Ruim 100 mensen hebben zich op vrijdag 24 november  vrijgemaakt voor de studiedag van sp.a over de jobs van morgen en de toekomst van onze arbeidsmarkt. “Een zeer geslaagde middag”, zegt fractieleider en initiatiefnemer Meryame Kitir. “Het toont dat dit thema onze militanten na aan het hart ligt.” De studiedag kaderde in de sessies die we houden ter voorbereiding van ons groot sociaal congres van 17 maart 2018 waar we de sociale bescherming willen actualiseren. 

We wilden nagaan hoe het beleid en het sociaal overleg kunnen zorgen voor een kader waardoor werken ook in toekomst een degelijk inkomen en sociale bescherming waarborgt. Iedereen die wil werken moet daar ook in de toekomst de kans toe krijgen”, zegt Kitir.  “Daarom moeten we eerst een helder beeld krijgen van de uitdagingen die op ons afkomen.” 

Tim Goesaert van het Hiva overliep met ons het onderzoek naar de aard van de nieuwe aanwervingen. Waar ons land historisch een eerder laag aandeel tijdelijke (flexibele) jobs kent, zien we dat bij de nieuwe aanwervingen het bij meer dan de helft van de jobs om tijdelijke jobs gaat. “Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of die intredes via tijdelijk en deeltijds werk ook een opstap zijn naar meer stabiel werk”, zegt Kitir. “Maar de eerste bevindingen lijken eerder uit te wijzen dat de laagste inkomens ook het langst in dat soort contracten blijven zitten.”

Agnieska Piasna van het ETUI toonde aan dat de EU-lidstaten die voluit hebben ingezet om te dereguleren en te flexibiliseren niet meteen meer, laat staan betere jobs hebben gecreëerd. Integendeel, op langere termijn zijn het net de landen die hebben gewaakt over goede lonen en arbeidsomstandigheden die beter scoren op vlak van  economische groei en tewerkstelling. “Investeringen in innovatie en vorming van personeel blijkt op langere termijn te lonen”, vat Kitir samen.

“Een goed uitgebouwde sociale dialoog heeft er in ons land toe bijgedragen dat zelfs in crisisjaren de ongelijkheid niet is toegenomen”, zei Ive Marx in zijn uiteenzetting.  Tegelijk moeten we wel vaststellen dat de verschillen in kans op werk tussen hoog- en laaggeschoolden en mensen met een migratieachtergrond bijna nergens zo groot zijn als bij ons. Marx vertelde ook dat Nederland er veel beter in slaagt om ook ‘kansengroepen’ aan een job te helpen. Vaak deeltijds maar met een aandeel werkende armen dat zeker niet hoger ligt dan in België. “Dat is volgens mij alleen maar mogelijk als de overheid het beperkte arbeidsinkomen ook aanvult tot een leefbaar inkomen’, zegt Meryame Kitir. “In die zin betreur ik de systematische afbouw van de inkomensgarantieuitkering (IGU) voor deeltijds werkenden.”

Volgens professor Marx mogen we niet blind zijn voor de economische behoefte aan flexibiliteit en kan dat kansen creëren voor wie anders uit de boot dreigt te vallen, maar dan moet het volgens hem om om collectief onderhandelde flexibilisering gaan. Hij verwees daarbij naar de gebruiken in de Scandinavische landen.

Karolien Lenaerts en Wouter Pieter de Groen, die als researchers verbonden zijn aan het CEPS, schetsten ons een profiel van de diverse vormen, arbeidsvoorwaarden en profielen van de medewerker van de platformen. Voorlopig gaat het nog om bescheiden niche in de economie en de arbeidsmarkt (0,003% van het Europese BBP) maar met een enorm groeipotentieel. Die snel wijzigende verschijningsvormen maken dat de Europese Commissie noch de lidstaten momenteel een pasklaar antwoord hebben hoe er mee om te gaan. Wat duidelijk is, is dat het kansen biedt (bv. meer autonomie, flexibiliteit op maat van de dienstverlener) maar ook heel veel uitdagingen heeft als het gaat om sociale bescherming en arbeidsvoorwaarden.  Vandaag ontbreekt een aangepast juridisch kader. 

“Het is in ieder geval een grote uitdaging voor de politiek en de sociale partners om daar de komende periode een regelgevend kader voor uit te werken dat ook aan deze mensen een stevige sociale bescherming en deftige arbeidsvoorwaarden kan waarborgen”, besluit Kitir.