Ina Stabergh is de eerste stadsdichter van Diest en tevens eerste vrouwelijke stadsdichter van Vlaanderen. In een vorig leven was ze lerares technische en huishoudekundige vakken. Ze is de fiere mama van drie kinderen, oma van zes kleinkinderen en partner van Fred Jonckers.

Zondag 24 februari

[image] Gisteren waren de kindjes van zoon Stef hier. Van ’s middags tot ’s avonds. We gingen hen afhalen aan het zwembad. Ze waren er op sportkamp geweest. Turnen en zwemmen in groep en onder begeleiding noemen zij ‘sportkamp’. Tof als je die kleuters met hun sportzakje ziet buiten wandelen. “En nu rijden we naar het huis van opa en oma om leuke dingen te doen”, zei Jente. En toen Silke aan het opsommen ging en Jente ook verder praatte, vroeg Silke hem even te wachten tot zij uitgepraat was. Even later hoorden we Loran in zijn brabbeltaaltje ook om aandacht vragen. We zijn even aan de kant van de weg gaan staan om ze alle drie om beurt aan het woord te laten. We stonden tegenover de ingang van het provinciaal domein ‘De Halve Maan’ en openden alzo poortjes voor nieuwe associaties.

Zoals elke keer als ze met z’n drieën komen, spraken we af wat we zouden doen. Om beurt mochten ze iets kiezen, dat werd dan in een volgorde gepast en het spel kon beginnen. Fietsen op het wegje naast de meidoornhaag. Naar het speelkamertje om speelgoed te kiezen. Samen kijken naar de film ‘De wonderbaarlijke reis van de kleine Niels Holgersson.’ Even buiten spelen met de bal en gaan zoeken op welke plaatsen in de tuin al bloemen open staan: mini-narcisjes, blauwe druifjes en krokussen stonden verspreid op zeven plaatsen. Bij hen thuis waren de paasbloemen groter zei Silke, zij had die geplant vóór ze in hun nieuwe huis gingen wonen. “Als je goed kijkt Silke, zie je dat er hier ook grote paasbloemen staan, maar die gaan later open omdat oma en opa op een berg wonen”, zei Jente. Hij moest alles maar één keer horen. Opa had het hem eens verteld. Naar zaterdagse gewoonte zijn de kinderen en kleinkinderen rond 17.00 uur broodjes komen eten en ondertussen werd over de voorbije week verteld.. Als iedereen weer weg was, hebben Fred en ik nog wat nagepraat.

Ook voor ons was het een drukke week. Er waren de creatieve schrijfateliers bij alle derde jaars in Agnetendal te Peer en in de bibliotheek van Lanaken. Prachtige bib. Drie verdiepingen hoog met zowel een uitgebreide afdeling met kinderboeken als met fictie en non-fictie, cd’s en dvd’s. Aan de ingang kom je in een glazen serre terecht, waar een plaatselijke kunstenaar tentoonstelt. Met de jongeren hebben we elfjes, haikoes en gedichten geschreven. Die volgorde lijkt me voor jongeren de beste manier om al spelend te leren schrappen, te zoeken naar synoniemen. Ook met beeldend materiaal als hulp kan de fantasie en het werken met metaforen worden aangescherpt. Niet alleen de begeleidende leerkrachten staan verbaasd over de poëtische mogelijkheden van hun leerlingen. Ook de leerlingen zelf zijn enthousiast over hun resultaten. Van sommigen ontvang ik jaren later nog tekens van creatief verder doen.

De zondag begint met Geertje De Ceuleneer. Zij is een van de beste interviewers van Radio Eén. Schitterende vragen stelt zij. De antwoorden van Stef Kamil Carlens waren uitzonderlijk doordacht, ruim, geëngageerd en creatief. Het gaf werkelijk een goed gevoel om bekende mensen zinnige dingen te horen vertellen.

In 1992 had ik het geluk om in het ‘Vrije Westen’ op de radio, toen nog de BRT, door haar en Bruno Wyndaele geinterviewd te worden over mijn roman ‘Een Vrouw van Glas’.

Om drie uur hadden we met de vroegere klasgenoten afgesproken in de Wintertuin van het ‘Kremlin’ te O.L.Vrouw-Waver.

‘Kremlin’ is de naam die men in de jaren zestig gaf aan deze school van de Ursulinen.

Van in Putte ziet men in de verte het gebouw met de torentjes aan de horizon staan. Het ‘Kremlin’, de school die ik, na lange ritten door Vlaanderen, gekozen had om verder te studeren. Ik was in die jaren de enige uit Vlaams-Brabant tussen Antwerpenaars, Oost Vlamingen en sporadisch enkele Limburgers. Het ‘Kremlin’ had tussen zijn muren alle mogelijke onderwijsafdelingen van kleuter-tot normaalschool en regentaat. Langs de ene kant gebouwen, speelplaatsen en wandelparken. Aan de andere kant een weide met koeien, een groentetuin, een boomgaard en een kastanjebos.

Hier ontstonden vriendschappen, hier werd de eerste steen gelegd voor de grote solidariteit. Samen reageren tegen het gezag dat ons soms onredelijk leek. Samen naar ‘de Dam’ in Antwerpen om er in de weekends te gaan helpen bij arme mensen. Samen, ‘s nachts met aan elkaar geknoopte lakens, uit het venster kruipen om rode appeltjes te plukken. Samen naar Mechelen voor een fuif of een les in het Seminarie. Alles gebeurde samen. Straffen werden in groep uit gezeten. Misschien waren dat al de voorbodes van mei ’68.

SOLIDARITEIT: de kiem voor mijn latere vakbondswerk. Ook de titel van mijn allereerste gedicht, vijftien jaar later.

Een deel van die verhalen en ervaringen werd al wandelend door de marmeren gangen en in de Art-Nouveau Wintertuin (klik op ‘Beeld’) met veel gebaren en gelach opnieuw verteld. Ik wist niet dat zij mij altijd ‘een rebel’ hadden genoemd. Even hadden zij zelfs gedacht dat mijn val van de witte marmeren trap, tijdens het eindexamen, en mijn uitbundigheid na een dag van geheugenverlies ook tot die rebellie behoorden. Pas een half jaar later, toen ik een hersenoperatie moest ondergaan en weer van vooraf aan alles moest leren, beseften zij de ernst van de val van de trap.

