“In een steeds explosievere wereld, heeft onze regering een angstaanjagende visie op kernwapens”

Op 6 augustus 1945 werd een Amerikaanse atoombom gedropt op Hiroshima en drie dagen later nog één op Nagasaki. Twee lichtflitsen die honderdduizenden Japanse burgers in een fractie van een seconde van de wereldkaart veegden. Nog eens een paar honderdduizend zouden aan de gevolgen van de nucleaire straling overlijden. Deze gebeurtenis was het begin van de Koude Oorlog en de kernwapenrace tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. De wereld hield angstig de adem in. Vandaag dreigt Noord-Korea de VS te vernietigen met een raketaanval, dreigen terreurgroepen als IS kernwapens te kopen, te bouwen of te stelen. Heeft Donald Trump, de meest impulsieve Amerikaanse president ooit, verklaard het gebruik van nucleaire wapens niet uit te sluiten. Trump blies de gesprekken met Rusland over de verdere afbouw van het arsenaal af. Hij wil niet minder kernwapens, maar méér. Sinds het eind van de Koude Oorlog is de angst voor een nucleaire oorlog misschien weg, het risico is dat geenszins. Momenteel beschikken reeds negen landen over kernwapens. Alle negen moderniseren continu, in meerdere duizenden miljarden euro kostende operaties, hun kernwapenarsenaal. De technologie en de kennis over hoe deze wapens te ontwikkelen, verspreidt zich steeds verder. De ontploffing van zelfs maar een paar van de in totaal 15.000 kernbommen riskeert direct en indirect miljoenen slachtoffers te maken.

Ook in ons land gaat het de verkeerde kant op. Elk debat over de in Kleine Brogel opgeslagen tactische kernbommen wordt door de meerderheid in de kiem gesmoord. Dit jaar beslisten de regeringspartijen om enkel gevechtsvliegtuigen aan te kopen die over een zogeheten ‘nucleaire optie’ beschikken. België moet dus één van die weinige landen blijven die kernwapens van een ander land wil opslaan op zijn eigen grondgebied en indien nodig transporteren. Het enige streepje zon achter de nucleaire wolk die boven onze wereld hangt, is het verdrag dat op 7 juli 2017 in New York werd afgesloten. Een wereldwijd verbodsverdrag op kernwapens dat door 122 landen en dus bijna twee derde van alle landen werd ondertekend. Een historisch, idealistisch en hoopvol signaal richting de negen kernwapenstaten. U zou denken dat België, gezien zijn geschiedenis als voortrekker in de strijd tegen chemische wapens, landmijnen en clusterbommen, ook een wegbereider was in deze onderhandelingen? Helaas. België was niet eens aanwezig. Als NAVO-lidstaat wou ons land liever niet aanschuiven, uit solidariteit met kernwapenstaat Amerika. Het is triest dat we niet langer voor onszelf kunnen denken. In het regeerakkoord, dat door de regeringsleden voortdurend heilig wordt verklaard, staat dat: “We blijven ijveren voor internationale initiatieven met het oog op een verbod of minstens een betere controle op wapensystemen met een willekeurig bereik en/of een buitensporig effect op burgers.” Die passage kunnen we schrappen. In een steeds explosievere wereld gaat onze regering uit van de angstaanjagende visie dat kernwapens nodig zijn om andere staten af te schrikken. Die visie werd al weerlegd door de vorige president van de Verenigde Staten die zei dat totale ontwapening de enige weg is die de angst kan wegnemen en een wereldwijde catastrofe kan vermijden.

Onze regering kan nog steeds zijn handtekening onder het verdrag van New York plaatsen. Ik wil haar daar graag toe oproepen en zal in de Kamer de 150 leden om steun vragen. We kunnen immers blijven schreeuwen dat we tegen nucleaire wapens zijn en voor vrede, maar op het eind van de rit worden we afgerekend op onze daden. Laat ons vandaag even stilstaan bij die twee allesvernietigende lichtflitsen uit augustus 1945 en vervolgens de moed bijeen rapen om het 123ste land te worden dat het verbod op kernwapens onderschrijft.

Deze discussie werd gesloten.