Economen Koen Schoors en Gert Peersman hebben opnieuw hun voorstel bepleit om de loonlastenverlaging te financieren met een btw-verhoging. Volgens hen is dat een veel beter scenario dan de btw-verlaging op elektriciteit, gekoppeld aan een extra lastenverlaging van 400 miljoen euro in 2015. Hun voorstel om zo 15.000 jobs te creëren, oogt mooi, zegt Johan Vande Lanotte, maar er is iets dat ze gemakshalve vergeten te vermelden. Om hun rekening te laten kloppen is een indexsprong nodig, en dat is een brug te ver.

Na meer dan vijf jaar crisis kan ik niet aanvaarden dat nog maar eens een extra bijdrage aan de mensen wordt gevraagd.

De echte discussie gaat niet over de scenario's, de tabellen en de cijfertjes erachter", vindt vicepremier Johan Vande Lanotte. "Fundamenteel gaat het om een duidelijk verschillende visie op maatschappij en politiek. Wie heeft voordeel bij de maatregel en wie betaalt? Want uiteindelijk bestaan er geen wondermiddelen. Iemand moet het betalen.

In ons voorstel winnen de gezinnen en de bedrijven, en investeert de overheid. In het alternatieve voorstel met btw-verhoging winnen de bedrijven, investeert de overheid niet en betalen de gezinnen. Bovendien vergeten de auteurs erbij te vermelden dat om hun voorstel te doen kloppen, de lonen niet aangepast kunnen worden aan de duurdere prijzen ten gevolge van de btw-verhoging. Een indexsprong op kosten van de gezinnen, dus. Na meer dan vijf jaar crisis kan ik niet aanvaarden dat nog maar eens een extra bijdrage aan de mensen wordt gevraagd, terwijl de economie en de overheidsfinanciën langzaam maar zeker weer gezonder worden. De oplossing moet er komen door een investering vanuit de overheid, die mogelijk gemaakt wordt door verantwoorde besparingen en een verschuiving naar inkomsten uit vermogen. Zo werd de lastenverlaging van 2013 en 2014 overigens ook gefinancierd.

Maar daar stopt het niet. De gemiddelde kosten voor de gezinnen lijken op het eerste gezicht wel mee te vallen. Maar achter dat gemiddelde gaat een verschillende impact voor verschillende inkomensgroepen schuil. In beide modellen is er één groep die duidelijk wint. Dat zijn de meer dan 15.000 mensen die dankzij de maatregel een job vinden. Dat aantal ligt voor beide voorstellen ongeveer even hoog.

In ons voorstel winnen de 50 procent laagste inkomens aan koopkracht. De hoogste inkomens moeten een beetje inleveren door de latere indexering van hun loon, al dalen ook hun kosten voor elektriciteit met gemiddeld een goede 60 euro. Peanuts voor hen, het verschil tussen een koud en een warm huis tijdens een koude winter voor anderen.

In het voorstel van Peersman en Schoors zien we een heel ander effect. De verlaging van de loonlasten wordt bij hen betaald door de gezinnen, maar niet alle gezinnen voelen dat evenveel. Het zijn de gezinnen met een lager inkomen die het meest verliezen. Want: het zijn de lagere inkomens die het grootste deel van het inkomen effectief besteden aan consumptie en dus verhoudingsgewijs de meeste btw betalen.

De aanslepende discussie over de btw-verlaging op elektriciteit is helaas symptomatisch voor de manier waarop het debat in Vlaanderen vandaag gevoerd wordt. Aan voorstellen om de lasten voor bedrijven te verlagen is er geen gebrek. Maar of het nu gaat om mini-jobs, een slechtere sociale bescherming, het einde van de automatische indexering of een btw-verhogingen, één ding hebben ze altijd gemeen: het zijn de gewone mensen die het gelag betalen.

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard van 14 november.