Joke Quintens (35 jaar) ontwikkelt en begeleidt creatieve denkprocessen in organisaties en bedrijven.  Ze woont met Jan en Fien in Genk.zaterdag 12 juliVanavond een fijn feestje beleefd.  De ingrediënten?  Genk ten top: Italiaanse stokjes, Griekse salade, Turks brood, margarita's en vier ouwe punkers.

Elke stad is fier op haar inwoners die wereldberoemd zijn in Vlaanderen.  Ze pakken daar ook graag mee uit.  Ozark Henry in Kortrijk, Sandrine in Sint Niklaas, La Esterella in Antwerpen, Julien Vrebos in Brussel.  Ook Genk heeft BV's in huis.  Niet dat ze er nog allemaal wonen... Vive la fête's Danny Mommens, Andrea Cronenbergs,  designer Dirk Meylaerts, Piet Stockmans en ... de mannen van Siglo XX.  De jongeren onder u horen het misschien in Keulen donderen, maar de plus veertigers denken ongetwijfeld terug aan de donkere eighties.

Nu, ik ben ook te jong.  Begin jaren tachtig hingen er posters van Duran Duran op mijn tienerkamer en playbackte ik Nena, Madonna en Bananarama. Siglo XX stond toen op podia in heel Europa: Berlijn, Boedapest, Parijs, Lyon, Brussel, Toulouse en Zonhoven.  En ook in het voorprogramma van Nick Cave.  En hoog in de Fnac top 100 in Frankrijk.  Vier cité-jongens uit Genk.  De meisjes met punkkapsels van toen lagen aan hun voeten.  Ondertussen zijn die meisjes een stuk in de veertig, sommigen vijftig, evenals de punkers van Siglo XX.

Weet je wat ik zo fijn aan hen vind?  Ze hebben niet de behoefte opnieuw op het podium zichzelf te gaan bewijzen.  "Voor elk avontuur bestaat er het moment", lijken ze wel te denken.  De ene werd professor, de ander televisiemaker, en nog één cinemaverzamelaar.  En dat is mooi.  Toen was toen.  Zo blijft de mythe behouden.  En de cultstatus.  Want laten we eerlijk zijn... Iggy Pop, Neil Young of Mick Jagger... hebben we hen echt nog nodig?
Nee, geef me dan maar de ouwe punkers van Siglo XX.  Om op een regenachtige zomeravond margarita's mee te drinken.

vrijdag 11 juli
Het was vandaag een heerlijke dag.  Nochtans was ik met een lichte kater opgestaan na ons Clothildes uitje van gisterenavond.  Eerst enkele uren thuis gewerkt, dan het iPhone Un(der)cover event even onveilig gaan maken, me de hele namiddag verdiept in vakliteratuur over communicatie en vanavond naar Antwerpen met Jan en Fien om met Els, Piet en Veerle naar een Italiaantje te gaan.

Creative Class is een vzw die creativiteit wil stimuleren door infrastructuur aan te bieden, workshops en evenementen te organiseren en een netwerk van creatievo's te vormen.  Vandaag hadden ze minister Q uitgenodigd naar aanleiding van de lancering van de iPhone.  Om het met een aantal mensen te hebben over koppelverkoop, de hype, de digitale kloof enzovoort.  Die minister Q kwam daar gezwind uit Kortrijk in Hasselt neergestreken zijn verhaal vertellen.  Toverend met het nodige IT-jargon, overgoten met een sausje arrogantie.  'Wat is een hype?  Steve was in 2003 ook een hype."  en "De vrije markt, dat is ook winkelen op zondag.  Steve zegt dat je dan vlaai moet gaan eten bij je familie.  Ik vind dat we moeten kunnen doen wat we willen."  Ik vind het gewoon fantastisch dat een Westvlaams minister zo met onze Limburgse gouverneur bezig is.

Maar waar gaat het eigenlijk over? Doordat koppelverkoop in België verboden is, zal de iPhone hier duurder zijn dan in de andere landen, omdat ook andere telecomoperatoren de iPhone hier moeten kunnen aanbieden. Ik snap dat niet. Is het niet superliberaal Q die zegt dat je de vrije markt moet laten spelen, waardoor wij, de consumenten (zijn wij dan niet meer dan dat) altijd het beste aan de goedkoopste prijs kunnen krijgen? Nee dus. Wij zullen meer moeten betalen omdat wij de vrije markt willen laten spelen. Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te vinden, waarbij de vrije markt wel in het voordeel speelt van zij die al veel hebben, maar niet voor hen die amper kunnen rondkomen. En dus wil Q koppelverkoop terug toelaten en dus eigenlijk de vrije markt inperken. Nu goed, ik ben blij dat in Limburg wel de vrije markt bij de bakkers werkt, en we daardoor niet alleen de lekkerste maar ook de goedkoopste vlaai hebben. Dat Q daar maar eens van proeft.

