Voor sommige mensen is een leefloon onvoldoende om rond te komen en menswaardig te kunnen leven. Daarom introduceert het OCMW Kortrijk een ‘Kortrijks Menswaardig Inkomen’ of KMI, een aanvullende steun bovenop het leefloon of een vergelijkbaar inkomen voor mensen die het, op basis van een objectieve berekening, nodig hebben. Voorwaarde is dat mensen meewerken aan een activeringsprogramma van het OCMW, een programma gericht op deelname aan de arbeidsmarkt.

OCMW-voorzitter Philippe De Coene: “Dit is een nieuwe stap in onze aanpak van armoede. De discussie over het optrekken van het leefloon tot de Europese armoedegrens loopt in ons land al erg lang. Omdat een beslissing hierover telkens weer op de lange baan wordt geschoven, beslist Kortrijk nu om een betekenisvolle inspanning te leveren.”

De OCMW-raad buigt zich donderdagavond over een voorstel waarbij Kortrijk aanvullende steun kan toekennen aan die mensen met een leefloon die het nodig hebben. Het leefloon bedraagt nu 892 euro voor een alleenstaande, 593 euro voor een samenwonende en 1.230 euro voor een gezinshoofd met kinderen ten laste. 

"Concreet kijken we aan de ene kant naar de inkomsten en de sociale voordelen (bijvoorbeeld het huren van een sociale woning), aan de andere kant naar de verantwoorde uitgaven van een gezin met een leefloon. Dat laatste gaat over basisuitgaven, zoals huur, voeding en energie, en dat ook tegen basisprijzen. In functie daarvan gaan we kijken of en hoeveel aanvullende steun er nodig is," verduidelijkt OCMW-voorzitter Philippe De Coene.

Kortrijk maakt hiervoor gebruik van het Referentiebudget voor een Menswaardig Inkomen (REMI). Dat is een budgetstandaard ontwikkeld door het Centrum voor Budgetadvies- en onderzoek (CEBUD) van onderzoeker Bérénice Storms (Thomas More Hogeschool).

Voor de toepassing wordt dan weer gebruik gemaakt van een digitale computermodule zodat de aanvullende steun algemeen, vlot en rechtvaardig kan worden toegekend. Deze module werd ontwikkeld door het ICT-bedrijf Logins, samen met het OCMW van Gent.

In de berekening blijft er voldoende afstand tussen leefloon plus aanvullende steun en het minimumloon. Dit om mensen blijvend te motiveren om een job te zoeken. In Kortrijk is beslist om het verschil tussen het minimumloon en het Kortrijks Menswaardig Inkomen te bepalen op 35 procent voor alleenstaanden, 25 procent voor koppels en gezinnen met uitsluitend meerderjarige kinderen en 15 procent voor gezinnen met minderjarige kinderen of één meerderjarig studerend kind.

Over hoeveel gaat het per maand?

Het leefloon voor een alleenstaande bedraagt vandaag 893 euro. Het KMI zorgt voor gemiddeld 125 euro extra per maand. Een koppel met minderjarige kinderen ontvangt 1.230 euro. Het KMI zorgt voor gemiddeld 150 euro extra per maand.

Philippe De Coene: “Dat maakt voor mensen in armoede een groot verschil. Het is ook een eerlijk systeem: een algemeen principe, toegepast op telkens verschillende persoonlijke situaties. Om de armoede effectief te bestrijden, moet je in bepaalde gevallen ook iets doen aan het inkomen. Mensen die financieel iets meer ruimte krijgen, kunnen daardoor een opleiding volgen of zich bijscholen. Wie meegaat in ons verhaal van activering, krijgt de aanvullende steun."

De aanvullende steun is, in tegenstelling tot het leefloon zelf, geen recht. De steun kan dus worden teruggedraaid. Kortrijk is overigens koploper onder de centrumsteden inzake activering van mensen in leefloon.

Kortrijk telt vandaag 850 leefloondossiers (van een alleenstaande, een samenwonende tot en met gezinnen met veel kinderen). Meestal is leefloon ook een zeer tijdelijke situatie: volgens de meest recente cijfers zijn de betrokkenen gemiddeld acht maanden afhankelijk van een leefloon. Op basis van eigen cijfers en die van Gent, waar het systeem eerder werd toegepast, rekenen we erop dat 20 tot 25 procent van de mensen met een leefloon recht hebben op aanvullende steun.

Het nieuwe systeem betekent een meeruitgave van 205.000 euro per jaar.

Meer info; Philippe De Coene, Voorzitter OCMW Kortrijk 0477 45 32 32