Sinds vorige week woedt in Nederland naast het zwartenpietendebat nog een debat met kinderen in de hoofdrol: het debat over 'de school van de toekomst'. Je moet het onze noorderburen nageven: een maatschappelijke discussie rond een thema dat de samenleving écht raakt, voeren ze in alle openheid. Geen achterkamertjes of incrowd werkgroepen. In een mum van tijd werd onderwijs in Nederland trending en worden voorstellen voor 'de school van de toekomst' op een website verzameld. In Vlaanderen kunnen we er nog iets van leren.

De 'Vlaamse school van de toekomst' moet niet alleen talenten voor de arbeidsmarkt opleiden, maar ook geëngageerde burgers vormen. Een héchte gemeenschap en een sterke democratie kunnen immers niet zonder actieve burgers

Minister van Onderwijs Hilde Crevits nam in haar beleidsnota op dat de eindtermen in het lager en secundair onderwijs aan een update toe zijn. Maar bij ons blijft het voorlopig nog wachten op een breed maatschappelijk debat over 'de school van de toekomst' . De Vlaamse Onderwijsraad, en gisteren in deze krant ook Raymonda Verdyck van het GO! en Lieven Boeve van de Guimardstraat, willen datzelfde debat maar al te graag voeren (DM 25/11). Welaan dan. Wat moeten leerlingen 'kennen of kunnen' en hoe moeten ze later - wanneer ze 18 zijn - in de samenleving staan?

Naast het gezin is de school bij uitstek gemeenschapsvormend. De 'Vlaamse school van de toekomst' moet niet alleen talenten voor de arbeidsmarkt opleiden, maar ook geëngageerde burgers vormen. Een héchte gemeenschap en een sterke democratie kunnen immers niet zonder actieve burgers. De Vlaamse overheid definieert uiteraard de eindtermen: wat moeten jongeren 'kennen en kunnen'? Maar tegenover die theorie van de eindtermen staat een veel levendigere praktijk. Te veel jongeren studeren vandaag af zonder de nodige wegwijzers in een samenleving die steeds sneller evolueert. Sociale basisvaardigheden of kennis over recht, gezondheid, economie en politiek geven we te weinig mee. Zo zegt maar liefst 71 procent van de Vlaamse leerlingen nooit of bijna nooit over maatschappelijke thema's te discussiëren.

Waar alle betrokkenen 'samen school maken' is participatie een kernbegrip. Ons Vlaamse schoollandschap is rijk en divers. Dat is een goede zaak. Toch krijgt nog lang niet elk kind het maatwerk dat het verdient. Een écht divers schoollandschap is er één wars van eenheidsworst, louter ex cathedra onderwijs of een te eenzijdige focus op instrumentele kennisoverdracht. Er wordt vaak geschermd met het pedagogisch project van de onderwijsnetten, maar veel belangrijker is dat in elke school alle betrokkenen samen definiëren wat het mens- en wereldbeeld van de school is. Op basis van dat pedagogisch project weten ouders, leerkrachten en leerlingen hoe elke school - uiteraard binnen de eindtermen - haar kernopdracht, waardenkader en ambities omschrijft. Dat is een goede zaak voor de herkenbaarheid en het profiel van de school. Belangrijk daarbij is de invoering van één verplicht en gedeeld vak burgerschapsvorming op school. Daarnaast kan elke school de mogelijkheid bieden om levensbeschouwelijke vakken te volgen, in samenwerking met de erkende erediensten.

Ten tweede is de ontspannings- en thuisfunctie van scholen belangrijk. Kinderen slijten er het grootste deel van hun jonge leven. De school is dus, samen met het gezin, het platform bij uitstek waar kinderen en jongeren moeten kunnen proeven van wat hen écht boeit: of dat nu sporten, muziek, vreemde talen of zingeving is. Net als sport en cultuur is zingeving als eten en drinken voor sommige mensen. Maar niet voor iedereen. Het respect voor en de dialoog met elkaar is voor mij de enige ware invulling van actief pluralisme. Behalve het vak burgerschapsvorming biedt de school of de vakleerkracht dit niet allemaal zelf aan. Een nauwe en intensieve samenwerking tussen school én verenigingen, clubs, ouders en lokale overheid zou in het DNA van de 'Vlaamse school van de toekomst' moeten zitten. Dan wint iedereen: de school zal haar blik naar buiten richten, het gebruik van haar infrastructuur wordt vanzelfsprekend voor de buurt en kinderen maken op jonge leeftijd kennis met het verenigingsleven. De school kan zo het cement bieden waar sommige wijken nood aan hebben.

Samengevat: de 'Vlaamse school van de toekomst' is niet langer geënt op klassieke breuklijnen uit het verleden. De 'Vlaamse school van de toekomst' moet daarentegen écht actief, participatief en pluralistisch tot stand komen. Dat kan voor elke school anders. Alleen dan worden onze scholen een échte afspiegeling van onze samenleving en een gezonde voedingsbodem voor gedeeld Vlaams burgerschap, met respect voor verschillende achtergronden, interesses en talenten. De lat voor alle kinderen hoger leggen én de kloof dichten, dat is de uitdaging. Een debat over onderwijs, niet enkel in termen van structuren en kennisoverdracht? Graag. Een debat over hoe we onze jongeren willen opleiden en vormen, niet alleen voor onze economie maar ook voor onze gemeenschap? Nog liever. Daar hebben we allemaal baat bij. Laten we ook in Vlaanderen het onderwijsdebat trending maken. De oproep is gelanceerd met dank aan het GO! en de Guimardstraat. Ik ga graag de dialoog aan. Wie nog?