Ik ga slapen.  Het is bijna 1 uur.  Ik kom net terug van Antwerpen.  Tranen gelachen met mijn vriendinnen Els en Veerle.  Het wordt er steeds hipper op het Zuid in Antwerpen.  En plezant om er rond te hangen.  Maar weet je wat ik zo fijn vind?  Ik voel me er even thuis als in het volkse van de Genkse wijken.  Morgen koffie drinken in de Italiaanse Club Afi in Winterslag, wat werken en de dag afronden met een groep ouwe punkers.  Maar daarover morgen meer.

donderdag 10 juli
Brussel.  Het blijft een grote liefde.  Tien jaar heb ik er heel graag gewerkt, gewoond, geleefd.  Nu is het de stad van mijn vrienden, van mijn netwerk, van mijn opdrachten, van mijn meest intense momenten.
Twee jaar geleden zijn we naar Genk verhuisd.  Maar gelukkig ben ik nog vaak in de stad, in Brussel.  Als ik afgelopen weekend Beatrice Delvaux in De Morgen las "dat ze bang is om in Dilbeek met een vriendin Frans te spreken", dan word ik triest.  Ik hoop zonder gêne in Brussel Nederlands te kunnen blijven spreken.  Vandaag heb ik een dag "gebrusselt".  Vanmiddag projectbespreking met de Koning Boudewijn Stichting.  Aansluitend bij Brusselleer, het Brusselse centrum voor basiseducatie binnengesprongen om kijken hoe ik hen kan ondersteunen in de realisatie van een nieuwe  organisatiestructuur.  Ik ben jaren heel actief geweest bij Brusselleer.  Eerst als lesgever enteambegeleider, later als voorzitster.  Ook al werk ik nu met een publiek van hooggeschoolde bedrijfsmensen, communicatieprofessionals en coördinatoren, mijn hart ligt nog steeds bij de cursisten van Brusselleer.

Ik probeer afspraken in Brussel altijd te koppelen aan een lunch of koffie met een vriend of vriendin.  Dat is de beste manier om elkaar regelmatig te zien.  Maar vandaag was er jammer genoeg geen tijd.  Genk-Brussel is een hele afstand.  Met de trein reis je enkel een uur en veertig minuten.  De wagen gaat wel snel buiten de spits, maar dan mogen de Beliard en Montgomery tunnel niet afgesloten zijn.  Vanavond 
heb ik nog een belangrijke afspraak in Hasselt, dus geen koffietjes met de Brusselse vrienden vandaag.  Een uur en veertig minuten om van Genk naar Brussel te sporen vind ik toch wel heel lang. Heen en terug 
ben je dan al snel drie en een half uur onderweg.  Al bij al reis ik wel graag met de trein. Je kan er lezen, je werk voorbereiden, vrienden sms-en. Op de trein van Genk naar Brussel heb ik daar dus meer dan genoeg tijd voor.

Mijn Limburgse vrienden ontmoet in vanavond dus.  In Hasselt in café Export.  We hebben een reünie met de Clothildes en hun fans.  Ik heb bij sp.a aan heel veel toffe verkiezingscampagnes kunnen meewerken. De grote triomf in 2003 beschouw ik nog altijd als een 
uniek hoogtepunt. Maar de leukste was die van Hilde Claes  in 2007.  We hebben toen een groep  vrouwen samengebracht - de Clothildes - die als promotieteam voor Hilde het mooie weer in Limburg hebben gemaakt. Het was een gewaagde campagne, want op de affiche prijkten wel vijf vrouwen, van verschillende leeftijden en verschillende achtergronden, maar zonder Hilde.  Maar de campagne werd opgemerkt en er is in heel Limburg over gesproken. Het resultaat was er dan ook naar. Maar het 
allertofste is dat we ook allemaal heel goede vriendinnen zijn geworden en nog regelmatig afspreken. Vanavond dus in De Export in Hasselt.

woensdag 9 juli
Er zijn van die dagen dat je voelt dat je een goede deal kan sluiten.  Dat de wind goed zit en jezelf in form bent.  Onderhandelen.  Het is een vak apart.  Ik vind mezelf er niet bijster goed in. 