Na de verhalen en de wandelingen werden we in een van de eetzalen verwacht voor broodjes met koffie. Hier kwam zuster Joanna, onze lerares psychologie en didactiek, een gesprekje voeren met haar oud-leerlingen die ze allemaal bij naam noemde, ook de bijhorende anekdotes. Toch zag zij er zo fragiel uit. Zo bijna weg. Toch raar dat een mens in veertig jaar tijd aan zoveel aan lichaamslengte verliest. Ooit was zij groter dan de meerderheid van haar leerlingen en nu kon ze met gemak onder mijn armen door.

Om zes uur zijn we nog even met z’n allen iets gaan drinken in ‘Margot’, het cafetaria dat nog identiek in onze gedachten zit. Hier kwamen wij solidair een sigaretje roken.

Daarna gebruikten we, om de sigarettengeur te verdoezelen, een deodorant of aten we pepermuntjes.

Gehoord dat FC Diest met 0-4 verloren heeft tegen VC Bekkevoort. In de jaren zestig stonden ze in Eerste en speelden tegen Anderlecht en Club Brugge. Brugge, dat nu een nieuw stadion wil dat past in een megaproject.

De mail van Magda Van Der Aa over de ‘Elsschotveertiendaagse in Diest’ beantwoord. Morgen start in de Stedelijke Openbare Bibliotheek een tentoonstelling en wordt een zelfgemaakte dvd en de film ‘Dwaallicht’ aan de bezoekers getoond.

Op zondag 2 maart komen de kleinzonen van Willem Elsschot, Dr. Jan Maniewski en Willem Dolphyn in het Cultureel Centrum Begijnhof vertellen over hun grootvader en op zaterdag 8 maart wordt de monoloog ‘Dank U Heren’ gebracht door Guusje Van Tilborgh. Tot dan loopt de tentoonstelling en tussendoor hoor je de leerlingen van de Hagelandse Academie voor Muziek en Woord gedichten van Elsschot lezen. Het wordt vast een goed samenwerkingsprogramma tussen de Literaire Kring Apollo-Diest en de andere partners.

Ook de mail van Sanne Van Dam i.v.m. het eindwerk van een groepje studenten uit Mechelen beantwoord. Zij hadden als onderwerp ‘Stadsdichters’ gekozen. Daarvoor had ze krantenartikels nodig. Dat ik er zoveel kon bezorgen, komt wellicht door het feit dat de eerste stadsdichter van Diest tevens de eerste vrouwelijke stadsdichter in Vlaanderen is. Als het werk klaar is bezorgen zij mij een exemplaar. Fijn…

Nog even ontspannen een uurtje naar ‘Katarakt’ kijken. Een interessante serie om een streek te leren kennen. Wel spijtig dat er nergens gesproken wordt over de schrijfster van het boek dat als basis diende voor het scenario. Gezocht en gevonden: Betty Anthierens. Iets minder geslaagd vind ik de opeenstapeling van problemen. Teveel voor een serie. Deze twaalfde aflevering eindigt met de dood van vader Donckers. Zoals hij daar op zijn sterfbed ligt met de kinderen rondom, zo zag ik plots weer mijn vader liggen met zijn zes dochters rond zijn bed. We kwamen juist terug van de avondwake voor moeder. Zij was, enkele dagen eerder, in het ziekenhuis van Gasthuisberg-Leuven overleden. Vader lag thuis in zijn ziekbed, hij had de ziekte van Khaler en dus veel pijn, maar hij zei het niet, wel dat het voor hem nu ook niet meer hoefde. Hij groette ons allemaal en zei “Dag mannen, bedankt en doe het goed”. Hij sloot zijn ogen en stierf. Drie dagen later werd hij begraven. Het was 6 januari 2004. Twee dode geliefden in vijf dagen…

Maandag 25 februari

Een dag dat we eens een uurtje langer kunnen slapen. Om tien uur naar de apotheek in Tielt-Winge, mijn geboortedorp. Niet zozeer voor de medicamenten maar wel om weer eens met mijn jongste zusje te kunnen praten. Ze is altijd zo grappig. Zo vol humor. Ze zou schitteren als ‘stand up comedian’. Ze heeft er de mimiek, de verhalen en de gepaste woorden voor om volle zalen aan het lachen te brengen. Niet dat ik zo’n lachebek ben en een goed jurylid, maar zij laat me altijd glimlachen met de meest ernstige dingen.

Samen met zus Godelieve, wiens man een jaar geleden plots overleed, was Marleen naar een feest van de sp.a geweest. Om zus een plezier te doen en ook neef Luc Coeckaerts, die voorzitter is van de partij in Tielt-Winge. Het was een toffe bedoening. Ook een tante en een nichtje aren meegegaan.

Rika Franssen uit Neerpelt vraagt om de krantenartikels over de Nationale Gedichtendag in Diest op te sturen voor de laureaten van haar school. Het wordt een moeilijk antwoord want ik moet haar een beetje ontgoochelen. Slechts drie artikeltjes (weliswaar met foto) zijn er verschenen. Literatuur wordt nu eenmaal gezien als het trieste, saaie, onvolmaakte broertje van sport en andere hoog -en breedvliegers. Zelden krijgt literatuur de aandacht tenzij er opvallende, lees, negatieve dingen gebeuren. Dan worden halve pagina’s volgeschreven. Maar daarover een andere keer.

Die dag, 31 januari, werden ook in Diest de sporttrofeeën uitgereikt. Daar was de pers en de gemeenteraad voltallig aanwezig. Gelukkig is Marc Florquin, schepen van Cultuur en Toerisme, echt wel een grote literatuurfan en telt hij voor drie.

 Na de middag zouden wij gaan wandelen. Een tochtje langs het Prinsenbos. Zo’n vier kilometer. Maar eerst nog even een paar telefoontjes doen. En een antwoordje schrijven op de mail van Saskia van Freinetschool ‘De Pit’.

Sinds ik bij hen in alle klasjes heb leren gedichten schrijven, is er een heel goed contact gebleven. Nooit eerder ben ik in een school geweest waar men zo creatief en verscheiden met allerlei dingen bezig is. Hier wordt nog geleerd om met verwondering naar de dingen te kijken en dankjewel te zeggen met kleine en zelfgemaakte cadeautjes en gebaren. Hier leert men nog wat goed is voor kind en leefomgeving.

