Die ochtend op een terras aan de Grote Markt van Mechelen. Mevrouw de eerste schepen wordt aangesproken door zowat al wie voorbijkomt, van de beiaardier van Sint-Rombouts tot de fans van KV Mechelen. «Hier sè, de Rudy», zegt Caroline Gennez ze kent de halve stad bij naam. De Rudy heeft zijn sjaal van Malinwa om en legt aan mevrouw de schepen uit waarom hij vier keer per week zalm met broccoli eet. «Goed voor de gezondheid, Caroline», zegt hij. «En veel seksen, natuurlijk.» De kloof tussen de burger en de politica is miniem, hier in Mechelen. En dat wil wat zeggen, want Caroline Gennez (31) is niet van hier. Vijf jaar geleden zei ze niet 'neen' toen Steve Stevaert haar vanuit Sint-Truiden wilde exporteren naar de rode probleemstad Mechelen. Op dat moment stonden de socialisten hier op 16,5%, zoals ze sinds zondag in heel Vlaanderen op 16,5% staan. En dus zei Caroline Gennez weer niet 'nee

Moet ik u nu feliciteren of condoleren?

«Condoleren, met de ongelofelijke optater die we van de kiezer hebben gekregen.»

Met uw partijvoorzitterschap, bedoelde ik.

«Ik heb gemengde gevoelens. Al van bij de eerste uitslagen die binnenliepen, dacht ik: 't is foutu, en 't is nog veel erger dan we hadden zien aankomen. Johan Vande Lanotte zei meteen: 'Vanaf nu leven we in een andere wereld. Alles en iedereen bij de sp.a staat ter discussie. Ook ik.' Op maandagochtend belde hij mij: 'Caroline, ik ga weg. Ik zou graag hebben dat jij voorzitster wordt.

Bel mij direct terug, oké?' Daar zit je dan. Dit was echt niet het parcours dat ik voor mezelf in gedachten had. Toch niet zo plots.»

Hoeveel bedenktijd kreeg u?

«Ik heb een kwartier gevraagd en een halfuur genomen. Als een hele partij in shock is en je ziét die partij graag, zoals ik, dan ga je daarvoor, zonder aarzelen. Zo ben ik: snel nadenken, snel beslissen en ervoor gaan, zonder achterom te kijken. Het enige wat ik Johan nog gevraagd heb, is dat hij de lopende zaken zou afhandelen (350 socialistische medewerkers zaten plots zonder werk, red) en dat hij de democratische verkiezingsprocedures zou doen respecteren.»

De democratische procedures van de sp.a: mogen we daar na maandag eens hard om lachen?

«Het moest snel gaan. En ik heb wel wat ervaring met crisismanagement. Toen ik als buitenstaander van

Sint-Truiden naar Mechelen kwam, heb ik hier ook een partij met vermolmde structuren aangetroffen. Intussen staat die op de rails.»

De manier waarop sp.a maandag heeft gereageerd op de klap van zondag deed denken aan hoe een rotsblok in 'Suske & Wiske' reageert op een klap van Jerommeke: heel even houdt de rots stand, maar daarna valt ze plots uiteen in duizend steentjes.

«Het is logisch dat er the day after veel ongenoegen opborrelt en dat de meningen verdeeld zijn over welke kant het uit moet, maar het ligt nog allemaal te gevoelig om nu al grote conclusies te trekken. Aan Patrick Janssens is gevraagd een hard rapport op te stellen, zonder de kool en de geit te sparen. Een deel van ons verlies was een gevolg van de peilingen, denk ik. We cirkelden constant rond de 20% en veel mensen kwamen me zeggen: 'Maak je geen zorgen, de sossen redden het wel. Jullie zitten toch altijd in de regering?' En dat is ook zo, zeker voor mensen van mijn generatie. Sinds mijn twaalfde zijn de socialisten aan de macht, bijna twintig jaar aan een stuk tot nu dus. Veel paarse kiezers hebben medelijden gekregen met Open Vld, denk ik, en hebben alsnog blauw in plaats van rood gestemd. De groene flank hebben we goed afgedekt, maar langs de travaillistische kant hebben we stemmen verloren aan Lijst Dedecker. De enige conclusie die voor mij duidelijk is, en die we ook al konden trekken na de gemeenteraadsverkiezingen, is dat wij te veel een stedelijke partij zijn. Vlaanderen is hooguit verstedelijkt, maar het is niét zo dat het één grote stad is.»

