Mondelinge vraag van David Geerts aan Meneer Jean-Pascal Labille, Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, aangaande de organisatie van internationaal personenvervoer als openbare dienstverlening.

Door de ganse soap rond de Fyra en het betere bochtenwerk van de CEO van de NMBS dient de discussie inzake grensoverschrijdend vervoer ten gronde worden gevoerd.

De NMBS beweerde steeds dat zij de BENELUX-trein diende te schrappen zodra de FYRA in gebruik zou genomen worden. Naast de Thalys richting Amsterdam betekende de FYRA volgens de NMBS een volgende stap in het geliberaliseerd internationaal personenvervoer. De motivering van dit argument licht in  het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de aanleg van een spoorverbinding voor hogesnelheidstreinen tussen Rotterdam en Antwerpen van 21 december 1996. 

Daarnaast werd het argument naar voren geschoven dat een BENELUX-trein niet kon owv bezette rijpaden. Deze twee argumenten blijken echter niet te kloppen.

Wanneer ik echter kijk naar

Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad

dan concludeer ik dat het niet verboden is om grensoverschrijdend personenvervoer als een taak van openbare dienstverlening te organiseren.

Blijkbaar bestaat er ook een internationaal personenvervoer tussen Tjechië en Duitsland.

VRAGEN:

  1. Waarom heeft de NMBS toch steeds volgehouden dat dit geliberaliseerd diende te worden?
  2. Wat is de visie van de Minister?
  3. Bent u bereid om op korte termijn de NMBS te verplichten om grensoverschrijdend vervoer te organiseren in kader van openbare dienstverlening.