Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) was er als de kippen bij om de ‘Verklaring van Namen’ van zijn Waalse evenknie Paul Magnette (PS)  af te schieten. Nochtans is die verklaring een goede aanzet om de internationale handel in de toekomst eerlijker en duurzamer te maken. Helaas is dat het laatste waar de Vlaamse regering van wakker ligt.

Het controversiële verdrag tussen de EU en de VS (TTIP) is voor onbepaalde duur afgevoerd. Ook het verdrag met Canada (CETA) wacht nog een hobbelig ratificatieparcours en het is hoogst onzeker of het de finish zal halen. Het maatschappelijk draagvlak voor deze verdragen heeft een absoluut dieptepunt bereikt, terwijl het verzet ertegen ongeziene proporties aanneemt. De boodschap van zo veel burgers en zowat het ganse middenveld is duidelijk: het Europees handelsbeleid zal rechtvaardiger en duurzamer zijn, of het zal niet zijn.

In Wallonië is die boodschap aangekomen. In de ‘Verklaring van Namen’ doet Paul Magnette voorstellen om de handelsverdragen van de toekomst op een nieuwe leest te schoeien. Een veertigtal economen en academici, waaronder enkele klinkende namen als Thomas Piketty en Dani Rodrik, ondertekenden de verklaring. Het uitgangspunt is dat vrijhandel niet langer een doel op zich mag zijn, maar ten dienste moet staan van de samenleving. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het helaas niet.

Volgens Bourgeois is de verklaring ‘ingegeven door protectionisme’. Maar wat hij onterecht afdoet als protectionisme, zien de ondertekenaars van de Verklaring van Namen als basisvoorwaarden waaraan handels- en investeringsverdragen moeten voldoen. Ze zeggen dat handelspartners het klimaatakkoord van Parijs moeten onderschrijven en de belangrijkste verdragen inzake mensen- en arbeidsrechten moeten ratificeren. Dat handels- en investeringsverdragen concrete fiscale en klimaatdoelstellingen moeten bevatten. En dat openbare diensten moeten worden uitgesloten van deze verdragen. Op die manier kunnen handelsakkoorden een hefboom worden om onze standaarden op het vlak van milieubescherming, sociale bescherming en consumentenbescherming overal ter wereld ingang te doen vinden.

De Vlaamse minister-president voegde aan zijn reactie handig toe dat zijn eigen handelsstrategie ‘positiever’ is. Die strategie noemt CETA “het beste verdrag ooit” en stelt dat Vlaanderen onverkort doorgaat met de TTIP-onderhandelingen. Terwijl het handelssysteem davert op zijn grondvesten, doet de Vlaamse regering alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Ze blijft doofstom voor de terechte bezorgdheden van burgers en middenveld en probeert te sussen met bedenkelijke beloftes van economische groei en jobcreatie, gebaseerd op verouderde, neoliberale veronderstellingen en ‘trickle down economics’. “Wat goed is voor de multinationals, is goed voor de hele samenleving”, is een credo waarvan de houdbaarheidsdatum echter al lang overschreven is. De Vlaamse regering leeft in een illusoire, neoliberale bubbel, los van de politieke, maatschappelijke en economische realiteit.

CETA en TTIP zijn het symbool geworden van alles wat verkeerd loopt met de globalisering: toenemende ongelijkheid, een op hol geslagen klimaat, delokalisatie, werkloosheid, enzovoort. De commissie sociale zaken van het Europees parlement oordeelde pas nog dat CETA verworpen moet worden om exact deze redenen. Europese KMO’s zullen weggeconcurreerd worden door grote buitenlandse bedrijven, honderdduizenden Europese jobs gaan verloren en de inkomensongelijkheid zal toenemen.

Vrijhandel heeft het naoorlogse Europa enorme welvaart gebracht en miljoenen mensen, vooral in Azië, uit de armoede getild. Maar het handelssysteem botst nu keihard op sociale en ecologische grenzen. Als sociaal-democraten vinden wij dat toekomstige handels- en investeringsverdragen moeten bijdragen aan het terugdringen van armoede en ongelijkheid, aan de strijd tegen de klimaatverandering en aan duurzame ontwikkeling. Hier en in de partnerlanden. De Verklaring van Namen is daar een mooie aanzet toe. Laat ons hopen dat de Vlaamse regering van N-VA, CD&V en Open VLD snel neerdaalt van haar neoliberale, ivoren toren en eindelijk luistert naar de terechte bezorgdheden van haar burgers en het middenveld.