“Het goede nieuws is dat er een akkoord is”, zegt Kathleen Van Brempt. “Het zag er immers een tijdje naar uit dat de weerstand bij een aantal lidstaten zo groot was dat de Raad niet tot een overeenkomst zou komen. Maar het akkoord zelf is weinig ambitieus.” De sociaaldemocraten hadden in het parlement 50 procent reductie van broeikasgassen voorgesteld, 45 procent hernieuwbare energie en 40 procent energie-efficiëntie. “Haalbare doelstellingen, als je weet dat we voor de 2020-doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen vandaag al 18 procent van de beoogde 20 procent bereikt hebben.” Het parlement bereikte echter een compromis voor minstens 40 procent reductie van broeikasgassen, 30 procent hernieuwbare energie en 40 procent energie-efficiëntie. “Zelfs die conservatieve doelstellingen werden nu door de Europese regeringsleiders afgezwakt,” zegt Van Brempt.

Voor het parlement hadden de Europese doelstellingen ook allemaal bindend moeten zijn; dat geldt nu enkel voor de reductie van broeikasgassen en hernieuwbare energie. De inspanningen voor de reductie van broeikasgassen worden verdeeld over de lidstaten, voor hernieuwbare energie zijn de doelstellingen enkel op Europees niveau afgesproken. “Dat betekent dat lidstaten nauwelijks verantwoording moeten afleggen voor de inspanningen die ze zelf doen inzake hernieuwbare energie,” zegt Van Brempt. “De doelstelling voor energie-efficiëntie is ‘indicatief’, zodat er ook weinig druk achter zit om ze ook effectief te halen.”

Er is volgens Van Brempt toch één belangrijk lichtpunt. “De Raad spreekt over doelstellingen die ‘minstens’ gehaald moeten worden én voegt daaraan toe dat ze na de klimaattop van Parijs naar boven bijgeschaafd kunnen worden. Dat betekent dat het parlement de moed niet mag verliezen en moet blijven vechten voor ambitieuzere doelstellingen.”

Volgens Van Brempt hebben de Europese regeringsleiders een kans laten liggen om Europa op wereldvlak een voortrekkersrol te laten spelen. “Met dit akkoord keren we de klimaatverandering niet en bereiken we de tweede ambitie niet. We blijven veel te dicht bij business as usual, terwijl we krachtig de transitie naar een energielandschap met 100 procent hernieuwbare energie hadden moeten inzetten. Dit verplicht het parlement én de Commissie om de komende maanden en jaren het ambitieniveau te verhogen en werk te maken van slimme investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, die niet alleen het milieu, maar ook de werkgelegenheid in Europa ten goede zullen komen.”