Toen kwam er een broer van Fred op bezoek en hebben wij onze wandeling uitgesteld en gecombineerd met enkele boodschappen in de stad. Die duurden wel even langer dan verwacht. Thuis zat dochter Petra te wachten om samen koffie te drinken. Zij is kleuterleidster van de allerkleinsten en komt enkele keren per week wat bijpraten. Zij zat al rustig haar volgende lesdag voor te bereiden. De laatste twintig jaar is het papierwerk nog erger geworden. En dan al die naschoolse vergaderingen. Je zou toch denken dat, in een tijd met alle mogelijke technologische snufjes, men die ‘bijscholingen’ op dvd zet, zodat die thuis rustig kunnen bekeken worden. Lesgeven is voor een groot deel zorgen dat je alles schriftelijk hebt voorbereid. Goede punten bij de inspectie.

Ik werk nog even verder aan mijn 19 de stadsgedicht. Het staat al in zesde versie op papier. ‘Vrouw’, voor de Nationale Vrouwendag. Als ik er morgen en woensdag nog kan aan werken mail ik het donderdag naar Bieke Van Gelder; de cultuurbeleidcoördinator van de stad Diest en naar schepen Marc Florquin. Daarna wil ik nog een drietal gedichten schrijven vóór mijn termijn in september afloopt. Komt goed uit; informatie verzamelen, oor te luisteren leggen en een originele inval als aanvang bedenken. Een stadsgedicht verschilt van een ander gedicht doordat het eerste min of meer als een gelegenheidsgedicht wordt gezien. Er zit wat geschiedenis in van de stad of het evenement, de gebeurtenis of de persoon. Natuurlijk krijgen ook de bijhorende gevoelens hun plaats en worden zowel trieste als blije momenten in woorden bewaard. Het afscheidsgedicht voor Annick Van Uytsel, het meisje van 18jaar dat na een fuif niet thuiskwam en later vermoord is teruggevonden, was de moeilijkste opdracht. Nog steeds wachten de ouders en de familie op een lichtpunt: het vinden van de moordenaar. Het moet vreselijk pijn doen te vernemen dat de anonieme beller, die schijnbaar nieuwe informatie had, alles als grap had bedoeld.

Om half elf klaar om nog even te lezen in ‘Duizend schitterende zonnen’ van Khaled Hosseini. Petra heeft het boek al gelezen. Volgens haar is het verhaal over Mariam, het meisje uit Afghanistan, nog mooier dan ‘De Vliegeraar’.

Dinsdag 26 februari

Vannacht gedroomd van Minister Frank Vandenbroucke.

Ik heb hem de laatste tijd zo vaak ontmoet, gezien op TV en in kranten en weekbladen dat hij plots opdook in het kleuterklasje van mijn droom. Hij gaf een modelles en leerde de kindjes bloemen tekenen. Heel spontaan kozen ze bijna allemaal rood om ze in te kleuren. Sommigen wilden er ook groene blaadjes bij want zo is het in de natuur toch ook… Rode kersen met groene blaadjes, ook aardbeien. Het water kwam hem in de mond…

Om zes uur opgestaan. Op het keukenblad lag Frank, op de cover van een boekje, te glimlachen.

Op het ochtendnieuws gehoord dat in Leuven de overgrote meerderheid zich verzet heeft tegen het verbod op het dragen van hoofddoeken door het administratief loketpersoneel. Ik vraag me soms af hoe vorige generaties vrouwen, die praktisch allemaal met een sjaaltje op hun hoofd op straat liepen, hierover denken. En wat met de vrouwen die na een chemokuur een hoofddoek verkiezen in plaats van een pruik, een pet of een hoed.

Ook gehoord dat de N-VA zijn partner CD§V niet volgt in de nieuwe regering die in maart van start moet gaan. Ik begrijp niet dat die politici zo hoog boven de mensen blijven zweven. Is er dan niemand die hen zegt hoe belachelijk, soms arrogant en wereldvreemd zij zich wel gedragen? Denken zij dan dat hun keuken- en restaurantjargon hen dichter bij de mensen brengt? Wat volgt er als de negen maanden voorbij zijn? Een baby- en uitgediept kleuter arsenaal? Of willen zij het ‘Jaar van de kleuter’ op hun manier gestalte geven?

Elke dinsdag worden wij om 7.45 uur in Scherpenheuvel  verwacht.

Wij blijven dan bij Sofietje terwijl haar zusje naar school gaat. Maar vooraleer Elientje wordt weggebracht, wil zij altijd nog een halfuurtje met ons spelen. De ene week brengt Johan haar naar haar klasje op de ‘Bremberg’ en gaat Sonja haar terughalen. De volgende week gebeurt het omgekeerde. Wie haar gaat afhalen vertrekt ’s morgens al om half zes naar zijn werk.

Op de ‘Bremberg’ voelt Elientje zich goed. Hier heeft zij op één jaar tijd al zoveel geleerd. In kleine groepjes en met speciale begeleiding doet men wonderen…

Het zijn lange dagen voor de jonge ouders in deze tijd. En als er dan iets minder goed loopt met een van de kindjes wordt het plannen nog moeilijker. Voor alles bestaan er wel hulpmiddelen of oplossingen als men de juiste wegen kent. Maar daar moet je meestal zelf achter op zoek. Bovendien berust alles op het invullen van een berg papieren in een taal die slechts door enkelingen wordt begrepen. Er worden ook interessante cursussen gegeven. Maar ook dat vraagt extra tijd.

Na zo’n cursus ‘Ontwikkeling stimuleren’ die ik als oma mee ging volgen enkele weken geleden, schreef ik volgend gedicht.

Bij de start 

Bij de start krijgt elk kind

een rugzakje mee.

Het ene zit barstensvol,

het andere slechts de bodem gevuld.

Sommigen lopen hups met  hun gewicht

door alle straten van het leven.

Bergop. Bergaf.

Als een sneltrein voort.

 

Anderen tillen zwaar

aan hun lichtgewicht.

