Aan hard werken ontleen ik voor een deel mijn geluk. Ik ben geen workaholic, maar ik zou mijn job toch niet zo graag doen als ik die met minder overgave zou uitvoeren. Als politicus kun je moeilijk zeggen: nu ga ik even de riemen afgooien. Je bent voortdurend aanspreekbaar. Dat is goed en inspirerend, maar minder leuk als een wildvreemde je komt verwijten dat je te weinig doet voor de mindervaliden, net op het moment dat je de eerste hap spaghetti wil nemen.

Burgemeesters van kleine gemeenten hebben wat dat betreft ongetwijfeld meer stress dan ik. Federale politiek is dan weer veel complexer dan gemeentepolitiek. Ik combineer beide niveaus en dat is ontzettend zwaar. Maar het is ook een nuttige combinatie. In Mechelen doe ik veel praktijkervaring op voor de theorie van de Wetstraat.

Ook bij mijn nieuwe taak als voorzitter van de SP.A komt veel werk kijken. De jongste verkiezingsresultaten hebben veel troostwoorden en massagewerk gevergd en de SP.A is een woelige en vrij hiërarchische partij. Ik heb een enorme verantwoordelijkheid, maar dan een die een heel warm gevoel geeft.

Je moet als politicus voortdurend alert blijven. Schaduwgevechten zijn een oorzaak van stress, zeker als jonge voorzitter met allemaal door de wol geverfde politici om je heen. En mijn privéleven? Dat blijft prettig, ja. Maar ik zie erop toe dat ik zo nu en dan mijn agenda eens helemaal blokkeer.'