Een stijgend aantal scholen maakt gebruik van digitale platformen, zoals Smartschool of Informat, om met ouders en studenten te communiceren. Online platformen en apps worden gelanceerd om snel en efficiënt doktersafspraken te regelen.

De communicatie van de verschillende overheden, mutualiteiten, werkgevers, sportclubs en socio-culturele verenigingen gebeurt steeds vaker via gepersonaliseerde websites en platformen zoals Doccle en Certipost. Bankzaken kunnen snel en vlot geregeld worden via online-banking tools. En ga zo maar door.

Gedwongen

De digitalisering van onze maatschappij zorgt ervoor dat mensen in toenemende mate gedwongen worden mee te stappen in het gebruik van digitale media. Volwaardig participeren in levensdomeinen als onderwijs, cultuur, politiek of arbeid is anders simpelweg niet langer mogelijk.

Waar vind je nog een arbeidsplaats als je zo goed als geen digitale vaardigheden hebt? Hoe ga je om met de continue stroom van informatie en nieuwe tools als je niet de nodige opleiding en hulp krijgt om hier op een mediawijze manier mee om te gaan?

Dit dekt een grote lading: van je kind en je eigen rekening beschermen tegen gebruiksonvriendelijke praktijken als verborgen aankopen in apps, tot sociale uitsluiting in een wereld waar uitnodigingen voor activiteiten of feestjes enkel nog via sociale media verspreid worden.

Hoe kan je als oudere actief participeren aan de lokale seniorenraad als alle communicatie via mail verloopt en je geen computer hebt?

Win-win?

Burgers worden digitale burgers, willens nillens. Jammer voor wie niet mee kan, niet mee wil. Van een vrije digitale keuze – het bewust en vrij kiezen om digitale media niet te gebruiken – is in onze maatschappij quasi geen sprake meer.

Dit wordt bevestigd in het huidige federale regeerakkoord. Het verhoogt de focus op digitalisering en onderschrijft het idee van een 'digitale overheid die maximaal elektronisch communiceert met haar burgers'.

Ook het Vlaamse regeerakkoord sluit hierbij aan en stelt als doel om tegen 2020 'alle administratieve transacties tussen overheid en burgers of lokale besturen en ondernemingen via digitale kanalen aan te bieden, met een maximale benadering vanuit een virtueel en digitaal loket.'

Een doorgedreven digitalisering wordt gerationaliseerd zowel vanuit de noden en behoeften van overheden, private en publieke organisaties als vanuit de (in)directe voordelen voor de burgers: minder onkosten, snellere dienstverlening, beter deelbaar op grote schaal, makkelijker toegankelijke inhoud en diensten. Met andere woorden, de keuze voor digitalisering wordt voorgesteld als een duidelijke win-win voor iedereen.

Klasse

Een schoolvoorbeeld zijn de recente besparingen op het onderwijstijdschrift Klasse. De papieren versie van alle edities van Klasse verdwijnen. Geargumenteerd wordt dat nagenoeg alle leraars, ouders en ook kinderen toegang hebben tot het internet.

Helaas klopt dit niet. Tot op heden zijn welbepaalde groepen uitgesloten uit de digitale wereld.

Er zijn mensen die er resoluut voor kiezen om geen computer te gebruiken, maar vaker worden mensen uitgesloten.

Want niet iedereen kan mee. Terwijl digitaal de nieuwe norm wordt, moeten heel wat mensen aan de zijlijn blijven staan. Ze willen en moeten mee, maar het lukt hen niet.

Kwetsbare doelgroepen worden geconfronteerd met een structureel tekort aan financiële middelen waardoor ze geen computer kunnen kopen of een internetabonnement kunnen betalen. Ze ervaren een gebrek aan kennis en vaardigheden, krijgen te weinig positieve stimulansen of worden onvoldoende ondersteund bij hun gebruik.

Bovendien doorkruisen mechanismen van sociale en digitale uitsluiting elkaar op verschillende fronten. Kansarme mensen ondervinden verschillende moeilijkheden bij het vinden van werk, het volgen van een opleiding of het deelnemen in socio-culturele activiteiten. Door hun gebrek aan toegang tot digitale media en hun gebrek aan mediawijze vaardigheden wordt dit alles in een digitale wereld nog moeilijker.

Ongelijkheid

De digitalisering van dagdagelijkse routines en diensten zorgt voor een verdere verzwakking van de participatiegraad van deze groepen in alle levensdomeinen, en duwt hen nog sterker en sneller naar een leven aan de rand van de maatschappij.

Zo wordt de kloof tussen zij die participeren aan onze kennismaatschappij en zij die noodgedwongen aan de kant blijven nog groter. Dit is de basis van nieuwe, grotere ongelijkheid.

Daarom moet vooreerst dringend werk gemaakt worden van een automatische toekenning van onze rechten door de administraties, zonder dat mensen zelf moeten uitvissen op welke tegemoetkoming, beurzen, et cetera ze recht hebben. Dit alles zonder dat ze zelf een aanvraag moeten indienen en met attesten en invulformulieren zich een weg moeten banen door het bureaucratische bos.

Ten tweede moet meer dan ooit in deze regeringsperiode op alle niveaus – lokaal, regionaal en federaal – gefocust worden op mediawijsheid en e-inclusie. Digitalisering op zich is nodig en nuttig, maar cruciaal is dat deze weg gepaard gaat met een structurele reflectie over wie er uit de boot valt.

Bij alle processen van digitalisering van overheden moet daarom ook de armoedetoets gebeuren. Zo moet er werk gemaakt worden van duurzame initiatieven die de participatie van iedereen garanderen.

Het (her)insluiten van kwetsbare groepen die digitaal uitgesloten zijn, gebeurt momenteel nog te veel ad hoc en wordt overgelaten aan de goodwill van middenveldorganisaties, die hiervoor niet structureel erkend of ondersteund worden en die bovendien nog zullen verplicht zijn te besparen.

Initiatieven als de Digitale Week zijn dan ook broodnodig. Want ook zij die aan de zijlijn staan, verdienen digitale kansen en hebben recht op een leven dat aansluit bij de norm die voor anderen vanzelfsprekend is.

Katia Segers, Vlaams Volksvertegenwoordiger

Ingrid Lieten, Vlaams Volksvertegenwoordiger

Ilse Mariën, onderzoeker

Dit opiniestuk verscheen op MO* Mondiaal Nieuws