De gewezen Leuvense schepen Arthur Vanzeebroeck (SP.A) is afgelopen zaterdag op 85-jarige leeftijd overleden. Arthur heeft als schepen van onder andere sport een indrukwekkende palmares van sportieve realisaties nagelaten. Hij stond bijvoorbeeld mee aan de wieg van het grote sportcomplex  Sportoase en tal van andere sportieve uitbreidingen van de Leuvense sportinfrastructiuur (voetbalvelden Bruineveld, hockeycentrum,...). We vroegen aan gemeenteraadslid én historiograaf van het socialisme in Leuven, Jaak Brepoels, om een in memoriam te schrijven zoals Arthur het zou willen. Met een kwinkslag.

‘Den Turre’ heeft ons verlaten. Met hem niet vele anekdotes, maar vooral heel wat grappen en grollen die hij zelf misschien graag tot het Leuvense erfgoed had gerekend, maar klassiekers met haar op waar hij zelf een lokale zwier aan gaf.

Bij al wie hem in welke rol ook kende, was in dat opzicht berucht en bij pot en Stella een heerlijk smaakmaker. In het schepencollege was hij het die vaak de ernst, die het stadsbestuur toen nog kenmerkte, doorbrak en voor de ludieke verpozing zorgde met een kwinkslag.

In de voorhistorische tijden toen OHL nog niet bestond en op het Philipsterrein nog afstandsbedieningen en ander elektronisch tuig van de band rolden, stond hij pal voor de sport. Hij was een fanatiek ‘Daring’-man en dat betekent: atletiek. Met de ‘staat’ had hij wat problemen, niet omdat hij anarchistisch ingesteld was, maar omdat ‘Den Dreef’ in zijn ogen wat veraf stond van de gewone man of vrouw.

In de onmiddellijk naoorlogse jaren spurtte hij zelf aardig wat weg op de korte loopafstand. Ook in de politiek liep hij vaak kort door de bocht, vechtend voor de atletiekpiste in Kessel-Lo, voor een duurzame zaal voor de basket. Wie een decennium geleden de idee opperde dat Hal 9 van de Centrale Werkplaatsen misschien onderdak kon bieden aan een sportzaal, kon rekenen op Tuurs eeuwige verdoemenis. En gelijk had hij.

De tijdelijke oplossing voor de Leuvense basket in het atheneum, en de duurzame in Sportoase was het resultaat van zijn vasthoudende koppigheid. En balorig was hij ook bij al de nieuwlichterij, die een vlotte doorstroom van auto’s ook maar een haar of verkeersremmer voor de wielen smeet.

Hij zette zijn eerste stappen in de politiek in 1959 in de schaduw van Franz Tielemans, die in dat jaar de burgemeesterssjerp had moeten doorgeven aan de even legendarische Fons Smets. Bij elke verkiezingsslag sierde zijn beeltenis veelkleurig het stadsbeeld. Hij bleef onafgebroken in de Gotische zaal van het stadhuis tot in 2001 toen hij alhoewel verkozen de fakkel doorgaf.

Tweeënveertig jaar was hij gemeenteraadslid, een record dat tot spijt van vriend-kameraad en tegenstander enkel door de huidige burgemeester verbroken wordt. Tussen 1974 en 1976 was ook hij schepen van Sport en Feestelijkheden in het kleine Leuven van voor de fusie. Het waren bevoegdheden die hem op het lijf gegoten waren. Van 1995 tot 2000 zette hij als schepen van Sport en Milieu in het grote Leuven de argeloze burger aan het bewegen én aan het recycleren. Beroepshalve was hij werkzaam bij de Socialistische Mutualiteiten. SM-propagandist, al roept dat vandaag geheel andere associaties op.

Tuur, de laatste jaren van je leven werd je niet gespaard van kommer en kwel: de gezondheid van je kwieke lijf liet het wat afweten, het afscheid van dierbaren, dicht bij jou in je privé-leven en in de socialistische beweging viel zwaar. Maar weet dat je kwinkslagen ons bij blijven. Bedankt dat je er was.