Arbeid adelt…maar blijkbaar niet voor iedereen in dezelfde mate. Sommigen wordt zelfs systematisch de toegang tot de arbeidsmarkt ontzegd. Uit de artikels die in De Standaard verschenen blijkt dat grote bedrijven weliswaar vooruitgang boeken inzake diversiteit maar dat de werkvloer nog lang geen afspiegeling is van onze samenleving. Het onderzoek zegt daarenboven niets over de meerderheid van de Vlaamse bedrijven: de KMO’s waar een gestructureerd HR-beleid meestal nog in de kinderschoenen staat.




Maar voor elke Elio, Vincent of Stromae, zijn er velen duizenden die blijven hangen in diepe maatschappelijke achterstand omdat ze eenvoudigweg de deur op hun neus krijgen.

The inconvenient truth van de Vlaamse arbeidsmarkt bestaat er in dat ondanks duizenden niet ingevulde vacatures, sommige werkzoekenden systematisch niet aan de bak komen. Sommige werkgevers blijven weigeren om etnische minderheden in dienst te nemen. Daar waar voor anderen kansengroepen zoals 50-plussers de afgelopen jaren vooruitgang werd geboekt, blijft de discriminatie van nieuwe Belgen bij aanwerving bijzonder schrijnend. Wie wel wordt aangeworven bevindt zich vaker in een precaire situatie: last in, first out. En bij de kansen op doorgroeien naar een kaderfunctie blijkt dat afkomst nog steeds sterk doorweegt ongeacht de eigen talenten.

Yes I can , but will I be allowed?

Natuurlijk zijn er lichtpunten. Heel wat bedrijven, grote en kleine, zetten echt hun beste beentje voor, met de hardnekkigheid van hun overtuiging. Respect! Op basis van talent en doorzettingsvermogen groeien kinderen uit migratie door tot de hoogste regionen in hun discipline. Chapeau!

Maar voor elke Elio, Vincent of Stromae, zijn er velen duizenden die blijven hangen in diepe maatschappelijke achterstand omdat ze eenvoudigweg de deur op hun neus krijgen. Van alle EU-lidstaten kennen we de slechtste participatiegraad van etnische minderheden. Mevrouw Zühal Demir legt in haar reactie, die grotendeels op haar eigen ervaring is gebaseerd en niet ondersteund wordt door de cijfers, de bal in het kamp van de etnische minderheden zelf. Wie discriminatie aanklaagt is een zeurkous die niet omkan met de lichte vormen van discriminatie die zij zelf overwonnen heeft. Wie wil inzetten op bestaanszekerheid, begeleiding en vorming in ruil voor werkbereidheid (voor wat, hoort wat) wordt verweten te “pamperen”.

Doorgeslagen en subjectieve meritocratie uitgesproken door iemand die de top van de politiek bereikt heeft. De nieuwe Belgen moeten de kansen maar grijpen, Vlaanderen doet al genoeg. Zeker, taalachterstand en niet gekwalificeerde uitstroom zijn objectieve factoren die de kansen van mensen op de arbeidsmarkt hypothekeren, maar ook structureel en niet enkel individueel aan te pakken. En hoe verklaart men dan dat ook hooggeschoolde nieuwe Belgen in gelijke mate worden gediscrimineerd?

De discriminatie die een belangrijk kenmerk van onze arbeidsmarkt vormt, zorgt voor verlies tot de derde macht. Wie wil werken maar de toegang tot de arbeidsmarkt wordt ontzegd, verliest uiteraard: een goede job, een inkomen, de mogelijkheid om een eigen huis te kopen, de kans op verdere ontwikkeling en opbouw van eigenwaarde… Uitsluiting leidt ook tot een negatief zelfbeeld en onverschilligheid of tot het slecht inschatten van de eigen mogelijkheden op de arbeidsmarkt, ook als die beperkt zijn. Waarom een opleiding of stage volgen als die toch niet tot een job leidt? Een foute redenering, maar vaak gehoord.

Verloren economisch potentieel

Onderzoek toont aan dat bedrijven en organisaties die een goede weerspiegeling van de maatschappij vormen, beter gewapend zijn om de uitdagingen die de maatschappij hen stelt aan te kunnen. Dat wil zeggen dat bedrijven die zich schuldig maken aan discriminatie, zich zelf een hak zetten. Een bedrijf dat niets wil weten van diversiteit ontzegt zichzelf een deel van zijn economisch potentieel.

Maar ook de overheid en de hele maatschappij lijden verlies. De te hoge werkloosheid bij de nieuwe Belgen kost ons collectief geld. De meest pijnloze besparing in de sociale zekerheid, is mensen aan de slag krijgen. De langdurig openstaande vacatures vormen samen haalbare economische groei die niet gerealiseerd wordt, bijdragen aan de sociale zekerheid die niet geïnd worden. In tegenstelling tot Mevrouw Demir durf ik pleiten voor een versterkte en structurele aanpak: laat ons open en eerlijk de problemen op de arbeidsmarkt erkennen, wederzijdse eerlijke verwachtingen en frustraties uitspreken en daar klare engagementen op bouwen.

We hebben nood aan moedige ambassadeurs die mede-werkgevers overtuigen dat diversiteit geen hinderfactor is, maar een kans op hernieuwde en versterkte groei. Al lang roep ik de overheden op om een voorbeeldrol te spelen: onze administraties en overheidsbedrijven zijn nog lang niet representatief voor de samenleving. Goed bedoelde initiatieven komen niet van grond: diplomafetisjisme is hardnekkig, erkenning van competenties blijft dode letter, weinig ambitieuze streefcijfers worden enkel gehaald als we de berekeningswijze aanpassen. Het sluitstuk van een geloofwaardige aanpak vormt handhaving en sanctionering van wie hardnekkig de wet naast zich neer blijft leggen.

Welk signaal geeft de overheid als de (deels bevoegde) Vlaamse Inspectie in 2012 in totaal 4 PV’s voor discriminatie opstelde?