Ze kijken naar hun zusjes, broertjes

die al om de hoek zijn verdwenen.

Ze zijn niet jaloers,

alleen boos als hun tillen,

hun halve woorden

niet begrepen worden.

 

Soms komen de lichtgewichtjes

met een duwtje in de rug

en een zachte blik

traag hogerop.

Dan zie je ze stralen.

Dan zie je. Zien zij

de top van de berg

dichterbij.

Elke week wil Sofietje mee naar buiten om Elientje en papa uit te wuiven. Ze brengt dan haar jasje en muts en wil die na het wuiven liefst nog niet direct uitdoen. We lopen dan wat over het grote grasveld, gaan “dag” zeggen tegen de geitjes en de kippen en kijken naar de vliegtuigen die om de vijf minuten overvliegen. Nog even in de schommel en dan voor het binnengaan nog op en af de heuveltjes lopen. Tot het begint te regenen.

 

Sofietje loopt naar de kast en wijst er haar tekengerief aan: kleurpotloden en een Nijntjesboek.

 

Ik moet als eerste een bloem kleuren, pas daarna begint zij eraan. Ze trekt streepjes over de bloem die naast de mijne staat. Ze benoemt al de figuurtjes die ze al kent en laat mij de nieuwe een naam geven. En als het tijd is om de soep op het vuur te zetten, trekt Sofietje haar stoel dichterbij en haalt de groenten uit de koelkast. Ze legt drie aardappelen, 2 wortelen, seldertakjes, prei, een raapje en een ui op een lange rij op het aanrecht. Terwijl ik de groenten was en snijd, bekijkt zij minuscuul mijn gebaren. Zij wil dan alles in de pan doen. Dat kan omdat we maar met z’n tweetjes zijn en goed opletten bij het vuur. Als het deksel op de pan gaat, glundert zij als ik haar prijs. Een klein uurtje later eten wij een bruine boterham met soep vol stukjes die Sofietje nog allemaal kan benoemen. Terwijl zij haar middagdutje doet, van twaalf tot drie, kijkt opa de kranten in en ik lees enkele hoofdstukken in ‘Duizend schitterende zonnen’. Dan klinkt in de babyfoon “oma”, “oma”… Ongelooflijk dat een kind van nog geen twee jaar bij het ontwaken nog weet wie haar in haar bedje heeft gelegd...

 

Om vier uur komen Johan en Elientje thuis. We kunnen nog een vol uur spelen. En als Fred en ik rond vijf uur naar huis gaan, komt ook Sonja thuis. Na het avondeten bekijken we post en mails en schrijven, waar nodig, een antwoord. Morgen ga ik een bundeltje krantenartikels over mijn stadsdichterschap kopiëren voor de cultuurbeleidcoördinator. Ze heeft er een tijdje geleden naar gevraagd. Alles samen zijn er meer dan dertig stuks. De meest opvallende zijn die over het ‘Wippen van de stadsdichter uit de cultuurraad’, ‘Stadsdichter moet ontslag nemen uit de cultuurraad’, enz… Natuurlijk gaat het hier niet over de stadsdichter, maar wel over de cultuurraad.

Door een discriminerend en dom artikel in het decreet moeten deskundigen (literatuur, bibliotheek, vrouwenzaken, erfgoed, enz…) in de cultuurraad van eigen bodem (stad of dorp) zijn. De overige leden (socio-cultureel, professioneel, secretaris en voorzitter mogen eender waar gehuisvest zijn.

Ondergetekende woont in Assent. In vogelvlucht, op ongeveer 75 meter van de Diestse gemeentegrens. Ik kan zo uit het venster kruipen en door de weide lopen tot aan de agglomeratieplaat van Diest in 7 minuten. Nog niet zo lang geleden behoorde Assent bij Kaggevinne. Dat had Willem I in 1838 zo geregeld. Iemand heeft het later bij Bekkevoort gevoegd. En Kaggevinne bij Diest…

Dat zou Open-VLD toch moeten geweten hebben toen ze mijn ontslag uit de raad eisten. Ze schreven toch ook over Kaggevinne-Assent in hun ‘Burgerkrantje’. Alles berust op kleine en grote toevalligheden.

Ik ken Diest tot in zijn nerven. Sinds mijn tiende levensjaar heb ik er school gelopen. Sinds 1966 gaf ik er les. En tot in 1995 hebben wij er gewoond. We zijn er ondertussen ook al meer dan twintig jaar bezig met het promoten van de literatuur. Ik veronderstel dat ik voldoende ben doordrongen van Diesterse lucht, water en ideeën.

Gelezen over Caroline Gennez hoe zij, op aanraden van Steve Stevaert, van Sint Truiden naar Mechelen verhuisde. En zie hoe goed zij het doet. En ik dacht dat ik ook beter in Diest was gaan wonen vóór ik mijn kandidatuur als deskundige in de cultuurraad had gesteld.

In Sint Truiden kregen wij jaren geleden een speciaal jenevertje, vele jenevertjes op de receptie van het tijdschrift ‘Appel’. Ik won er de Publieksprijs met mijn gedicht ‘Mexico ‘86’. Het gaat over de Wereldbeker en de aardbeving waardoor alle hutjes in de sloppenwijken werden vernietigd. Maar de wedstrijd ging door; Als troost konden de mensen gratis op reuzengrote schermen naar het voetbal kijken.

Half tien, nog even werken aan mijn stadsgedicht voor de Vrouwendag en als er nog wat tijd overblijft, wil ik ten minste nog een hoofdstuk lezen.

Woensdag 27 januari

De zon staat er al als wij de gordijnen opendoen. Het is nochtans vroeg. Hier op de heuvel, tussen de hagen, velden en weiden met sporadisch een huis worden wij goed bedeeld door de natuurelementen en -grillen.

Na een uitgebreid ontbijt met kaas, rabarbercompote, sinaasappels en kiwi doen we ons dagelijks ritje naar de stad. We zouden het eigenlijk beter al stappend doen, het zou onze conditie bevorderen en we zouden alleen een krant kopen. Als we naar de Standaardboekhandel gaan vinden wij elke keer een aantal interessante boeken. Vooral fictie en literatuur genieten mijn voorkeur. Alles wat zich in huis, tuin en keuken afspeelt, kan mij niet boeien. Tenminste niet in boeken. Wellicht door mijn jarenlange activiteiten en het aanleren van technieken in mijn leraarsperiode. Ook toen probeerde ik in die realiteit creatieve, verhalende en beeldende momenten in te bouwen.