Paars was hip en erg gericht op Antwerpen, Gent, en neem er nog Leuven en Mechelen bij. Al wat daarbuiten lag, werd geminacht als 'la Flandre profonde', conservatief, achterlijk en ei zo na ongeletterd. Zoveel elitarisme, dan vráág je als sp.a toch om problemen?

«De sp.a moét geen stadspartij zijn, net zoals ze zich niet specifiek op het platteland moet richten. Wij moeten van iedereen zijn.»

«Neem mijzelf. Ik kom uit Limburg, waar geen steden zijn. Hier in Mechelen vinden ze me eigenlijk een 'boerenmeiske', maar als ik terugkeer naar Sint-Truiden, vinden ze me daar een hippe vogel uit de stad. Ik voel me geen van beide. Of de twee.»

Op het Vlaamse platteland haalt de sp.a soms niet eens meer 10 %.

«Binnenkort vechten we tegen de kiesdrempel, bedoel je? Neen, in alle ernst: onze boodschap ging naar het hoofd van de mensen, niet naar hun hart. En dan nog: bij veel mensen ging die boodschap niet naar hun hoofd, maar erover. We hadden meer warmte moeten tonen, meer menselijke betrokkenheid. Johan en Frank (Vandenbroucke, red) zijn professoren, en dat hoor je. Ik bén geen prof, en dat is er wellicht ook aan te horen.»

Zal u als voorzitster warmer zijn dan Johan Vande Lanotte?

«Ik ben vlotter en spontaner in de omgang, maar dat heeft ook met leeftijd te maken ik ben 20 jaar jonger.

En ik amuseer me even goed in een volkscafé of op de tribunes van de Malinwa als aan de bar van het theater.

De sp.a-lijsten leken zo gedoseerd als het recept in een kookboek: men neme enkele vrouwelijke professoren, men voege enkele arbeiders en vakbondslui toe, men overgiete dat rijkelijk met hippe allochtonen en men strooie er wat groene blaadjes over. Fraai, maar uw kiezers lustten het blijkbaar niet.

«Lag het daaraan? Je moét natuurlijk een breed spectrum aan mensen op je lijsten zetten, maar het mogen geen symboolkandidaten zijn. Misschien heeft de sp.a te veel met conceptpolitici gewerkt, mensen met een sterk profiel in hun eigen vakgebied maar zonder achterban en niet ingebed in de samenleving. Politiek is niet iets wat je eens een keer probeert, om er deeltijds van te proeven of omdat je eens van job wil veranderen. Politiek veronderstelt een grote drive. Politiek is van moéten.»

Het moet voor Johan Vande Lanotte een schok geweest zijn dat een deel van zijn kiezers uitgerekend naar Jean-Marie Dedecker is overgelopen. Moet het voortaan bij de sp.a allemaal iets directer, iets harder, iets platter desnoods?

«Socialisme zal volks zijn of het zal niét zijn, vind ik. Maar dat wil niet zeggen dat je helemaal 'back to basics' moet, wat ik nu her en der al hoor bepleiten. Je moet niet het socialisme van 20 jaar geleden bepleiten. Miserabilisme is niet meer van deze tijd. Het is niét zo dat de sp.a er alleen maar voor de armen, de gepensioneerden, de zieken en de werklozen moet zijn, en zelfs niet alleen voor de hardwerkende tweeverdieners met kinderen. Ik ben een kind van zelfstandigen. Mijn moeder baatte de cafetaria van een sportclub uit. Toen ik in de politiek ging, klaagde ze: 'Maar meiske toch, dat is slecht voor de zaak! En dan nog voor de sossen!' Da's waanzin, natuurlijk. Ook voor die middenklasse moet de sp.a opkomen.»

