“Uit cijfers die ik heb opgevraagd blijkt dat studenten met een studiebeurs een lagere slaagkans aan hogescholen en universiteiten hebben”, zegt Tine Soens. “Amper 38 procent van de beursstudenten haalt een universitair diploma, terwijl dat bij de studenten zonder beurs 52 procent is.”

Tine Soens is bezorgd om de cijfers die ze bij onderwijsminister Crevits opgevraagd heeft. “Het verschil in slaagkansen wijst erop dat studenten waarvan de ouder minder inkomen hebben minder kans hebben op een goed diploma. En zonder goed diploma heb je minder kans op een goede job waarmee je het leven kan uitbouwen waarvan je droomt. Terwijl het inkomen van de ouders niet bepalend mag zijn voor het diploma van de kinderen.”

Voor de mindere slaagkansen is volgens Soens de vooropleiding in het secundair niet ASO niet de oorzaak. “81 procent van de beursstudenten aan de universiteiten heeft een ASO-achtergrond tegenover 83 procent van de niet-beursstudenten. Het hoog aantal beursstudenten dat naast de studie moet bijklussen om rond te komen, zou wel een verklaring kunnen bieden.”

Voor Soens is het in elk geval duidelijk: “We moeten meer investeren in de studenten. Als we ervoor zorgen dat er voldoende contacturen met docenten, een toegankelijke studiebegeleiding en een juiste financiële omkadering bijkomen, hoeft je afkomst je toekomst niet te bepalen”