Enkele jaren geleden heb ik voor de Gezondheidsraad i.s.m. het O.C.M.W. van Bekkevoort rond het thema ‘Tegen kanker en cholesterol’ verhalende woklessen gegeven. Aan de hand van ‘De culinaire avonturen van Fra Bartolo’ van Reinirkens begeleidde ik telkens (de lessen gingen zes keer door). vijf vrijwilligers die elk in hun wok een recept demonstreerden. Ondertussen vertelde ik het verhaal, sprak over de voor- en nadelen van bepaalde voedingsmiddelen en vergeleek de calorische waarden. Vijftien recepten werden bereid en geproefd. Tot 100 aanwezigen per keer kwamen luisteren en proeven. Zoveel aanwezigen voor een literair uur zou prachtig zijn. Maar ja. Misschien begint men daarom tegenwoordig ook met totaalprojecten, men gaat brunchen met een schrijver of wijn drinken. We hebben niet te klagen, onze activiteiten trekken na bijna twintig jaar nog steeds de aandacht. De mensen komen achteraf vaak een babbeltje slaan en met lof spreken over de auteurs op het programma van Apollo-Diest.

Plots zag ik de foto van Erik in de krant onder de hoofding ‘Bomen genoeg in het bos en touw heb ik ook’. Ik moest heel diep ademen. Zo triest. Zo ongelooflijk triest. In 1995 stond hij in Diest op het podium: Eriek Verpaele. Veel volk. Een boeiend gesprek, mooie teksten en een aangename stem. Achteraf in ‘De Kapel’ hebben wij nog lang nagepraat. Toen stond hij nog op de Schrijverslijst. Toen werd hij nog veel gevraagd. Ergens bijhoren en gevraagd worden geeft een mens een goed gevoel. Wie geschrapt wordt (ja, waarom hij?) wordt niet meer gevraagd voor lezingen. Voelt zich zo afgeschreven… Minister Anciaux, lees a.u.b. het interview met Erik Verpaele en ik ben er zeker van dat tranen hier in geld kunnen veranderen. Ook dit is sociaal engagement van uwentwege!

Even naar de bibliotheek in Diest. De Elsschothoek bezocht. Schitterend! Ook de dvd ziet er goed uit. En de film ‘Het Dwaallicht’. Aan de wand hing mijn gedicht ‘Elsschot in Diest’ op een reuzengrote plaat met Elsschots gezicht aan de zijkant.

Op de tafel bij de op te ruimen boeken heb ik ‘De versierders’, een roman over een na-oorlogse generatie van Hanns-Josef Ortheil gevonden.

Terwijl Fred de rozen snoeit, doorblader ik het meegebrachte leesvoer. Ik leg de boeken bij de stapel: ‘nog te lezen’, Die wordt alsmaar groter. Sinds mijn stadsdichterschap heb ik minder tijd om te lezen. Ik lees blijkbaar alleen nog boeken en bladen die nuttig kunnen zijn als achtergrondinformatie en als stof voor tussen de regels. Ook de vereniging vraagt veel tijd. Apollo is een god die voortdurend staat te dringen om aandacht en om vernieuwingen in te voeren. Tot vorig jaar organiseerden wij nog vijftien activiteiten per jaar. Dit jaar nog tien.

In de kranten wordt er gelukkig ook aandacht gegeven aan het verenigingsleven en de vrijwilligers. Zij zijn het weefsel van de maatschappij. Zij zijn talrijker dan de politici maar kunnen denken. Hun inzet en motivatie zou niet in eurowaarde kunnen berekend worden.

Eind vorig jaar, ter gelegenheid van de jaarvergadering van de cultuurraad, had ik een gedicht voor de vrijwilliger geschreven. Elke aanwezige kreeg het op een kaartje. Met deze blijk van waardering waren ze allemaal heel blij.

Ode aan de vrijwilliger  

Ze groeien niet aan de bomen:

de werkers van de toegevoegde uren.

Die vrij en ongedwongen met elkaar

op pad gaan, ervaringen verzamelen en

banden smeden tussen gelijkgestemden.

 

Samen op stap om de kleine en de grote

wereld te verkennen. Op vele terreinen

poortjes openen, luisteren en zingen.

Met en zonder woorden, beelden

en gebaren, zeggen wat nog niet

werd gezegd. Niet gezien.

 

Blij zijn met de verwondering die aan

dagelijksheid wordt toegevoegd. Blij

zijn om het delen en geven en de glimlach

op andermans gelaat. Ze groeien niet aan

de bomen: ze wonen in onze straat.

 

Maar als het wintert en de haren wit,

trekken rimpels als vraagtekens tussen

de ogen. Want stilaan groeit het besef

dat mogelijk een laatste generatie

begonnen is aan wat de ruggengraat

is van een land, een stad, een straat:

het verenigingsleven en de vrijwilligers.

Donderdag 28 februari

 

Om tien uur hebben we afgesproken met Tamara, de cultuurbeleidscoördinator van de gemeente Bekkevoort. Om de laatste voorbereidingen te treffen voor de lezing van Dirk Draulans op 16 maart. Apollo organiseert in het gemeentehuis al voor het tiende jaar ‘Literatuur in de Raadzaal’. Op het uur van de hoogmis kunnen de mensen komen luisteren naar een schrijver. Het gemeentebestuur trakteert naar aanleiding van deze verjaardag. Dirk zal vertellen en voorlezen uit ‘Dagboek voor mijn dochter’. Ook zijn reizen komen aan bod. Op de affiche en de flyers hebben we een foto gezet waarop hij een poes knuffelt. Met zo’n foto trek je ook de aandacht van een andere groep lezers.

