Hoog tijd voor een toegankelijk en bruikbaar station!

Defecte liften en roltrappen, ouders die hun buggy de trap op slepen, ouderen en rolstoelgebruikers die zich moeizaam een weg banen naar het perron, toeristen met zware koffers op zoek naar liften … Al maanden lijkt het station van Leuven meer op een ingewikkeld hindernissenparcours dan op een publieke ruimte die voor iedereen aangenaam en toegankelijk zou moeten zijn.

Toegankelijk en bruikbaar

"Dit is een centrumstad als Leuven onwaardig. Hoe is het mogelijk dat duizenden reizigers hier dagelijks hinder van moeten ondervinden? Waarom doet de NMBS hier niets aan?", vragen Dorien Meulenijzer en Mieke Vandermotte (sp.a Leuven) zich af. ‘Twee van de vijf liften op de passerelle waren weer defect tijdens het weekend, momenteel is er nog een buiten werking’, zegt Vandermotte. ‘Door een defecte lift werd vorige week voor mij een trein last-minute verlegd van spoor 2 naar spoor 4, met alle gevolgen van dien voor alle andere treingebruikers’, aldus Meulenijzer.

Liften en roltrappen die werken, zijn geen overbodige luxe voor vele reizigers. Elk perron zou op elk moment bruikbaar en toegankelijk moeten zijn voor iedereen. Daarom vragen Meulenijzer en Vandermotte aan de NMBS om snel werk te maken van kwaliteitsvolle en functionerende liften. Ze stellen zich ook vragen bij de overeenkomst van de NMBS met de private partner die de liften beheert. Ook een goede en permanente werking van roltrappen vormt voor hen een dringende prioriteit.

Daarnaast komen Meulenijzer en Vandermotte met werkbare oplossingen en enkele principes voor een comfortabele, duidelijke en toegankelijke stationsomgeving.

Duidelijke informatie

Leuven station telt zes in/uitgangen en er passeren op werkdagen gemiddeld 33.000 reizigers. In die drukte is het niet vanzelfsprekend je makkelijk een weg te banen naar je bestemming, zeker niet als occasionele gebruiker of als je je moeilijk verplaatst (met rolstoel, rollator, buggy, reiskoffers, plooifiets,..). Bovendien moet je door wijzigingen van sporen en reistijden snel kunnen inspelen op die veranderingen.

Daarom zien Meulenijzer en Vandermotte een grote meerwaarde in duidelijke en geactualiseerde informatie. Ze vragen de NMBS te werken met kleurcontrasten of in gesproken vorm en ook op informeren door middel van pictogrammen en digitale apps. Dat is interessant voor een grote groep mensen, onder andere personen met een beperking, anderstaligen, ouderen of jongeren. Ook stewards die bezoekers helpen bij vragen of problemen zouden al veel kunnen oplossen.

‘Elke bezoeker moet op elk moment weten hoe je vlot op een spoor geraakt. Ook moet NMBS de reiziger beter informeren over hoe je de loketten, de ticketautomaten, de toiletten, de horecazaken enz. bereikt. Of hoe je het makkelijkst naar het stadscentrum wandelt of richting Kessel-Lo uitgaat’, zegt Vandermotte.

Meer dan alleen een toegankelijk gebouw

Dorien Meulenijzer stelt tot slot dat toegankelijkheid gaat om meer dan enkel het gebouw zelf. Zo sluit een perfect toegankelijk gebouw zonder halte van openbaar vervoer in de buurt al een heleboel mensen uit. ‘Aan het Leuvense stationsgebouw zijn er bijvoorbeeld heel wat vervoermogelijkheden. Als rolstoelgebruiker kan ik echter geen van allen onmiddellijk gebruiken. De bus, trein en taxi moeten een hele tijd op voorhand gereserveerd worden voor een rolstoel. Daarom pleit ik voor een rolstoeltaxi die maximaal een half uur op voorhand aan te vragen is. Als hij niet bezet is voor een rolstoelgebruiker, dan kan de taxi ook andere bezoekers vervoeren. In het buitenland zijn er al mooie voorbeelden van dergelijke taxisystemen’, zegt Meulenijzer.

Deze discussie werd gesloten.