Maar tegelijk loopt uw traditionele achterban leeg richting VB, Dedecker of CD&V. De roep om een terugkeer naar de sociale zekerheid, à la Tobback in 1995, zal luid weerklinken.

«Grappig. Toen Louis partijvoorzitter was, noemden ze mij altijd 'de kleine Tobback'. Omdat ik even cassant kon zijn als hij. Inmiddels is er een andere 'kleine Tobback' natuurlijk.»

Erik De Bruyn van sp.a-Rood haalde zwaar uit naar u. 'Voor sommigen betekent maatschappelijk onrecht: een rugblessure die een voortijdig einde maakt aan de droom van een professionele tenniscarrière.'

«Flauw hoor. De Bruyn speelt niet de bal maar de vrouw. Het is toch niet omdat je niet continu in een rood T-shirt en op kapotte schoenen rondloopt dat je een betere socialist bent? En het is verdorie toch niet omdat je zelf ooit arm bent geweest dat je als socialist echter of geloofwaardiger zou zijn? We hebben er met de SP verdomme 100 jaar voor gevochten om mensen uit de klei en de ellende te tillen. Ik kom niét uit een socialistisch nest. Socialisme was bij mij niet erfelijk. Ik heb er zélf voor gekozen, met volle overtuiging.»

U was 14, 15 jaar toen die rugblessure uw veelbelovende tenniscarrière heeft gekraakt. Hoe goed had u kunnen worden?

«Wie zal dat zeggen? Ik ben drie jaar jonger dan Sabine Appelmans, maar ik zat samen met haar op de Vlaamse tennisschool. Er is aan mij geen Kim Clijsters verloren gegaan, en wellicht ook geen tweede Appelmans of Monami, maar ik won toen wél tegen Laurence Courtois (die op haar 19de in de top-50 van de wereld stond, red.). Ik was niet uitsluitend met tennis bezig. Ik studeerde Latijn-Griekse, wat al die andere meisjes raar vonden. Maar ik vind sport nog altijd het meest pakkende wat er is. Ik zit te snotteren als Justine Henin voor de vierde keer Roland Garros wint.»

Is politiek ook competitie?

«Neen, niet voor mij. Politiek is: voor zoveel mogelijk mensen het goede doen. Hoe klef dat ook klinkt.»

Hoezo, klef? Alle CD&V'ers zeggen hetzelfde, maar dan zonder gêne. Tsjeven vinden dat gewoon warm. Alleen coole sp.a'ers vinden dat 'klef'.

«Neen, ook wij mogen geen schrik hebben van een beetje warmte.»

Straks duikt u onvermijdelijk op in de strip van Erik Meynen. Hij is druk op u aan het oefenen, zegt hij. Welke trekken zal hij uitvergroten, denkt u?

«Keuze te over. Zeg het zelf maar.»

Ik gok op uw volle lippen en uw volle boezem.

«Tja, die héb ik nu eenmaal, en ik ben niet van plan om er een chirurg op los te laten omdat ik toevallig aan politiek doe. Echt waar, dat hele babe-gedoe gaat totaal aan mij voorbij.»

U was de talk of the town toen u vorig jaar plots zoveel slanker werd. Mag ik u vragen hoeveel er af is?

«Tien kilogram, schat ik. Maar ik weet het niet precies. Ik heb thuis geen weegschaal.»

Loog ze.

«Echt waar, kam het huis uit. Ik heb ook geen dieet gevolgd. De gemeenteraadsverkiezingen waren gewoon zo slopend dat ik fel vermagerd ben. Vaak vergat ik gewoon te eten. Ik heb een paar maatjes minder nu, maar ik heb niet eens de tijd gehad om te gaan shoppen. Ik doé dat ook niet graag.»

Neen, maar in vergelijking met uw stadsgenote Inge Vervotte en haar zwarte nylons in volle zomer bent u een toonbeeld van frivoliteit en vrouwelijkheid.

