Tijdens een bijzondere ondernemingsraad maakte JLG bekend dat het haar deuren sluit in Maasmechelen. Nadat het onderdelenmagazijn onlangs al verhuisd was naar Nederland, maakte men nu bekend dat ook de resterende 270 banen geschrapt zullen worden. Met één Amerikaanse pennentrek wordt het leven van 270 gezinnen drastisch omgegooid. Levens van mensen die dag in dag uit hun nikkel hebben afgedraaid voor hún bedrijf. Die keihard gewerkt hebben om hún bedrijf draaiende te houden. En waar vervolgens geen rekening mee wordt gehouden als uit een Excel-tabelletje blijkt dat ze de vestiging in Maasmechelen beter sluiten. Dat is de economische realiteit anno 2017. Awel, ik walg daarvan. Tijd voor een ander model.

In de eerste plaats moeten we het probleem schetsen: hoe kan zoiets gebeuren? Het is duidelijk dat op Europees niveau het één en ander grondig fout zit. EU-landen die elkaar beconcurreren met zeer uiteenlopende arbeidsvoorwaarden en subsidies voor multinationals… als dat de geest is van het grote Europese project, dan denk ik dat de Brexit een juiste keuze was. Maar is er dan nood aan minder Europa? Volgens mij niet, wel integendeel. In een eengemaakte Europese markt kunnen dit soort concurrentieslagen enkel intercontinentaal voorkomen. Maar in plaats van lidstaten te treiteren met allerhande nutteloze Europese richtlijnen en van de pot gerukte besparingseisen, zouden onze Europese politieke leiders zich juist beter bezighouden met initiatieven om die concurrentie tussen de lidstaten te doen verdwijnen. Europa moet landen en naties verbinden, niet uit elkaar drijven, dat moet het Europese project zijn!

Een ander probleem is de verhouding directie-werknemer. Terwijl de directie van dergelijke grote buitenlandse bedrijven in hun ivoren toren de fameuze Excel-tabelletjes inkijkt, zijn de werknemers hard hun best aan het doen om die cijfertjes erin te doen groeien. De afstand tussen directielid en arbeider is gigantisch en hun band is onbestaande. Bij kleinere KMO’s kent iedereen vaak iedereen en dus ook ieders gevoeligheden. Werknemers zijn er meer ‘mensen’ met een naam, een gezicht, een gezinsleven, mensen met dagdagelijkse beslommeringen. Vooraleer eenzelfde pennentrek als bij JLG te maken, wordt er langer nagedacht, niet in het minst over de gevolgen voor hún personeel. 

Ik ben dan ook verheugd dat er steeds meer initiatieven ontstaan waarbij werknemers mede-eigenaars worden van hun bedrijf. In Europese bedrijven is ongeveer 3% van het aandelenkapitaal in handen van werknemers. Groot-Brittannië is koploper met 10%. (cijfers van 2015, de Tijd). Niets dan win-win: de directie gelukkig met allemaal gemotiveerde werknemers die ook allemaal de gevoeligheden en pijnpunten van het bedrijf kennen en er dus ook aan werken om ze op te lossen, de werknemers blij dat ze een stem in de onderneming hebben én mee delen in de winst. 

Laat ons nog meer kiezen voor dit model! Al besef ik maar al te goed dat dit pleidooi op dit moment weinig zoden aan de dijk brengt voor alle getroffen gezinnen van JLG...