 Om elf uur naar de kapster voor een knip-en föhnbeurt. Daarna gewerkt aan de laatste versie van het stadsgedicht ‘Vrouw’. Het komt wel heel vlug na het vorige. Meestal zit er minstens een maand tussen. Maar in januari heb ik er geen geschreven. Wel ‘Elsschot in Diest’ voorbereid tussen de werkjes voor de Gedichtendag door. Ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag zal ik ‘Vrouw’ op 8 maart gaan voorlezen bij een multiculturele vrouwengroep in Diest. Diezelfde avond brengt actrice Guusje Van Tilborgh ‘Dank U Heren’. Zij geeft gestalte aan de vijf vrouwen die een belangrijke rol speelden in het leven van Willem Elsschot.

Ze kruipt in de huid van deze personages die er elk hun eigen stemming, gevoelens en overtuigingen op nahouden. Erik Vlaminck schreef de monoloog op vraag van het Elsschotgenootschap.

 

Zo dadelijk begint het achtuurjournaal op Canvas. Ik was nochtans van plan om na de middag al een stukje te schrijven aan dit dagboek, maar de administratie voor Apollo nam drie uren in beslag. Daarna was het tijd om aan het avondmaal te beginnen. Gestoofde wortelen met ui en puree en een kalkoensteak. Samen de vaat gedaan.

Het gedicht gemaild naar Bieke Van Gelder en Marc Florquin ,

Vrouw 

Al een eeuwigheid is de vrouw op de aarde,

bijna samen met de zon, de sterren

en de maan. Uit haar is elk leven ontstaan.

Al een eeuwigheid is zij op de aarde.

 

Dat weten geeft een goed en sterk gevoel

want in haar ligt al eeuwen het grote delen,

maar ook het vermenigvuldigen van brood

en het troostend leggen van handen op pijn.

 

Zij ontdekte hoe het eetbare groeit in

de aarde, ook het aardewerk komt van haar.

Zij vond in stenen, planten en kevers

de stof die kleur geeft aan het leven.

Cultuur aan de stilte toegevoegd.

 

Vrouwen, zusters, uit alle landen weten

hoe alles groeit en hoe een naam wordt

gegeven aan nieuw leven. Zij begrijpen

niet waarom men oorlog voert.

Zij weten dat vechten alleen met liefde

en woorden vruchten draagt. Dat alleen

tijd en licht deuren openen voor begrip.

Samen kunnen vrouwen vrede maken.

 

Zij kunnen de wereld aan hun voeten

leggen, in vrede en met alleen het water

en de wind die soms buiten hun oevers

treden. Samen kunnen vrouwen

de wereld veranderen.

In ‘Terzake’ behalve een herhaling van wat we al wisten omtrent de stand van zaken in de huidige politieke gelederen, een item over Batibouw dat vandaag zijn deuren opent. De zonnepanelen zijn in opmars, maar zonder de subsidies zouden alleen de rijken het kunnen kopen.

Indien het milieu echt belangrijk genoeg is om er zorgvuldig mee om te gaan en we liefst allemaal niet alleen energie besparen, maar ook bouwen in functie van die besparingsmogelijkheden en ook duurzaam bouwen, dan moet het ook betaalbaar zijn en liefst niet duurder dan het klassieke bouwen. Iedereen weet dat, voor het bouwen van een ‘ecologische en energiezuinige woning’, het architectenhonorarium, de aannemer en de materialen minstens twintig procent duurder zijn. Dat is wraakroepend en schandalig! Profiteren op de kap van de idealistische jongeren die zich willen engageren om het milieu te sparen…

Hier kunnen de politici, die het beste willen voor iedereen, het grote verschil maken; namelijk door subsidie te geven voor elk onderdeel van het ‘ecologisch bouwen’, de prijs te drukken zodat hij lager of minstens gelijk ligt en de keuze niet afhankelijk wordt van de portemonnee en de afkomst van de bouwheer. Keuze is pas echt keuze als er meerdere mogelijkheden zijn waaruit wij vrij het beste kunnen nemen.

Zojuist Dirk Draulans gezien en gehoord in ‘China voor Beginners’. Als bioloog trok hij samen met de Nederlandse schrijfster Lulu Wang door een van de drukst bevolkte steden van China. Acht en een half miljoen inwoners telt die stad (ik ben de naam vergeten), 100 universiteiten en ga zo maar door. Ongelooflijk. Behalve drukke steden, een farmaceutisch bedrijf, een marktbezoek met zakken vol kruiden en een tafel met gedroogde hertenpenissen, ook een laboratorium voor stamcelonderzoek ondernam Dirk Draulans een tweedaagse tocht door eenzame beboste heuvels op zoek naar panda’s. Maar hij en zijn begeleiders hadden geen geluk, hij had geen panda gezien, wel hun sporen en de poepgeur aan de bomen waar zij hun gat aan veegden. Wel had hij een soort zeldzame ibissen gezien. Een boom vol flirtende vogels.

Vrijdag 29 februari

‘Chemische Ali’ krijgt de strop voor zijn gifgasaanvallen tegen de Koerden. Ik herinner mij nog hoe in Halabja in de jaren tachtig de mensen in en rond hun huizen met mosterdgas werden vermoord. Omdat de Koerden erin geslaagd waren het Koerdische platteland te heroveren. Het Iraakse regime was er aan de macht. Omdat het gebeurde op het moment dat Irak in oorlog was met Iran besloot het regime de Koerden te laten boeten. Tienduizenden Koerden werden om het leven gebracht. Mannen die vluchtten werden doodgeschoten, vrouwen en kinderen kwijnden weg in kampen. Saddam Hoessein had al zijn bevoegdheden in ’87 voor Noord-Irak overgedragen aan drie van zijn volgelingen. Chemische Ali was de man van het gas. Wegens genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid werd hij veroordeeld tot de strop. Ook de andere twee werden veroordeeld.

Brood gehaald in de automaat. Sinds gisteren 20 centiemen duurder. Van de ene dag op de andere, het lijkt een klein getal maar het is wel 8 oude Belgische frank. Later op de dag in Schaffen bij de ‘warme bakker’ drie broden gehaald. Identieke broden. Niet duurder. Ik kreeg zelfs vermindering voor drie stuks. Vorige week kostte een kip aan het spit plots 6 euro, een maand geleden slechts 5 euro. Vroeger stegen prijzen met één of twee frank, nu met één euro, lees veertig oude Belgische frank. In ¨Vlaanderen doet ieder blijkbaar wat hij wil. Daarom wordt de koopkracht, of zeg ik beter koopmogelijkheid van levensnoodzakelijke dingen in België alsmaar kleiner. Europa waar blijf je met het prijzenbeleid!