«Vrouwelijk of niet, je moet vooral jezelf zijn. Authentiek. De Inge Vervotte die ik ken, kleedt zich onopvallend omdat ze zich daar goed bij voelt. Ik vind Inge veel minder zichzelf als ze zwaar opgemaakt is, zoals onlangs bij jullie op de cover van NINA. Maar ik zal nooit iemand beoordelen op basis van zijn uiterlijk. Vroeger liepen al mijn vrienden new-wavers er als zwarte raven bij, nadien als grungers. Ikzelf liep daar altijd tussen in simpele jeans en T-shirt.»

Wim Schamp vond dat u en Freya iets meer klasse mochten uitstralen, een beetje meer Ségolène Royal.

«Ach, Wim Schamp. Sta me toe. (Lacht) Schrijf maar: lacht schamper. Ik heb nog nooit in mijn leven een deux-pièceke gedragen en ik zou niet weten wat ik gemist heb. Ik heb daar nog ruim de tijd voor Ségolène is 20 jaar ouder dan ik.»

Op uw website zegt een zekere Geert: 'Caroline, je hebt een lijf om van te snoepen.'

«Oei. Oei, oei, oei.»

Uw grootste bewonderaar is een zekere Fredman.

Ik dacht zelfs eventjes: dat is de samentrekking van...

(Schaterlach) «Fred Erdman! Die was voorzitter toen ik jongerenvoorzitster was. En wat zegt die dan wel, die Fredman?»

'Caroline', schrijft hij, 'je bent de meest sexy politica van het moment.'

«Hij mag dat vinden, maar het rare is: in het echte leven niet op tv dus vindt niémand mij een babe.»

Ik hoor de eerste Mechelse klanken in uw taal. U verraadt zichzelf niet meer meteen als Truiense.

«Ik vrees dat ik in de oren van een échte Mechelaar nog altijd heel erg Limburgs klink. (Lacht) Het boerenmeiske. Maar ze kénnen me hier intussen wel.»

U bent 31. Pas 31.

«Ja, da's jong, maar ik moet de sp.a niet in mijn eentje uit het moeras trekken. Het Teletubbie-model (met Stevaert, Vande Lanotte, Vandenbroucke en Janssens, red.) heeft zijn beste tijd gehad. Het is tijd voor een nieuwe generatie, met Pascal Smet, Freya, Kathleen, Bruno, Peter en een aantal twintigers.»

Indien ouder dan 40, zich onthouden?

«Neen, maar we moeten eerlijk toegeven dat de veertigers van nu een beetje de verloren generatie van de sp.a zijn. En niet enkel bij ons. Vroeger, in de tijd van Louis Tobback, duurden carrières heel lang. Nu schakelt men heel snel over naar piepjong. Die tussengeneratie valt dan tussen de plooien. Maar ik zal ook hen nauw betrekken bij wat we doen. Na rijp overleg zelf de beslissing nemen: dat is mijn stijl.»

Johanna Vande Lanotte?

«Neen. Ik ben geen IJzeren Dame. Absoluut niet. (Lacht) Zeer kordaat, dat wel. En zeer eerlijk en recht voor de raap, dat ook.»

Begrijpt u Freya?

«Natuurlijk. Maar heeft ze dat kattebelletje geschreven omdát ze vrouw is, denk je?»

Omdat ze rust nodig heeft. En omdat ze moeder is. Wat u niét bent.

«Neen, dat klopt. Het is ook voor mij allemaal snel gegaan, maar wel stap voor stap. Ik ben ook niet iemand die snel onder de indruk is van functies of mensen. Ik heb in mijn leven maar één idool gehad: Nelson Mandela. In Zuid-Afrika stond hij eens vlakbij me op een meeting. Wel, zelfs toen was ik niet uit mijn lood geslagen. De tijd zal uitwijzen of ik gelijk had, maar als ik straks begin aan mijn opdracht als partijvoorzitster, zal het niet met schrik zijn.»