Anderen zeggen me nochtans van wel.  Dat ik er net een krak in ben.  Ik word van onderhandelen vooral heel moe.  Niet zo zeer omdat het inspanning vraagt, maar omdat het me vaak teleurstelt.  Nu ik zelf opdrachten moet binnenhalen als freelancer, merk ik het pas echt.  Alles lijkt wel te vermarkten, terwijl ik weet dat heel veel, en gelukkig maar, niet in geld uit te drukken valt: de manier waarop je je werk aanpakt, de passie waarmee je je in projecten stort, de manier waarop je communiceert met collega's en je omgeving.  Maar goed, het moet soms, jezelf kunnen uitdrukken in harde euro's.  Vandaag ben ik er in geslaagd en dat is weer zo'n kleine overwinning.  Sjamayee!

Ik lag nochtans te laat in mijn bed.  We gingen gisteren naar Muziek in de Stad, maar om wille van de regen zijn we op café blijven hangen.  En dan met je vrienden weer de wereld verbeteren.  We hadden het over de aftrekbaarheid van accijnzen bij de btw aangifte voor particulieren en natuurlijk over Genk.  Over onze dromen en ambities met die stad.  Want eerlijk gezegd, die zijn vaak ver zoek.  Je hoort me niks zeggen over Hasselt, ze zijn daar heel goed in zichzelf verkopen.  Dat is misschien ook wat eigen aan de Hasselaar.  We kunnen daar alleen maar van leren.  Ik ben zo overtuigd van het potentieel van Genk, dat ik mijn eerste editie van Dwars door de Stad aan Genk heb gewijd.  In een Dwars door de Stad neem ik deelnemers mee voor een tweedaagse opleiding creatief en innovatief denken en doen.  Maar in de plaats van een seminar center, verkies ik de stad als creatieve leerplek.   Ik ben er rotsvast van overtuigd dat iedereen creatief is. Soms is het slechts een kwestie van het eruit te 
krijgen. En creativiteit is echt onze toekomst. Als we onze welvaart willen veiligstellen, zullen we veel meer in innovatie, creativiteit en talentontwikkeling moeten investeren dan nu het geval is. Maar dan 
moeten we ook van ons eng denken af. Niet in het heden of verleden blijven steken, maar vol vertrouwen naar morgen durven kijken.  En buiten de lijnen kleuren.  Daarmee bezig zijn vind ik veel plezanter dan onderhandelen. Maar ja, soms moet het.

Ik ben gisteren ook boeken gaan kopen. De laatste tijd heb ik de leesmicrobe weer helemaal te pakken. "Een Partizanendochter" van Louis De Bernières, "Dit moet je weten" van Hanif Kureishi en "Het Huis met 
de geesten" van Isabelle Allende. Van dat laatste boek heb ik intens genoten. De lyrische magie die er uit ademt. Het verhaal van sterke vrouwen in moeilijke omstandigheden. En de fundamentele keuzes die mensen in hun leven moeten maken, soms ook de foute. Het was een meesterlijk boek. Gisteren heb ik dan "De Rode Canapé" van Michele Lesbre en "De Cellist van Sarajevo" van Steven Galloway gekocht. Ik kijk er naar uit om erin te beginnen. Liefst in mijn tuinstoel tijdens een mooie zomerdag. Maar dan moet het ook ophouden met regenen en kan ik volgende week misschien toch naar Muziek in de Stad.

dinsdag 8 juli
Sinds enkele maanden heb ik op dinsdagochtend een vaste afspraak met  vrienden om koffie te gaan drinken in het café van Franco Piceno. Vandaag was dat niet anders. En Franco is een fenomeen op zich.

