De SERV betreurt in zijn advies over de kinderbijslag dat minister Vandeurzen niet eerst een armoedetoets heeft laten uitvoeren alvorens tot de politieke beslissing over te gaan. Daarnaast formuleert de Raad enkele kritieken op de hervorming die ook de sp.a-fractie eerder al heeft geuit.

Zo vindt ook de SERV dat de leeftijdsbijslagen beter zouden behouden worden, al dan niet in aangepaste vorm, om ervoor te zorgen dat de kinderbijslag ook de stijgende kosten van een opgroeiend kind weerspiegelt. Net als sp.a wijst de SERV erop dat wezen in het nieuwe systeem slechter af zijn dan vandaag en pleit hij ervoor de huidige wezenbijslag te behouden. Ook de verlaagde adoptiepremie vindt geen genade bij de SERV. Wat de sociale toeslagen betreft zegt de SERV dat de regering gekozen heeft voor een minimale invulling, die bovendien geen effectieve en efficiënte inzet van middelen garandeert. De SERV plaatst ook grote vraagtekens bij de participatietoeslagen voor kleuters, die ‘symbolisch’ en ‘complex en duur’ genoemd worden. Voor de toeslag voor 0 tot 2 jarigen ontbreekt volgens de SERV zelfs elke argumentatie.

“De sociale partners herhalen in hun advies dus een aantal pertinente kritieken die ook mijn fractie eerder heeft geformuleerd”, stelt Joris Vandenbroucke vast. “Maar bovenal waarschuwt de Raad dat het hervormde systeem tot grote budgettaire tekorten dreigt te leiden. Op die manier komt de stabiliteit van de kinderbijslag in gevaar, en dat zou nefast zijn voor alle huidige en toekomstige Vlaamse gezinnen. Na de waarschuwing van het Centrum voor Sociaal beleid dat de hervormde kinderbijslag de kinderarmoede niet zal terugdringen waarschuwt de SERV nu voor een instabiel en dus mogelijk onhoudbaar stelsel. Ik kan alleen maar herhalen dat minister Vandeurzen dringend moet bijsturen. Terug naar de tekentafel, dus.”