Enkel huishoudelijke karweitjes opgeknapt. Drie wasbeurten: wit en gekleurd licht en donker. Ondertussen deze bladzijde bijgewerkt, het avondmaal voorbereid: asperges met gesmolten boter, rundlapje en natuuraardappelen. Rond negentien uur moeten we vertrekken naar Herk-De-Stad voor een Nocturne in de tuin van het revalidatiecentrum. Maar eerst nog stofzuigen en de poets van morgen voorbereiden.

Plots begint het te stormen en de regen kletst met veel lawaai tegen de vensters. Bah. En die Nocturne gaat door in de tuin. Ook de soep achteraf, de laatste tijd wordt er vaak soep opgediend bij recepties, wordt buiten gegeten op de plaats waar de gedichten van de laureaten op platen staan tentoongesteld. Ik had beloofd om te komen. Ik ben medejurylid geweest. Maar eigenlijk hebben wij de laatste maanden, halve jaren, voortdurend ons best gedaan om anderen te plezieren. Toen mijn ouders vier jaar geleden stierven, had ik mezelf beloofd, om in hoofdzaak dingen te doen waar ik me goed mee voel. Even heb ik die belofte nageleefd, maar gewoontes leert men niet vlug af. In januari had ik die belofte herhaald maar die maand liet geen vrije keuze. Fred nam zijn voorzorgen en herinnerde ons er allebei aan. “Meer aan onszelf denken”, zei hij eind januari en hij bestelde een reis naar Zwitserland voor september. Hij herinnerde zich ook de uitdrukking: “in mei legt elke vogel een ei”. Met als gevolg dat ik in die maand, op zijn voorstel, ook een ei zal leggen…

Fred heeft in stilte een feest geregeld voor mijn vijfentwintigste verjaardag (als dichter). Een feest in de Gempemolen in mijn geboortedorp Sint-Joris-Winge. We waren er al eens geweest na een wandeling door het Troostembergbos. En vroeger gingen wij er, als kind, altijd wandelen met moeder en grootmoeder. Daar ontstonden de meest fantastische verhalen. Daar kreeg ik na een hersenbloeding op mijn twintigste, op een wonderlijke associatieve wijze stukje na stukje mijn geheugen terug. Bloemlezer en vriend Henk van Zuiden uit Den Haag zal uit mijn negen dichtbundels een keuze maken en er ook een aantal ongepubliceerde gedichten bijvoegen. Die bundel zal op 23 mei worden voorgesteld.

Het wordt een speciale avond. Met familie, dichters en andere vrienden. Meer daarover zal ten gepaste tijde verschijnen op de website van Hans Meus van ‘Brasserie De Gempemolen’ en ook op de mijne.

 Terwijl ik dit schrijf hoor ik de storm lelijk huishouden. Hier op de heuvel gedraagt de natuur zich altijd extremer. Hier zit je midden het groen van bomen, hagen, gras en struiken.

Het is half acht, de nocturne is begonnen. Vlug de was uit de droogkast halen en opplooien. Daarna naar ‘Terzake’ op Canvas kijken. De Marokkaanse Belg die zes moorden heeft gepleegd in België en zich met terrorisme bezighoudt in Marokko zou als tipgever banden gehad hebben met de Staatsveiligheid.

Zondag wordt in Rusland de nieuwe president gekozen.

Een mail van Johanna Kruit. Ze heeft een ‘In Memoriam’ voor Jan Eijkelboom geschreven.

(°1 maart 1926 + 28 februari 2008). Een heel mooi gedicht. Een van haar mooiste. Dat heb ik haar gemaild. Ik heb haar ook mijn deelneming aangeboden want zij heeft hem goed gekend.schreven. Johanna uit Zeeland. Drieëntwintig jaar geleden heb ik haar voor het eerst ontmoet in Eindhoven. We stonden in dezelfde bundel van uitgeverij ‘Opwenteling’ en dus ook op het podium. De ontmoetingen volgden elkaar op tot we zo’n tien jaar geleden begonnen brieven te schrijven. Een intense correspondentie. Tot in 2004. Tijdsgebrek langs weerszijden. En plots was er eind vorig jaar weer contact. We schreven elk een lange brief en beloofden verder te schrijven via mail. .

Zaterdag 1 maart

De storm van vannacht heeft lelijk huisgehouden. Niet alleen hier op de berg. Volgens de berichten op het ochtendnieuws zijn er veel bomen omgewaaid, daken vernield en mensen gewond geraakt.. En het waait nog steeds heftig en met akelige geluiden.

Fred gaat Stef een halve dag helpen in zijn nieuwe huis. Platen vasthouden die moeten vastgeschroefd worden. Het zal wel lukken. Het is wel de eerste keer sinds zijn ongeluk op 2 januari. Twee maanden is hij buiten strijd geweest. Aan een val van de ladder en verder van de trap naar beneden, had hij gekneusde ribben en een gebroken sleutelbeen overgehouden. Het had veel erger kunnen zijn, had de arts op de Spoedafdeling gezegd.

Ik poets, strijk, bereid aspergesoep en werk aan de inleiding van de lezing door de kleinzonen van Elsschot. Veel belangstellenden belden om uitleg over de veertiendaagse. Ik heb de website van de stad Diest doorgegeven, daarop vinden ze het volledige programma.

Terwijl ik kleine werkjes opknap denk ik aan de mooie momenten met de kindjes. Het lijkt dan wel of ik hun verhalen, filosofietjes en rake uitspraken weer hoor. Natuurlijk noteer ik ze in een soort Atoma-schriftje. Een klein, dik met jeanscover. Grootouders denken vaak en anders aan hun kleinkinderen. Alsof zij het kind weer makkelijker bovenhalen voor een samenspel.

Rond twaalf uur wordt het rustiger de bomen staan stil uit te blazen na een heftige nacht.

Bij Stef was er een afvoerbuis van de dakgoot weggevlogen en het water stond in hun kelder en garage. Het geplande werk kon niet doorgaan, eerst moest het water worden weggepompt en al wat nat was opgedroogd. Volgende week wordt hun vierde kindje geboren.