Een Italiaan pur sang. Eentje afkomstig "uit de bergen", zoals hij zelf pleegt te zeggen. Cappucino drinken in café Piceno in Zwartberg is een feest. Het is er elke dag van het jaar zomer.
Franco Piceno is ook een voorbeeld van zuiderse passie in het koele noorden.  Dirk, mijn Genkse collega en kameraad, en ik hebben het vaak over Genkse vrouwen. Genkse volksvrouwen, daar kunnen we heel lyrisch over zijn.  Maar over Genkse mannen, daar valt ook een boek over te schrijven. Een boek vol versiertrucs. Mijn job is creativiteit in 
mensen naar boven brengen. Wel, ik kan je verzekeren, sommigen hebben dat niet nodig. Ik zou graag politici als Leterme, Maingain of De Wever eens op retraite willen sturen naar café Piceno.  We zouden nogal eens wat zien...

Maar het wordt pas echt warm bij Piceno als er een interessante voetbalmatch te beleven valt.  Zo vielen we er dit voorjaar ergens op een zaterdagavond binnen. KRC Genk speelde één van de laatste matchen van het seizoen uit in Charleroi.  Eigenlijk ging het nog om de tiende  plaats in de rangschikking.  De match stond op, ja, op de televisie, maar het geluid stond af.  Een verloren zaak.  Als je kan kijken naar Catania tegen Palermo. En aansluitend naar AC Milan tegen Juventus.  
In het café vormen zich dan twee blokken en ontspinnen zich discussies over en weer.  Ik versta maar twee woorden Italiaans, maar ik vind het schitterend. Mannen, vrouwen, kinderen. Van piepjong tot stokoud. Allemaal Italiaan.  In Genk wonen 12 000 Italianen.  Het is een voorrecht om daar tussen te wonen.  Altijd iets te beleven.  En als het dan Europees voetbal is, dan moet je wel voor Italië supporteren. Natuurlijk heb ik fel geduimd voor de Portugezen, Turken, Grieken en Spanjaarden. Allemaal buren zijn het. En het nachtelijk geclaxonneer nam ik er graag bij.  Laat die gasten toch hun vreugde uiten! De vreugde voor de Italianen heeft jammer genoeg maar één match geduurd. Tegen Nederland en Roemenië hadden we geen reden tot juichen.  Maar de match tegen Frankrijk, dat was wél feest.  Speciaal voor de gelegenheid had ik me in de Italiaanse driekleur gestoken: witte top, 
groene jurk en rode laarzen.  Maar die zijn maar één wedstrijd meegegaan.  De Spanjaarden hebben ons ingepakt.  Misschien volgende keer naar Altes Torres of café Barcelona trekken...

maandag 7 juli
Ik heb gisteren een besluit genomen.  Ik ga een Vespa kopen.  Ik droom er al lang van, maar er waren altijd redenen om het uit te stellen.  Tot ik gisterenavond per toeval op een feestje van de Vespa Club Paesani terecht kwam.

We waren met een paar vrienden afgezakt naar het centrum om even een glimp op te vangen van Nicole en Hugo op de "Zo is er maar één"-toer.  Ja, ik ben een fan.  Nicole en Hugo waren fantastisch maar die kleinkunstliederen, daarmee moeten ze me met rust laten.  Ik heb in mijn kinderjaren niets anders gekend dan Zjef Van Uytsel, Miel Cools en Jan De Wilde.  In 1973 geboren en Joke heten.  Dan weet je genoeg hé.  Ineens snakte ik weer naar de wijken.  Angelo vertelde me dat de Vespa Club een feestje had in café Piceno.  Wij allen daar heen.  Het Vespa park dat daar samen stond was een droom.  En de gasten die er op rijden ook.  Je verenigen rond een gezamelijke passie en dan samen vanalles doen.  Dat is toch het mooiste wat er is.

Dat kan ik trouwens ook zeggen van thuis kunnen werken.  Zeker op maandagochtend.  Je doet het dubbele van wat je op een kantoor kan doen.  En vandaag is het zo'n dag.  Geen afspraken gepland.  Gewoon eens doorwerken.  Bureau opkuisen, materiaal van begeleidingen van vorige week opruimen.  Mails beantwoorden.  Vergaderingen van de komende dagen voorbereiden.  Een project verder uitschrijven.  Sinds begin dit jaar ben ik volledig zelfstandig.  Ik merk nu pas dat door alleen te werken, ik veel meer doe in een dag én meer vrije tijd heb.  Natuurlijk vond ik het altijd heerlijk collega's rond me te hebben.  Ik word gek als ik een dag geen mensen rond me heb.  Maar nu zijn het andere mensen: collega freelancers, opdrachtgevers, deelnemers aan trainingen en procesbegeleidingen, maar vooral ook vrienden.  Als je thuis werkt bepaal je zelf je ritme. Je moet niet minder werken maar je kan zelf bepalen wanneer je het doet en in welke tijdsblokken.  Dat is ideaal als je naast je werk nog een gezin hebt.  Fien heeft vakantie en vandaag kwam er een vriendinnetje spelen.  Dat kan dus.  Ik aan mijn bureau en Fien en Anaïs in de tuin.  En als ze iets nodig hebben hoeven ze maar binnen te springen.  Ik vind dat meer ouders die keuze zouden moeten hebben.  Veel bedrijven vinden nog altijd dat je leven door een tikklok bepaald moet worden. Terwijl het er eigenlijk toch om gaat wat je presteert. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat als de mensen die keuze zouden hebben, zij veel productiever zouden zijn.  Soms moet je radicaal met oude gedachten en verwachtingen kunnen breken om met iets beters op de proppen te komen.

