Voor Dirk Van der Maelen (sp.a) is het onaanvaardbaar dat het aantal mensen met een inkomen lager dan de armoedegrens de voorbije 20 jaar niet is afgenomen, terwijl we er met zijn allen wel rijker op geworden zijn. De sp.a-er wil dat de trend van toenemende sociale ongelijkheid wordt gekeerd. Prioritair is het terugdringen van de armoede. Om dat te kunnen betalen wil Van der Maelen  een vermogensheffing op de allerrijksten, op diegenen die een buitenproportioneel deel van de toenemende rijkdom voor hun rekening nemen. 

 

Op de nieuwjaarsreceptie van sp.a-Denderleeuw hield hij hiervoor een krachtig pleidooi. "Wij willen vooruit met onze samenleving, maar dan wel met iedereen samen. Niemand mag achterblijven. Wij willen de kansen van iedereen, niet de luxe van enkelen  veilig stellen."

De uitwas van ongelijkheid is armoede. Dat in een rijk land als België 1 op 7 mensen met een inkomen lager dan de armoedegrens moet rondkomen, meer dan 350.000 mensen hun schulden niet kunnen afbetalen, 110.000 mensen beroep moeten doen op een voedselbank, en dat ons land ongeveer 17.000 daklozen telt, is onaanvaardbaar. 3,5% van de werknemers in ons land leven in armoede. In Brussel loopt dat percentage zelfs op tot 9,7%. Die mensen hebben wel degelijk een baan, maar ze verdienen gewoonweg niet genoeg om met hun loon boven de armoedegrens te blijven. Werkende armen. Wie dacht dat dit tot het verre verleden behoorde heeft het mis.

Op basis van de cijfers die sinds begin jaren '90 beschikbaar zijn kunnen we grosso modo stellen dat het aantal armen gelijk is gebleven. Toch zijn we met zijn allen steeds rijker geworden. Het financieel vermogen van de Belgische gezinnen is in de periode 1992-2009 met 80% toegenomen tot 800 miljard euro of bijna 2,5 keer het BBP. En dat is heel hoog in vergelijking met andere rijke landen. In Duitsland, Zweden, Oostenrijk, Finland, Denemarken bijvoorbeeld is het totale financieel vermogen van de gezinnen ongeveer even groot als het BBP. Het financieel vermogen van de Belgische gezinnen is niet alleen erg hoog, maar vooral zeer ongelijk verdeeld. Meer dan de helft van dat vermogen, en dus  ook de toename van dat vermogen, is in handen van de 10% rijksten in onze samenleving. Uit cijfers die Barclays Wealth, een internationale vermogensbeheerder, bekend maakte blijkt dat 10,2% van de Belgische gezinnen (458.000) een netto vermogen heeft van meer dan 1 miljoen dollar, 1,3% van de gezinnen (57.000) heeft een netto vermogen van meer dan 3 miljoen euro. Barclays Wealth verwacht dat tegen 2017 het aantal dollarmiljonairs in België zal toenemen van 10,2% naar 17%. Het aantal gezinnen met een netto vermogen van meer dan 3 miljoen dollar ziet Barclays Wealth toenemen van 1,3% tot 2,5%. Het aantal armen dreigt, zoals de voorbije 20 jaar het geval was, gelijk te blijven of zelfs toe te nemen. Onze samenleving die nu gekenmerkt is door een 15% - 75% - 10% verdeling, zal tegen 2017  een 15% - 70% - 15% samenleving zijn. Dat is geen sociale vooruitgang, dat is niet de vooruitgang die socialisten voor ogen hebben. We moeten er allemaal op vooruitgaan met bijzondere aandacht voor diegenen die er het slechtst voorstaan.  Er moet dus meer herverdeeld worden, de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.   

Wordt er dan niet herverdeeld in ons land? Toch wel. Het leeuwendeel van de fiscale en sociale bijdragen wordt gebruikt voor sociale uitgaven zoals pensioenen, gezondheidszorg, werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag,... Van de overheidsuitgaven gaat een sterk herverdelend effect uit. Maar aan de bijdragekant zitten we met een fundamentele onrechtvaardigheid. De sociale en fiscale bijdragen komen in zeer grote mate van de gezinnen wiens belangrijkste bron van inkomen arbeid is, van de middengroep dus. Vermogens en vermogensinkomsten worden ontzien. De mensen met de hoogste inkomens en de grootste vermogens, zij die er de voorbije 20 jaar het meest op vooruitgegaan zijn, doen eigenlijk amper mee aan de herverdeling. Daarom pleit ik voor extra vermogensheffingen. De vorm is wat mij betreft van ondergeschikt belang. Ik sta open voor verschillende pistes. Voorwaarde is wel dat lage en middeninkomens worden gespaard en dat de opbrengst wordt gebruikt om armoede terug te dringen. Zo komt een herverdeling tot stand van diegenen die een buitenproportioneel deel van de toenemende rijkdom voor hun rekening nemen, naar diegenen die het echt moeilijk hebben.

De extra inkomsten moeten toelaten de sociale uitkeringen, het gewaarborgd inkomen voor ouderen, de minimumpensioenen, de minimumlonen, en het belastingvrij minimum voor de laagste inkomens te verhogen. Er zijn ook inspanningen nodig voor huisvesting, met speciale aandacht voor dakloosheid en energie-armoede, en inzake kinderarmoede, waar een cruciale rol is weggelegd voor het onderwijs.