In ‘Duizend schitterende zonnen’ moet de 15 jarige Mariam van haar man een burka dragen. ‘…Rasheed moest haar helpen bij het aantrekken. Het gewatteerde hoofddeel lag zwaar op haar schedel, en het was vreemd om de wereld te zien door een netwerk…Het verlies van de zijwaartse blik was zenuwslopend en de stof met plooien viel telkens tegen haar mond…’

Rasheed, zei dat ze na verloop van tijd het wel prettig zou gaan vinden.

Ik dacht aan ‘Katarakt’ en hoe Karlijn Sileghems met gespreide armen haar gezichtsveld meet.

Op de nieuwsrol van de regionale televisieomroep ROB gehoord dat Bart De Strooper in Amerika een prijs krijgt voor zijn onderzoekswerk naar Alzheimer. Schitterend, want nu de mensen steeds ouder worden vergroten de kansen op deze ouderdomsziekte. Alzheimer is één van de ergste ziektes die men kan krijgen. Mijn angst ervoor is heel groot. Hou ik daarom al dertig jaar een dagboek bij ? En heeft dat wel zin als men toch niets meer weet? Zonder geheugen wil ik niet meer leven. Dan ben ik geen mens meer. Alleen nog omhulsel voor spieren en beenderen. 

Het motto van Christine Van Broeckhoven, Vlaamse topwetenschapster is: “Je best doen is net niet goed genoeg”. Daarom is zij zo groot, maar ook zo bescheiden. Mensen die zich met hun titel laten aanspreken, verdenk ik ervan een gebrek aan competentie te willen verbergen. Ze heeft voor haar bijdragen aan de wetenschap al talrijke onderscheidingen in ontvangst mogen nemen. Bij verschillende daarvan was zij de eerste vrouw die de prijs kreeg. Dus ook de Amerikaanse ‘Potamkim Prize’.

Vlug naar Carrefour voor enkele boodschappen.

Al bij de ingang Martine Hermans ontmoet. Eén van mijn eerste leerlingen, ook haar zussen had ik in de klas. Het was eind de jaren zestig. Heerlijke tijd…Eigenaardig, maar vooral die eerste leerlingen blijf je onthouden, blijf je ontmoeten. Ik heb haat nog bezocht toen haar kinderen geboren werden. Zij woonden toen in de buurt van Keulen. Sinds enkele jaren wonen zij weer in Diest.

Thuis nog even de kranten diagonaal bekeken. Morgen zal ik de meest opmerkelijke artikels eerst lezen. Over de politieke taferelen en fratsen zal ik enkele dagen niets meer lezen. Alles verandert voortdurend, je zou er bijna even gek van worden als het grootste deel van hen. Over Monique De Wael wil lezen. De Belgische schrijfster die een wolvenverhaal had verzonnen en toen het boek een bestseller werd en alles voor de verfilming rond was, moest zij haar bedrog toegeven. Een Belgische in Amerika.

Over ouders die hun kinderen sponsoren om een eigen nestje te kunnen bouwen. Over ‘Vriendinnen’, het nieuwe boek van Betty Mellaerts. ‘Onder vrouwen vallen de maskers af’ zei ze ooit.. De eerste zondag van mei staat zij bij Apollo op het programma van ‘Literatuur op Zondag’. Yves Van Durme, ex-medewerker van Radio Klara, zal haar interviewen. Het wordt vast een boeiend gesprek.

Zeker zal ik lezen over de nieuwe ‘Kremlinheer’, de voorkeurkandidaat van Poetin. Mogelijk is er al een stembusuitslag tegen de tijd dat ik me kan vrij maken om rustig in de zetel wat te lezen. Morgen, na de Elsschotlezing, zal het wel rond tweeën zijn als we thuiskomen.

Om vijf uur waren de kinderen hier. Een gezellige broodjesmaaltijd met taart toe. Toch mooi zoals die kindjes van tegenwoordig rustig aan tafel zitten. Mogelijk dat het bij hen thuis anders is. Maar bij anderen en met velen gedragen zij zich echt zoals groten. Ik herken er direct de schoolse situatie in. Als kinderen op school voorbeeldig zijn en er niet over hen wordt geklaagd, zeggen de ouders dat het thuis het tegengestelde is. Ook het omgekeerde gebeurt: braaf thuis en stout op school. Ergens moet het kind zich kunnen uitleven en het is best dat het thuis gebeurt, dat was altijd mijn boodschap tijdens de vele oudercontacten.

Als iedereen rond zeven uur vertrokken is, reden Fred en ik naar het Cultureel Centrum in Diest voor een avondje met Joke Van Leeuwen en Mario Paric. ‘En/En’ is de titel van hun programma waarmee zij door Vlaanderen reizen. Het is een mengeling van cabaret, muziek, gedichten en veelzeggende tekeningen die op het moment door Joke gemaakt worden. Het geheel kadert in een project over ‘inburgering’. Zo toepasselijk. Zo begrijpelijk voor iedereen. Met humor gebracht, telkens en ongemerkt met een ander anekdotisch beeld, zodat het niet anders kan of je moet begrijpen dat ook wij moeten ingeburgerd worden, meer nog dan al wie hier een plaatsje hoopt te vinden om te wonen.

Wonen, voeden, kleden en communiceren zijn de vier essentiële voorwaarden voor een menswaardig leven. Elke mens heeft er recht op. Dat leerden wij vroeger op school. Later gaven we het door aan onze leerlingen. Om de tekst en de gedichten van Joke nog meer te benadrukken, zingt Mario tussendoor liedjes in het Servisch, meestal in het Nederlands. Met zo’n warme stem dat al de toehoorders ontroerd de stilte nog stiller maken. Het applaus klonk zo vol en zo lang als kwam het van honderd aanwezigen. Aan de ingang van de zaal verkocht zij bijna al haar boeken. Joke Van Leeuwen, de stadsdichteres van Antwerpen die sinds 31 januari Bart Moeyaert opvolgt. Fijn, weer een vrouw als stadsdichter! Diest heeft het voorbeeld gegeven aan Vlaanderen…

Het is al laat, nog vlug de inleiding schrijven voor morgen en alles klaar zetten: van tafelkleed, over bloemen, water, wijn, affiches, enzovoort.