Na vijftien jaar achter de schermen als kabinetschef voor socialistische ministers, gooit Jan Cornillie zich in de Europese kiesstrijd. Omdat Europa veel meer kan: solidariteit die de teugels niet viert, een vrije markt die valsspelers buitenhoudt, en investeringen die onze levensstandaard redden van de vergrijzing.

Een zwakte moet je uitspelen als een sterkte, ook als je een zitje in het Europees Parlement ambieert. Voor het grote publiek is Jan Cornillie (sp.a) een onbekende, wat niet helpt bij verkiezingen. Dus presenteert Cornillie zich als een fris, nieuw gezicht. In een filmpje op Facebook laat hij de gezichten passeren van de ‘uitbollers’ Kris Peeters (CD&V), Geert Bourgeois (N-VA) en Guy Verhofstadt (Open Vld) – de Europese lijsttrekkers van de andere partijen – om te besluiten: “In plaats van de laatste keer voor Kris Peeters, Geert Bourgeois of Guy Verhofstadt te stemmen, stem de eerste keer voor mij.”

Cornillie, econoom van opleiding, kent het klappen van de politieke zweep. Hij spendeerde de voorbije vijftien jaar als kabinetschef van socialistische ministers en als directeur van de studiedienst van de sp.a. Nu is de tijd gekomen voor een plaats in de schijnwerpers, op het Europese toneel. Maar was Europa dan geen plek geworden om afgeserveerde politici te parkeren?

“Dat zegt nog niks over de populariteit van de Europese Unie bij het publiek. Die is in twintig jaar niet meer zo groot geweest. Enquêtes tonen dat aan”, zegt Cornillie. “Dankzij het brexit-debacle hebben de mensen het door: zonder de EU gaat het niet. Europa moet iets doen met die herwonnen publieksgunst. Mensen hebben nogal wat over zich heen gekregen de voorbije jaren: de financiële crisis, de vluchtelingencrisis, de terreuraanslagen. Daar komen nu nog het klimaat, de digitalisering en China bij. Het publiek verlangt duidelijke oplossingen van Europa.”

Europa mag nog altijd voor oplossingen zorgen. Er is nog hoop voor de Europese Unie.

JAN CORNILLIE. “In veel lidstaten is de EU zelfs populairder dan de nationale regering. Maar de EU heeft het altijd maar moeilijker om de verwachtingen ook in te lossen. Er zijn veel reflectienota’s, witboeken en ander papier volgeschreven. Nu moet er eindelijk eens een grote, politieke deal komen, a grand bargain. ”

Een deal die Europa beter doet werken, betekent automatisch verlies aan macht en invloed voor de lidstaten. Is dat niet het echte probleem van Europa?

CORNILLIE. “De lidstaten moeten inzien dat ze hun soevereiniteit maar zullen handhaven als ze die voor een deel aan Europa afstaan. Dat is mijn diepste overtuiging. Maar ik ben niet blind voor de realiteit. Kijk naar de migratiecrisis. Politici die daar het grootste misbaar over maken, zijn ook degenen die geen gram van hun bevoegdheid willen afgeven. De grens van de Hongaarse premier Viktor Orban is echter ook mijn grens. Want die grens raakt mij, als EU-burger, rechtstreeks. Ik wil daarover meepraten.”

Migratie is voor Orban een electorale goudmijn. Natuurlijk wil hij die bevoegdheid niet afstaan aan Europa.

CORNILLIE. “Op een bepaald moment zal het de Hongaren beginnen te dagen: ‘Het is leuk geweest met die Orban, maar wat heeft hij ons opgeleverd?’ Nu al loopt het volk weg uit het land. Zonder de EU zou Hongarije nog weerlozer zijn, bijvoorbeeld tegen de multinationals, die er de zogenoemde slavenwet hebben doorgedrukt. Die wet laat een drastische verhoging van het aantal overuren toe, terwijl werkgevers liefst drie jaar hebben om de overuren uit te betalen.”

Dankzij de eengemaakte markt hebben bedrijven vrij spel in Europa, zeggen critici. Het sociale Europa komt hopeloos laat.

CORNILLIE. “De welvaartsstaat blijft het best een nationale aangelegenheid, we hebben geen Europese sociale zekerheid nodig. Vroeger volstond het dat de Europese interne markt zorgde voor groei en de koek groter maakte. Maar de nationale welvaartsstaat wordt aangevreten door fiscale concurrentie, loonconcurrentie, en door de Europese begrotingsregels. Die verplichten lidstaten in crisistijden te bezuinigen, zodat de economie nog dieper wegzakt, met nog meer werklozen tot gevolg. In dat geval moet Europa helpen, als een soort herverzekeraar van de nationale welvaartsstaat.”

Maak dat eens concreet.

CORNILLIE. “De Duitse minister van Financiën, Olaf Scholz, een sociaaldemocraat, is een grote promotor van een Europese herverzekering van de nationale werkloosheidsuitkeringen. Spanje en Portugal moesten tijdens de financiële crisis keihard besparen van Europa, hoewel mensen massaal hun baan verloren en er geld nodig was om de werkloosheidsuitkeringen uit te betalen. In zo’n geval moet de Europese herverzekeraar bijspringen, tijdelijk, tot de economie van de lidstaat stabiliseert. Europa moet op de juiste momenten solidair zijn.”

