"Het verhaal van Aurelie, de 33 jarige invalide vrouw die na het overlijden van haar ouders uit de sociale woning wordt gezet omdat ze 32 jaar geleden te jong was om het huurcontract mee te ondertekenen, heeft ook mij diep geraakt. Haar verhaal dat onlangs de krant verscheen is jammer genoeg ook geen alleenstaand geval. We zijn  dan ook opgetogen dat er eindelijk dringend werk wordt gemaakt om dergelijke sociale drama’s in de toekomst te vermijden", zegt Michèle Hostekint.

Michèle Hostekint bepleit al langer een oplossing voor de discriminatie die in de bestaande regelgeving van 25 december 2006 is geslopen. In de sociaal huurbesluit dat sedert twee jaar in voege is wordt het onderscheid gemaakt tussen huurders categorie A en D. Kinderen die bij het ondertekenen van de huurovereenkomst meerderjarig zijn mogen het huurcontract mee ondertekenen en worden beschouwd als oorspronkelijke huurders. Minderjarige kinderen kunnen dat niet en worden beschouwd als huurders categorie D en kunnen de sociale huurwoning niet overerven.

"Deze regeling van de problematiek van de inwonende kinderen bij het overlijden van de langstlevende ouder, heeft al aanleiding gegeven tot meerdere sociale drama’s en dient als onrechtvaardige te worden beschouwd. In die zin dat kinderen die 18 zijn op het moment van de  ondertekening wel mogen blijven als de ouders sterven en de jongere niet. Dit gevoon omdat ze –zoals ook het verhaal van  Aurelie dit weekend heel treffend illustreert- toevallig nog geen 18 waren bij de aavang van het contract".

De problematiek werd onlangs nog ter sprake gebracht in de commissie Wonen van het Vlaams Parlement. Daar erkende minister van Wonen Freya Van Den Bossche dat er wel degelijk een onrechtvaardigheid bestaat. Tegelijk gaf ze ook aan te zullen onderzoeken hoe in het sociaal huurbesluit deze discriminatie kan worden opgeheven.

"We moeten inderdaad komen tot een aanpassing waarbij kinderen mogen blijven wonen in het huurhuis van de ouders en dat zijn rechtmatige huurders worden. Heel vaak hebben ze daar ook sedert hun geboorte gewoond", meent Michèle Hostekint. "Met die nuance dat deze regeling niet zou mogen gelden voor mensen die reeds ergens anders zijn gaan wonen. Dit om te voorkomen dat mensen enkele maanden voor het overlijden van hun ouders er terug intrekken louter om de huurrechten te kunnen overnemen".

Michèle Hostekint wijst ook op de verantwoordelijkheid van de sociale huisvestingsmaatschappijen. "Ook in het verhaal van Aurelie merken we dat de huisvestingsmaatschappij expliciet naar de wet verwijst, maar Artikel 24 van het Sociaal Huurbesluit voorziet in de mogelijkheid dat een huisvestingsmaatschappij afwijkt van de toewijzingsregeling en een woning kan toewijzen omwille van sociale redenen. Wij zijn van mening dat wezen ingevolge het overlijden van een ouder van deze regeling gebruik zouden moeten kunnen maken".