening op droog zaad… met alle gevolgen van dien


Onderstaande tabellen geven aan dat voor bijna een derde van de nieuwe werkzoekenden - 8 maanden na inschrijving - de nood aan dienstverlening niet is ingeschat. Maar vooral geven deze tabellen de grote kloof aan tussen zij die niet zelfredzaam worden geacht - en dus persoonlijke hulp nodig hebben - en diegenen die effectief een vorm van ondersteuning ontvangen.




Deze twee tabellen leggen pijnlijk bloot wat van bij de aanvang de beleidslijn was van de VDAB. Bij het opstellen van de benodigde capaciteit (aantal bemiddelaars en uren dat ze kunnen besteden aan begeleiding per werkzoekende) voor de begeleiding van de instroom van 55+er die beschikbaar moeten zijn, is men er vanuit gegaan dat slechts 30% van de aangepast beschikbare (en 60% van de actief beschikbare) vanaf de 8ste maand een intensieve begeleiding zouden krijgen.totaal verkeerd heeft ingeschat. 


Of hoe Muyters de oudere werkzoekende als ‘verloren beschouwde’ om er nog zoveel moeite, energie en geld in te steken.  Dat terwijl de regels voorschrijven dat elke werkzoekende uiterlijk vanaf de 9de maand werkloosheid gedurende 12 maanden ‘een intensief begeleidingstraject’ moet krijgen. Helaas niet dus.



Conclusie: Het gebrek aan motivatie zit hem dus niet bij de oudere werkzoekende, maar bij een beleid dat deze groep à priori heeft afgeschreven en er niet in wil investeren. Dat blijkt ook uit het feit - nogmaals - dat voor amper 10 op de ruim 3.769 oudere werkzoekenden - die in de beschouwde periode zijn ingestroomd - er een melding is geweest dat ze niet (voldoende) meewerken aan wat van hen verwacht wordt.