Vlaams Parlement, 18 november 2015 Huldebetoon aan de slachtoffers van de aanslagen in Parijs

Het stond 1-1, collega’s. Jan Vertonghen had in Brussel net de gelijkmaker gescoord tegen Italië met een mooie kopgoal. Twintig minuten later ontdekte een steward van het Parijse Stade de France een bomgordel op het lichaam van een bezoeker. Die liep hard weg en blies zichzelf op. In de komende 33 minuten zouden nog zeven aanslagen volgen op veel van wat ons aan het begin van een weekend lief en vertrouwd is: een terrasje, een café, een restaurant en een concertzaal waar een rockband optrad. Er stierven 129 mensen, en er waren bijna 400 gewonden. Wat een doodgewone vrijdagavond leek te worden, werd in een half uur aan flarden gescheurd door acht jonge mannen. Ze wilden wraak nemen op de bombardementen van Frankrijk op IS, ze wilden hun walging voor onze levensstijl en onze waarden uitdrukken in bloed, ze wilden onze samenleving ontwrichten. Dat huiveringwekkende half uur, op vrijdagavond tussen 21.20u en 21.53u, laat zien hoe kwetsbaar onze manier van leven is, en hoe snel alles kan veranderen in een stad. De dagen die volgden op vrijdag 13 november laten ons echter ook een heel andere kant zien. Er kwamen verhalen boven over al de mensen die hun gewonde of stervende medemensen te hulp schoten, en steun en onderdak boden waar ze maar konden. Er waren de terrasjes die zondag al weer aarzelend volliepen. Er waren de overweldigende betuigingen van steun en medeleven van over de hele wereld. De supporters van het Engelse voetbalteam leerden de afgelopen dagen zelfs naarstig de tekst van de Marseillaise uit het hoofd, om samen met de aanhangers van hun Franse tegenstanders gisteravond in het Wembleystadion het Franse volkslied te kunnen zingen. Het is nog nooit vertoond. En het toont ons iets over hoe wij hier op de terreur en haar dreiging moeten reageren. Zonder paniek. Zonder de tegenstellingen op te zoeken. Zonder de onrust en angst uit te buiten voor politiek gewin. Nooit werd na een aanslag zo duidelijk dat vandaag iedereen die geen extremist is, verenigd is tegen de fanatici van IS. Dat is zo in Parijs, in Antwerpen, in Molenbeek en in de hele wereld. *** Dat is onze eerste plicht, hier als Vlaamse politici, collega’s. Om mensen te verenigen rond het doel van een vreedzame en vrije samenleving. Want alleen een hechte samenleving kan vrij zijn, maar een samenleving kan ook maar vrij zijn als ze veilig is. Over het waarborgen van die veiligheid hebben wij onszelf een aantal moeilijke vragen te stellen : - Waarom worden teruggekeerde Syrië-strijders niet systematisch opgevolgd? - Waarom is het zo moeilijk om kordaat op te treden tegen haatpredikers en hun financiers? - Waarom zijn de signalen van een ongeruste leerkracht over een radicaliserende jongere verloren gegaan? Collega’s, in het oplossen van deze problemen heeft Vlaanderen een belangrijke rol te spelen. Dat is geen nieuw inzicht, wij hebben daar samen al voorstellen over uitgewerkt. Als ik de resolutie over de bestrijding van radicalisering herlees die wij over de partijgrenzen heen aangenomen hebben na de aanslag op Charlie Hebdo, vind ik daar bijna alles in terug wat wij met onze bevoegdheden kunnen doen. Er zijn 11 maanden verstreken sinds die aanslag. We zijn vrijdagnacht nogmaals met de neus op de feiten gedrukt. De bevolking vraagt dat we maatregelen nemen. Wij weten wat we kunnen doen. Er is daar zelfs een grote consensus over in dit parlement. Laat ons, collega’s en leden van de Vlaamse Regering, verenigd als we zijn in de afwijzing van gewelddadig radicalisme, verenigd en snel uitvoeren wat we samen beslist hebben.