VBO-topman Bart Buysse houdt een vurig pleidooi voor een flexibele arbeidsorganisatie en soepele arbeidstijden (De Tijd, 17 februari). ‘Nacht- en weekendwerk moet goedkoper in ons land. Als we niet moderniseren, missen we kansen’, klinkt het. Ik ben het daar niet mee eens. Als we het debat over arbeidsorganisatie niet op een fundamenteel niveau voeren, missen we de grootste kans van allemaal: die om de zaken radicaal anders aan te pakken.

Op het eerste zicht mag dit slechts een discussie lijken over de stugge regels van het Belgisch arbeidsrecht. Maar dat is het niet. Dit gaat veel verder. Het gaat over de maatschappij die wij willen.

'Ons arbeidsrecht houdt geen rekening met de geglobaliseerde economie. Mensen die vandaag iets bestellen via internet, willen het product morgen in handen hebben. We verwachten van bedrijven dat ze wendbaar en flexibel zijn, maar de wetgeving laat dat onvoldoende toe’ laat Buysse in deze krant noteren.

Ik dank dat onbuigzame arbeidsrecht uit het diepst van mijn hart, want blijkbaar is het zowat de laatste buffer tegen de complete zinsverbijstering.

Ik slik even als ik dit lees en dank dat onbuigzame arbeidsrecht uit het diepst van mijn hart, want blijkbaar is het zowat de laatste buffer tegen de complete zinsverbijstering. Wil Buysse echt onze manier van leven ondergeschikt maken aan de snelheid waarmee consumenten een pakketje willen? Wil hij een gezonde werk-levenbalans opofferen voor een zo snel mogelijke bevrediging van de wensen van de koper-op-afstand? Is dat echt het hoogste goed in zijn waardenschaal? Of is die waardenschaal al ingeburgerd, en gaat het om een denkwijze die zich in ons collectief bewustzijn heeft gebeiteld als ware het een natuurwet?

Als jonge dertiger vind ik het zorgwekkend dat ik verschillende leeftijdsgenoten ken die de afgelopen jaren zijn onderuit gegaan aan de cocktail van torenhoge verwachtingen, buitensporige prestatiedrang en een bomvolle agenda. Of het nu over jonge werknemers, freelancers of startende ondernemers gaat, ik zie ons allemaal koortsachtig trappelen om toch maar het hoofd boven water te houden.

We plooien ons dubbel om werk- en opdrachtgevers te plezieren en we vinden het haast vanzelfsprekend om onze mentale en fysieke gezondheid weg te cijferen. Drie weken per jaar gunnen we onszelf tijd om te herbronnen en hopen we daarmee voldoende energie op te doen om de volgende elf maanden heelhuids door te komen. We proberen krampachtig een samenlevingsmodel in stand te houden dat voor velen een voortdurende bron van stress is.

Collectieve waanzin vind ik het. En ja, ik ben ervan overtuigd dat het anders kan - en dat we daarvoor zelf de sleutels in handen hebben.

Kan het anders? Durven we ons een maatschappij in te beelden waarbij een gezin op zondag wel tijd heeft om gezellig lang aan tafel te blijven zitten? Kunnen we ons een maatschappij inbeelden waarbij niet de economie maar wel de mens het ritme dicteert? Mogen we ons een maatschappij inbeelden weg van de afgrond? De afgrond van een samenleving met alsmaar meer flexibiliteit voor minder loon, voor minder rechten, voor minder bescherming, en dat alleen om een pakje een dag sneller bij een klant te krijgen?

Op het eerste zicht mag dit slechts een discussie lijken over de stugge regels van het Belgisch arbeidsrecht. Maar dat is het niet. Dit gaat veel verder. Het gaat over de maatschappij die wij willen. En dat betekent dat we moeten durven denken, dromen, verbeelden. En daaraan, aan dat beeld van een goede samenleving, moeten de regels zich aanpassen. Niet aan de droom van Bart Buysse om de consument sneller te plezieren dan de wind.

Buysse droomt een droom van winstmaximalisatie, hoge rendementen op kapitaal en goedkope arbeid, inzetbaar als het past, wegwerpbaar als het niet past. Hij mag dromen wat hij wenst. Maar mag ik van iets anders dromen? Kunnen wíj van iets anders dromen?

Van een maatschappij waarin iedereen de kans heeft er voluit voor te gaan, maar ook het recht om wat gas terug te nemen wanneer dat nodig is. Een maatschappij waarin hard werk eerlijk beloond en gewaardeerd wordt, maar waarin ook respect is voor wie niet mee kan. Een maatschappij waarin de economie haar plaats heeft, maar waarin gezin, vrienden en vrije tijd op een zelfde hoogte staan.

Dat is een fundamenteel andere maatschappij, dan die uit Buysses droom. Als wij die andere maatschappij kunnen dromen, kunnen we ze ook bouwen. En als dat betekent dat ik mijn Valentijn-cadeautje bij bol.com volgend jaar een dagje eerder moet bestellen, zal mijn liefde daar niet minder groot om zijn.