Gekweld door de hoge temperaturen van de voorbije dagen, gaat iedereen op zoek naar een beetje verkoeling. Het muziekje van de crèmekar veroorzaakt ongeziene volkstoelopen en op de markt wordt er gevochten voor een schaduwrijk terrasplekje. Gisteren zag ik zelfs een facebookevent verschijnen waarbij meer dan 1.000 mensen aankondigen dat ze de namiddag zouden spenderen in de koelcel van Collruyt. 


Even goed gaan heel wat gezinnen op wandel in de bossen of zoeken ze, in het gezelschap van een goed boek, de ideale leesplek onder een stevige boomstam. Bomen zijn immers de natuurlijke airco's van steden en dorpen. De Nederlandse studie 'Groene Stad' berekende dat een volwassen boom een natuurlijk koelvermogen heeft van 20 tot 30 kW: het equivalent van 10 airo's. 


Historisch gezien hebben we echter in de meeste steden en dorpen heel wat bomen en ander groen ingeruild voor beton en asfalt. Heel wat parken werden ingesnoerd om parkeerruimte te creëren en aanwezige beken (die andere sterke koelelementen) werden overbouwd. 

Al die verharding neemt echter veel sneller warmte op. Warmte die direct of gedurende de avond en nacht weer vrijkomt. Dat verklaart waarom onze slaapkamer ook 's nachts snikheet blijven.

In de literatuur spreekt men over het stedelijk hitte-eilandeffect. Op een thermische kaart, springen stedelijke gebieden er onmiddellijk uit.

Een ander nadeel van de verharde steden is dat zij er steeds minder in slagen om bij hevige regen het water te absorberen. Om wateroverlast te vermijden, gaat men dan over tot het plaatsen van dure ondergrondse waterbuffers. En dan heb ik het nog niet over de kwaliteit van onze lucht.

Maar ruimte binnen de stads- en dorpskernen is beperkt en duur. Die ruimte reserveren voor groen vergt een lange termijnvisie op de stad en de moed om die consequent uit te voeren.


Gelukkig groeit in heel wat steden het besef dat blijven uitbreiden en verharden onze kernen onleefbaar en onbetaalbaar maakt. Steeds meer zijn politici overtuigd van de toegevoegde waarde van groen buiten en binnen de stad. Des te meer wanneer dit groen verstandig wordt ingepland en tegelijk gebruikt wordt als speel- en ontmoetingsruimte of als veilige mobiliteitsaders voor voetgangers en fietsers.

In het sterk verkaveld Vlaanderen moeten we ook bewoners betrekken in dit verhaal. Heel wat bestaand groen is immers in private handen. Groendaken en geveltuinen zijn bijvoorbeeld maatregelen met een meerwaarde voor de eigenaar (isolatie), maar die ook voordelen bieden voor de buurt. In sommige steden schenkt men zelfs bomen aan inwoners met een tuin of stimuleert men het gebruik van grasbetontegels bij de aanleg van opritten.


In dit alles speelt het lokaal niveau een cruciale rol. Maar provincies kunnen ze hierin ondersteunen en stimuleren met deskundigheid en subsidies. Ze kunnen er voor zorgen dat nieuwe groene plekken aansluiten op een regionaal netwerk van bestaand waardevol groen. Diezelfde oefening kan ook gemaakt worden met de bestaande bossen die tot grotere en waardevollere gehelen kunnen worden vervlochten.


Samen met jou maak ik graag van Oost-Vlaanderen een plek vol bruisende groene kernen, waardevolle natuurgebieden en natuurrijke beek- en rivieroevers. Kortweg de koelste (en ook coolste) provincie van Vlaanderen.



Met warme groeten,


Julien

2de plaats sp.a Oost-Vlaanderen