Jan Bertels en Tine Soens onderwierpen het evaluatierapport van het departement Onderwijs over het financieringsdecreet aan een grondige analyse. “Daaruit blijkt nu dat jongens in de meeste bacheloropleidingen over de hele lijn slechter scoren dan meisjes. Ze doen er gemiddeld 9,5 maanden langer over om hun bachelordiploma te behalen.”

Er blijven enkele uitzonderingen, zoals de richtingen chemie en informatica, waar jongens beter blijven presteren dan meisjes. En de richtingen ingenieur en wiskunde, waar er geen noemenswaardig verschil is. Maar in de studies die als typisch vrouwelijk worden omschreven, zoals kleuter- of lager onderwijs en verpleegkunde, zijn de resultaten van jongens nog slechter dan in de richtingen die hen zogenaamd op het lijf geschreven zijn.

“Dat was voor ons een complete verrassing', zegt Tine Soens. “Dat meisjes het in sommige traditionele jongensrichtingen beter doen, wordt door de minister altijd verklaard vanuit hun extra motivatie. Je zou verwachten dat jongens die voor verpleegkunde of kleuterleraar kiezen, ook extra gemotiveerd zijn. Blijkbaar werkt het niet zo.”

Opvallend is dat jongens vanaf de masteropleidingen wél puike resultaten neerzetten. Meisjes lopen daar meer vertraging op. Jan Bertels: “Tijdens de masteropleidingen zijn er meer mondelinge examens. Er nemen daar ook meer mannelijke professoren examens af. Misschien laten meisjes zich sneller intimideren? Maar dat is puur giswerk.”

Een andere opvallende vaststelling die Tine Soens en Jan Bertels deden is dat de totale studieduur elk academiejaar toeneemt met gemiddeld acht dagen. Dat geldt zowel voor jongens als meisjes. Dat komt doordat zowel jongens als meisjes minder studiepunten opnemen. Het gemiddelde is gezakt van 58,94 in 2009 naar 54,93 in 2014, terwijl een academiejaar normaal gezien 60 studiepunten omvat. Ook eerste generatiestudenten doen het nu vaker. “Het is kennelijk moeilijker geworden dan vijf jaar geleden om je voltijds met je studie bezig te houden”, zegt Tine Soens. “Misschien wordt er meer bijgeklust? Het verhogen van het inschrijvingsgeld maakt het er natuurlijk niet gemakkelijker op. Minder studiepunten opnemen is overigens niet altijd zo'n goed idee: vanaf 45 punten en minder zakt het studierendement aanzienlijk.”

“Wij pleiten voor grondig onderzoek naar de oorzaak van al deze verschillen en fenomenen. Hoe oplossingen zoeken, als we niet eens weten welke verklaringen er zijn”, besluiten Tine Soens en Jan Bertels.