Een mars tegen de angst die ruim drie weken na de Brusselse aanslagen plaatsvindt: is dat niet te laat? 'Uiteraard niet', klinkt het bij velen. Maar tegelijk leeft het gevoel dat de stad weer in werkmodus zit en dat de pijn en verontwaardiging al te diep zitten om door een solidariteitsmanifestatie gesust te worden.

Eigenlijk had de mars 'Tous Ensemble-Samen Eén' in het weekend na de aanslagen moeten plaatsvinden. Maar toen gaf de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur (PS) geen toestemming, omwille van de terreurdreiging. Nu acht het stadsbestuur de veiligheidssituatie wel aanvaardbaar om een grote manifestatie in het centrum toe te staan.

Hoewel niemand ontkent dat Brussel een grootschalig verwerkingsmoment verdient, rijst de vraag of het momentum voor zo'n mars niet een beetje gepasseerd is. "Ik geef toe dat ik al wat terug in werkmodus zit", zegt schrijver Joost Vandecasteele.

"Ik wil niet cynisch doen over de aanvankelijke schok van 22 maart, die enorm was. Maar tegelijk denk ik dat veel Brusselaars tot de conclusie zijn gekomen dat die criminelen niet in staat waren om onze vrijheid en onze waarden te schaden. Ik heb niet het gevoel dat er angst heerst in deze stad. We zijn die nieuwe situatie, met al die para's in de straat, gewend aan het geraken en beseffen dat die nadruk op veiligheid nog een hele tijd kan duren. Ik denk dat heel veel Brusselaars zich na 22 maart de vraag hebben gesteld waarom ze in Brussel wonen, en dat het overgrote deel die vraag positief heeft beantwoord."

Of dit betekent dat hij zondag niet zal meestappen? "Tja, misschien moet ik dat wel doen. Om duidelijk te maken dat ik het erg arrogant vond van die terroristen om te denken dat ze Brussel uit balans konden brengen."

Wrang gevoel

Ook Jan De Volder, die als coördinator van Together In Peace de Brusselse mars mee organiseert, geeft toe dat de manifestatie beter op een vroeger tijdstip had kunnen plaatsvinden. "Het klopt dat velen al in een gevorderde verwerkingsfase zitten. Na de eerste emotionele schok zijn ook wij meer dan ooit over oplossingen aan het nadenken. Zo vinden wij dat er een stevige inspanning moet komen voor de jeugd. Je voelt dat het polariserende discours en de jihadtaal onder jongeren aan het gisten is. Er is een gevecht aan de gang voor de hearts and minds van onze jongeren. Dat mogen we niet verliezen."

Maar tegelijk omschrijft De Volder de mars als een absoluut noodzakelijk verwerkingsmoment. "We hebben dat symbolische moment nodig om de aanslagen een plaats te geven."

Brussels sp.a-politica Yamila Idrissi antwoordt volmondig 'ja' op de vraag of ze aan de mars zal deelnemen. "Ten eerste omdat Brussel dat verbindende moment nodig heeft. Deze stad heeft een groot gemeenschapsgevoel, en het is belangrijk dat we dat op straat tonen. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat veel mensen duidelijk willen maken dat terroristen Brussel niet zomaar kunnen afpakken."

Bij Idrissi hebben de eerste emoties plaatsgemaakt voor wat zij als een "wrang gevoel" omschrijft. "Ik vind dat er een unheimlich gevoel heerst in Brussel. Ja, iedereen heeft kunnen zien wat voor een ongelooflijke veerkracht deze stad heeft. De mensen, bedrijven, scholen, cultuurhuizen, cafés: het leven is opnieuw op dreef. Gelukkig maar. Maar de problemen die aanleiding gaven tot de aanslagen zijn niet verdwenen. De gevaarlijke koppeling tussen de diepe sociale problemen van Molenbeek en het internationale conflict in Syrië en Irak: we lijken er geen afdoende antwoord op te vinden.

"De dreiging is nog steeds aanwezig en we mogen die niet onderschatten. Tegelijk krijg ik steeds meer signalen van moslims dat ze zich hier steeds minder thuis voelen. Dat gevoel van not belonging is zich helaas aan het doorzetten."

Er verdacht uitzien

Ook Zaki Chairi, presentator bij Arabel FM en leider bij de moslimscouts Les Fourmis, heeft dat dubbele gevoel: de mars tegen de angst is absoluut nodig, maar Brussel is al opnieuw uit de startblokken en moet nu dringend zijn problemen aanpakken. "Ik vind het echt jammer dat we drie weken op de mars hebben moeten wachten. Het is belangrijk dat alle Brusselaars en alle Belgen zonder onderscheid van religie en filosofie op straat komen. Maar we moeten ook zo snel mogelijk kunnen terugkeren naar het normale leven."

Justitie moet haar werk doen, maar het is bijzonder ongezond dat de stad met een veiligheidsfobie blijft zitten, vindt Chairi. "Al die militairen in de straat, agenten wier zenuwen enorm gespannen staan... Ik kreeg daarnet nog een bericht van een goede vriend die op hardhandige wijze door twee agenten en vier militairen werd aangehouden. Toen hij vroeg waarom, kreeg hij te horen dat hij er verdacht uitzag. Tja, dat klimaat moet zo snel mogelijk weg, want het is net dat wat IS met deze samenleving wil doen: mensen tegen elkaar opzetten.

"We moeten net het tegenovergestelde doen: ervoor zorgen dat iedereen een plaats krijgt in deze samenleving."

Copyright © 2015 De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden
cc foto: Koen Vidal