John Crombez: “Jongeren moeten op sociale media beter beschermd worden tegen wraakporno”


Beschermen

Dankzij sociale media kunnen we voortdurend informatie, foto’s en video’s met anderen uitwisselen. Apps als Facebook, Instagram, Whatsapp en sindskort Tik Tok zijn niet meer weg te denken uit onze leefwereld. Maar niet iedereen die actief is op die sociale media heeft even goede bedoelingen en sommigen verspreiden boodschappen of beelden om anderen doelbewust te kwetsen. Het is aan een sterke overheid om haar burgers te beschermen tegen deze misbruiken en te zorgen voor een veilige samenleving zowel op sociale media als in de echte wereld. Daarom legt sp.a in het parlement een verstrenging van de regelgeving rond wraakporno op tafel.  

 

“Heel wat jongeren sturen vandaag eens uitdagend sms’je een sexy foto van zichzelf naar hun partner of iemand die ze vertrouwen. Dat moet kunnen want dat is met toestemming,” stelt John Crombez. “Maar wat als de ontvanger slechte bedoelingen heeft of de relatie beëindigd wordt en een van de partners uit wraak die gevoelige beelden verspreid”, gaat Crombez verder.


1 op 15 jongeren

Een op de vijftien jongeren werd al geconfronteerd met wraakporno. Maar dat is een dark number, want de meeste slachtoffers durven er niet mee naar buiten te komen omdat ze zich schamen of zelfs verantwoordelijk worden gesteld voor de gevolgen van de slechte intenties van de ontvanger. 

 

“Het is aan een sterke overheid om jongeren hiertegen te beschermen en om de verspreiders ervan en de sociale media die de verspreiding niet tegengaan hard aan te pakken. Daarom hebben we strafwet stevig uitgebreid: vooreerst wordt de straf voor de verspreider verhoogd met een geldboete tot 10.000 euro. Een rechter kan bovendien alle operatoren en sociale media waarop de beelden verspreid werden verplichten om de content binnen de zes uur offline te halen en ontoegankelijk te maken. Doen ze dit niet zullen ze geconfronteerd worden met dwangsommen per uur vertraging en strafsancties. Tot slot kan het slachtoffer ook rekenen op het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen om naar de rechter te stappen”, besluit Crombez.