Ik hoor het protest van de noordelijke lidstaten al. Zij zullen zeggen dat de zuidelijke lidstaten in goede tijden een buffer moeten aanleggen, zodat ze in crisistijden zelf hun werklozen kunnen betalen.

CORNILLIE. “Ik draai het argument om. We hebben het sociale cliëntelisme in Zuid-Europa veel te lang op zijn beloop gelaten. De herverzekering moeten we gebruiken als een motivatie voor verandering. Geef die lidstaten pas recht op de herverzekering als ze, zodra de economie het toelaat, hun sociale huishouden op orde brengen. Solidariteit in crisistijden, in ruil voor discipline in goede tijden. Slimme solidariteit stelt voorwaarden.”

Armere EU-staten hebben tegenwoordig een gemakkelijker alternatief: aankloppen bij het rijke China. Italië tekende voor het grote geld van het Belt and Road Initiative, een grootscheeps Chinees infrastructuurproject.

CORNILLIE. “Wat is de houding van de EU tegenover Italië? Eén: je mag je geld niet uitgeven, want je hebt een begrotingsprobleem. Twee: we zullen je niet helpen met dat probleem. Dan komen de Chinezen met een smak geld, en vinden wij het weer niet goed. Kijk, op zo’n moment vragen de Italianen zich af wat ze dan wel moeten doen.”

Een noordelijke Europeaan zou antwoorden: ‘Werk aan uw productiviteit, dan komt het geld weer binnen.’ Het kernprobleem van de Italiaanse economie is de ontstellend zwakke productiviteit. Dat is niet de schuld van Europa.

CORNILLIE. “Juist. De Italianen kampen met veel zombiebedrijven en zombiebanken. Maar als noordelijk Europa die opgekuist wil zien, dringt het Italië wel zware sociale kosten op. Want failliete bedrijven maken mensen werkloos. En failliete banken – die de staat niet langer mag overnemen – doen kleine aandeelhouders bloeden, want de Italiaanse banken hebben vaak coöperatieve structuren. Zonder de gepaste solidariteit kan Europa zo’n opkuis onmogelijk verlangen. Miserie creëren die je vooral niet mag lenigen: dat is geen ernstige houding van de EU.”

Het etatisme lijkt helemaal terug. Duitsland en Frankrijk willen via grote fusies zogenoemde Europese kampioenen creëren die kunnen optornen tegen de door de staat gesteunde Chinese bedrijven. Zijn we te lang naïef geweest tegenover China?

CORNILLIE. “We zouden pas naïef zijn als we die Chinese bedrijven zomaar vrij spel lieten op de Europese vrije markt. Maar etatisme beantwoorden met etatisme is evenmin een goed idee. We mogen niet toegeven op onze vrije markt. Integendeel, we moeten ervoor zorgen dat de rest van de wereld zich plooit naar ons. Verplicht elk bedrijf dat hier actief wil zijn onze strenge staatssteunregels na te leven. Onze enorme markt geeft ons macht. Laat ons die macht gebruiken.”

Wat vindt u van het Frans-Duitse pleidooi voor een industrieel beleid? Draait dat niet uit op politiek favoritisme?

CORNILLIE. “Een paar bedrijven groot maken en de concurrentie wegduwen, dat is geen industrieel beleid. Industrieel beleid is het grote Europese spaaroverschot aan het werk zetten. Europa moet een groot investeringsplan opzetten. Er ligt zoveel te wachten: digitalisering, supersnel internet, infrastructuur, hernieuwbare energie. Maar de Europeanen zijn zo gierig. Wij potten liever ons geld op, terwijl we vergrijzen. We hebben een levensstandaard die de hele wereld ons benijdt. Als we die willen behouden, moeten we investeren. Europa moet leren strategisch te denken.”

Dan moeten we eerst leren overeen te komen. Europa is hopeloos verdeeld. Bestaat de EU over tien jaar nog?

CORNILLIE. “Zeker. We geraken erdoor, maar niet zonder een goede crisis. Europa is de kunst verleerd de zaken op scherp te stellen. Als de Franse president Emmanuel Macron een halve nacht een uitstel van de brexit tegenhoudt, is er al paniek. Charles De Gaulle heeft destijds maandenlang zijn kat gezonden naar Europese topvergaderingen. Dát waren nog eens crisissen. Een unie waar je bij wil horen, is een unie die bakens verzet. Maar dan moet je moeilijke discussies durven te voeren. Neem opnieuw Hongarije. Dat land krijgt massale hulp uit Europese fondsen, maar verlaagt zijn vennootschapsbelasting tot 9 procent, om bedrijven uit andere lidstaten te lokken. Zo kan het niet verder. Wie de voordelen van de EU wil, moet de nadelen erbij nemen. Laat het maar eens goed botsen.”

Zou u niet eerst de verkiezingen afwachten? De populisten zouden weleens flink terrein kunnen winnen.

CORNILLIE. “Ze zullen terrein winnen. So what? De populisten hebben nog niks bewezen. Laat ze maar eens tonen welke meerderheid ze kunnen vormen. Democratie is veel meer dan de verkiezingen winnen. Je moet een coalitie maken. Dat betekent echte onderhandelingen voeren, over een echte agenda. Laat ze het maar eens proberen, de roepers en populisten.”