Dat de komst van een nieuwe brug in hartje Menen een enorme impact zou hebben, was al langer geweten. Toch kwam begin december vorig jaar het nieuws aan als een mokerslag. 118 percelen met 78 huizen en handelszaken moeten plaats ruimen. Van 88 percelen is de toekomst nog niet bekend. Hier gaat het om 73 huizen en handelszaken.

Dat allemaal om het voorkeurscenario te kunnen bewerkstelligen. Dat houdt in dat er een vaste brug komt én dat de Leie wordt rechtgetrokken. Nu wordt naarstig gewerkt aan een voorontwerp, dat tegen midden dit jaar af moet zijn. Dan weten we ook of die 73 andere huizen moeten verdwijnen. Maar waarom moeten er dat nu zo veel zijn?

Uit een vraag van Vlaams parlementslid Tine Soens (SP.A) aan minister van Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) komen enkele details naar voren en die doen vragen rijzen bij de Meense oppositiepartij. Zo blijkt dat er bij een van de vijf scenario's maar één pand moest verdwijnen. Dit als er een beweegbare brug zou komen en er niets verandert aan de breedte van de Leie. “Wij zijn dan ook vragende partij om de beweegreden te kennen waarom bepaalde criteria de bovenhand nemen om meer bewoners te onteigenen”, zegt wijkbewoner en OCMW-raadslid Patrick Roose (SP.A).

Lange boten

Enkele redenen voor de keuze voor een vaste brug kennen we al: vermijden van verkeershinder, mechanische defecten voorkomen en de veiligheid van de schepen garanderen, die door de snelle stroming niet zouden kunnen stoppen. Maar wat met de criteria 'beeldkwaliteit' en 'economische mogelijkheden'? “Die wegen niet zo zwaar door als het aantal onteigeningen”, zegt Claudia Van Vooren van Waterwegen & Zeekanaal nv, dat instaat voor het project. “Eerst en vooral kijken we of er boten van 185 meter lang en drie containers hoog kunnen passeren. Met een beweegbare brug is dat simpelweg niet mogelijk.”

Of de 73 misschien-panden ook moeten verdwijnen, valt af te wachten. Die panden bevinden zich vooral aan de Noordkaai. “Daarvoor wachten we nu nog enkele technische aspecten af: welk type grond, hoe herbouwen we de kaai. Het voorontwerp moet daar meer zicht op geven”, aldus Van Vooren. (djr)

Joerie Dewagenaere
Verscheen eerder in het
Nieuwsblad.