Kiezen we voor dure gevechtsvliegtuigen of voor  een eerlijk pensioen voor iedereen?

In 2018 wil de federale regering beslissen welk vliegtuig onze F-16’s moet vervangen. De Belgische regering voorziet 3,6 miljard euro om 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen aan te kopen; over dertig jaar lopen de kosten zelfs op tot minstens(!) 15 miljard euro. Het lijkt er sterk op dat de keuze voor de Amerikaanse F-35 al lang gemaakt is en de marktbevraging een schijnmanoeuvre is. Momenteel blijven er officieel twee kandidaten over: de Eurofighter Typhoon en de F-35. Zij dienen halfweg februari 2018 een Best and Final Offer in. 

Dat de F-35 het voor de belastingbetaler het duurste toestel van beide is, staat buiten kijf. De marketingmachine van Lockheed Martin, de machtige producent van de F-35, draait ondertussen op volle toeren. Het is dan ook zaak om dit dossier uiterst kritisch te blijven volgen.

De Belgische regering voorziet 3,6 miljard euro om nieuwe gevechtsvliegtuigen aan te kopen. Maar is deze miljardenaankoop voor een klein, Europees land als België verantwoord?

Tot op vandaag hebben we geen zicht op de prijs die Lockheed Martin ons zal toeschuiven. Als we kijken naar de andere ‘aankooplanden’ die al verder staan in de aankoopprocedure, zien we dat de meerderheid het oorspronkelijke budget ruim overschrijden en daarom het aantal vliegtuigen drastisch moeten verminderen.

De kost van de F-35 zit immers vol met onzekerheden, onzekerheden die uiteindelijk zullen worden verhaald op de belastingbetaler. Daarbij stelt zich dan de vraag: is deze miljardenaankoop voor een klein, Europees land als België verantwoord? Is die opportuun? Kunnen we ons dure F-35’s  veroorloven terwijl de regering ons probeert wijs te maken dat de pensioenen onbetaalbaar zijn? 

Sp.a zal dit dossier de komende maanden op de voet volgen en op deze pagina regelmatig verslag uitbrengen.