Vandaag publiceerde Kind & Gezin de nieuwe Kansarmoede-index voor 2016. De cijfers voor de Vlaamse steden en gemeenten gaan vrijwel zonder uitzondering in dezelfde richting: toenemende kinderarmoede. In lijn met vrijwel alle andere centrumsteden, volgen ook de cijfers voor Leuven die duidelijk nationale tendens. Dat kinderarmoede over heel Vlaanderen toeneemt, lijkt erop te wijzen dat dit het resultaat van Vlaams en federaal beleid is.

De directe facturen van Vlaamse gezinnen stijgen inderdaad: kinderopvang is duurder gemaakt, in het bijzonder voor de laagste inkomens, en tegelijkertijd is de kinderbijslag verlaagd door niet te indexeren. Uitkeringen zijn voorwaardelijk gemaakt en de jongerenuitkeringen afgeschaft. De arbeidsmarkt wordt meer en meer bevolkt door “flexi-jobs” - of liever: “sprokkelarbeid” - in plaats van volwaardig en stabiel werk. Het leven is in het algemeen een pak duurder geworden: denk maar aan energie, geneesmiddelen die niet meer, of minder, worden terugbetaald, … Hierdoor wordt het voor mensen, zeker voor wie al kwetsbaar was, moeilijk om van hun besteedbaar maandelijks inkomen te blijven rondkomen.

Zonder tweesporenbeleid is het dweilen met de kraan open 

Daarom een bedenking bij deze nieuwe Kinderarmoede-index. Armoedebeleid moet een tweesporenbeleid zijn. Om de armoedecijfers te doen dalen, moet er een structureel beleid gevoerd worden gericht op het verhogen van het gezinsinkomen van een grote groep mensen. Armoede is en blijft immers in de kern altijd een gebrek aan middelen. Dat structureel armoedebeleid moet van bovenaf komen: steden en gemeenten kunnen enkel lokaal versterken met flankerend beleid bij de structurele beleidsmaatregelen vanuit de regering.

In Leuven werken we al een hele tijd hard om waar we kunnen de stijgende levensduurte te compenseren. We voeren dat flankerend beleid om de gevolgen van leven in armoede te verzachten. Om enkele voorbeelden te noemen:

  1. We zetten volop in op de creatie van voldoende, betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen; in afwachting van de uitblijvende middelen vanuit Vlaanderen doen we dit met middelen uit de eigen stadsbegroting.
  2. We komen tussen in de onderwijskosten, en organiseren betaalbare, uitdagende buitenschoolse opvang vanuit de stad (KinderKuren) zodat ouders hun engagementen in de samenleving kunnen aangaan.
  3. We zetten zeer sterk in op buurtwerk: buurtwerk is immers een uitzonderlijk belangrijke partner in de strijd tegen (kans)armoede en staat recht tussen de mensen als schakel naar het bestuur.
  4. Gezinnen die moeten rondkomen met een leefloon geven we extra ondersteuning om de hoge huurprijzen in Leuven te kunnen betalen.

Maar zonder structureel Vlaams en federaal armoedebeleid, is dergelijk flankerend lokaal beleid dweilen met de kraan open.

Bieke Verlinden, schepen van sociale zaken voor sp.a in Leuven

Pieter Vandenbroucke, ondervoorzitter OCMW voor sp.a in Leuven