Die Vespa heb ik niet onmiddellijk nodig.  Een kast voor mijn dossiers daarentegen.  Ik ben vanmiddag naar de fabriekswinkels op de Hasseltweg gereden om te kijken of ze daar een kast hebben.  Die typische Vlaamse steenweg, waar honderden mensen zich in hun auto een weg proberen te banen, langs winkels die ook op zondag open zijn, is echt een ramp.  Dat vind ik wel jammer aan Genk en heel veel andere steden.  Dat je steeds je auto nodig hebt om ergens te geraken. Dat veel winkels buiten het centrum liggen en dus meer parkeerruimte dan winkelruimte hebben.  Fietspaden genoeg nochtans.  Maar ja. Laad maar eens een kast op je fiets of Vespa.


zondag 6 juli
Een welkomstfeest. Zo heet het tegenwoordig. Dat is een feest om een pasgeboren baby welkom te heten. En al dat bezoek kan ineens passeren om de mooie baby te bewonderen. Een jongetje. Pieter. 

De kersverse zoon van mijn vriend Bart.  Nummer drie reeds.  Maar mama en papa 
blinken nog eens zo hard.  Rijper, mooier, sterker dan 10 jaar geleden bij nummer 1.  Fien, mijn dochter van negen, vond het geweldig.  Want het welkomstfeest vond plaats in een Leuvense speeltuin.  Vol met kinderen van tweeverdieners.  Mama's op crocs, papa's met buggies.  Je kroost als kern van de wereld.  Zo warm en zo beschermd.

Fien werd geboren in Brussel en woonde er tot haar zeven.  Ze zat uiteraard in het Nederlandstalig onderwijs.  Frans spreken op de speelplaats is er verboden.  Mama's en papa's die werken voor De Morgen, De Munt, De Vlaamse gemeenschapscommissie en dan gelukkig enkele Turkjes en Marokkaantjes.  Multicultureel.  Dat moet het zijn.  Tot je op de grenzen stoot.  Laat werken en niet op school geraken.  Altijd terug moeten vallen op diezelfde vrienden.   De gedachte aan 
ouders in de buurt, dagelijkse opvangstress die wegvalt, een tuin hebben.  En plots ben je dan weer Limburger.
Toen we in Genk een huis vonden in tuinwijk van Waterschei, in de schaduw van de mijnschacht, was ik verkocht.  Het zou opnieuw Limburg worden.  Het was vooral Fien die moest doorbijten.  Een nieuwe school, nieuwe vriendinnen en veel "mama, die kinderen versta ik niet".  Genk, dat zijn de kleinkinderen van mijnwerkers.  Geen Pieters, Arthurs en Charlottes.  Zelfs geen Ramatas of Laetitias.  Wel Chelseas, Scarlets, Jordys en Ferhats, Lucas en Ninas.  Na een week vroeg Fien me heel ernstig: "Mama, weet je wat zo verschillend is tussen de jongens in Brussel en in Genk?  De jongens in Brussel zeggen tegen ons 'jongens plagen is liefde vragen' en weet je wat die van Genk zeggen?  'Jongens plagen is motten vragen'."

Mensen vragen me vaak of ik Brussel niet mis.  Het is ja en nee.  Zolang ik er wekelijks minstens één keer ben en mijn vrienden kan combineren met één of andere opdracht of vergadering, ben ik een  tevreden mens.  De warmte van Genk, je zal het deze week nog wel merken, zou ik nooit meer kunnen missen.  En Fien ook niet.