Lenny Dewindt, 28j. Geboren in Mechelen, wonende in Gent. Werkt als dramatherapeut in het PC Dr. Guislain, Gent.Voor de verhuis naar Gent actief als (politiek) secretaris in animo Mechelen.Donderdag 6 augustusVanmorgen is Trude met mij meegegaan naar het werk. Nu ze toch in de stad is en nog wat tijd had voor ze op Fioretti moest zijn, maakt ze van de gelegenheid gebruik haar oude collega’s op te zoeken.

Normaal gezien doen we erg veel te voet maar omdat het vanochtend echt stortregent, besluiten we wijselijk het openbaar vervoer te gebruiken. De bus die we moeten nemen, staat al klaar aan het station en wacht tot het 8.00u is om te vertrekken. Toeval wil dat ook Julien op de bus stapt; tussen hem en Trude is het een hartelijk weerzien.
Op het werk is de overdracht al begonnen. Omwille van die reden houden we de binnenkomst rustig en moet het begroeten en vragen stellen een uurtje wachten. Trude fluistert me ondertussen toe dat het lijkt alsof ze nooit is weggeweest, dat alles zo vertrouwd lijkt. Enkel de patiënten zijn andere mensen. En één collega, Jochen. (Jochen werkte voordien op Fioretti maar sinds kort vervangt hij bij ons Isabelle die op zwangerschapsverlof is.) Trude en Jochen vinden elkaar in het woord ‘Fioretti’ en knopen een gesprek aan over de collega’s daar en het beleid. Trude wordt er gelukkig niet minder enthousiast van. Nog even snel een sigaretje, Trude succes wensen en afscheid van haar nemen en dan snel naar mijn eerste sessie.

 

Na de koffiepauze begeleid ik de ‘poëziegroep’, een open groepssessie die geboren is na het “Ander Gewoon” evenement dat plaatsvond in het ICC in april. Luc (onze therapeutisch coördinator) en ik hebben die dag een uiteenzetting bijgewoond van Jo Smet over poëzie in therapie. Omdat ik zelf ook wel eens wat op papier durf te zetten en creatief schrijven (zo-ook poëzie) durf te gebruiken in mijn sessies, liep ik meteen warm om te vernemen hoe poëzie als medium kan ingezet worden. Ook Luc was enthousiast, wat maakte dat het niet lang duurde voor we zelf een volwaardige poëziesessie hebben opgestart op onze afdeling. Het is trouwens naar aanleiding van deze sessie dat een patiënte met het voorstel kwam om de poëziewandeling in Gent te doen, wat ook zal gebeuren komende donderdag.

 

Na de middag gaat alles op de afdeling zijn gewone gangetje. De laatste sessie begeleiden Julien en ik samen ‘orkest en zang’. Alleen geraak ik vandaag niet in de sessie. Één van onze patiënten, een Albanese vrouw uit Kosovo is overstuur en heeft behoefte aan een gesprek. Veel kan ik er niet uit opmaken, ik krijg haar ook niet zover dat ze alles verteld krijgt. Ik vraag me af of het aan de taal ligt (haar kennis van het Nederlands is zeer basic) of aan het feit dat ik nog geen echt contact gehad heb met haar. Ze verlaat dan ook nog steeds overstuur het gesprek en ik slaag er niet in haar tegen te houden. Iets later verneem ik van Lut (collega) dat haar zoon haar is komen ophalen en haar voor die avond mee naar huis heeft genomen in de hoop dat ze wat meer rust kan vinden.
Het is al snel tijd om naar huis te gaan. Ik aarzel dan ook niet om te vertrekken; vanavond zie ik immers Mario weer.

Woensdag 6 augustus
Vandaag komt mijn Trudeke naar Gent. Op Fioretti (afdeling voor kinderen met een mentale beperking en gedragsproblemen) is er een vacature voor een dramatherapeutTrude is net afgestudeerd en heeft haar 10 maand durende stage bij mij (opname 1; afdeling voor volwassenen met stemmingsstoornissen en neurotische problemen) gedaan. Uiteraard heeft ze haar kandidatuur gesteld; vandaag wordt ze weerhouden voor het eerste gesprek.

Tegen dat ik thuis kom, zit ze, zoals afgesproken, al op de dorpel van mijn voordeur te wachten. Het gesprek dat ze had met Karline (directie) was sneller afgelopen dan gedacht. Bij navraag blijkt dat ze het erg goed gedaan heeft en dat ze mag doorstromen naar de 2de ronde. Die is morgen al, hebben ze speciaal voor haar geregeld. Dat wil zeggen dat Trude vanavond bij mij blijft logeren. Jeeeeuuuuuuj!

We besluiten om naar de ‘Rotonde’ te trekken om daar een kleinigheidje te gaan eten. Geen van beiden heeft veel zin om boodschappen te doen en te koken, we hebben trouwens nog heel wat bij te praten. Wijn hebben we inmiddels al genoeg binnen dus gaan we voor bruisend water, een grote fles. Doet deugd op dagen zoals vandaag…
Onder het eten zitten we uitgebreid plannen te maken voor wanneer ze naar Gent verhuist. (ja, we gaan er al van uit dat ze de job heeft) In gedachten wonen we samen in een groot huis met een torenkamertje (waar Trude dan mag slapen) en genoeg ruimte voor als we even behoefte hebben aan alleen zijn. Ik droom vooral van een grote badkamer. Een badkamer met een groot rond bad in de vloer, een inloopdouche (in kommavorm), vloerverwarming en een knuffelmuur. Een géén blauw! Wie heeft dit trouwens ooit uitgevonden, blauwe badkamers… Tijdens het fantaseren lachen we heel wat af. Uiteraard beseffen we dat het nog lang niet zover is maar we zijn nu eenmaal beiden optimisten van nature. En fantaseren ligt in het verlengde van onze persoonlijkheid. Heerlijk, avondjes zoals deze. Ik voel nu ook werkelijk dat ik Trude oprecht gemist heb. We hebben dan ook heel wat tijd samen doorgebracht en samengewerkt. Ik zou het dan ook echt geweldig vinden moest zij mijn collegaatje worden. Zodra we terug op mijn appartement zijn, storten we ons op de laptop en surfen we op immoweb en vitrine, zoekend naar wat voor ons een ideale woning zou kunnen worden. Helaas is er op dit moment niet zoveel soeps; de huurprijzen swingen de pan uit. De leuke plekjes zijn meestal dan ook onbetaalbaar voor ons; van werken in de sociale sector word je een rijk mens…maar rijk wordt je er niet van!

 

Voorlopig blijft het voor ons dus enkel bij dromen en fantaseren…

Dinsdag 5 augustus
Net thuis van mijn afspraakje met Mario, een mooie Braziliaanse man die ik op de Gentse Feesten heb leren kennen. Nu ja, leren kennen… we hebben elkaar daar ontmoet. Leren kennen doe ik nu pas. Zelden zo’n mooie man gezien die zo onzeker is. En bij nader kennismaken blijkt dat daar al helemaal geen reden toe is.

Om de een of andere gekke reden lijkt het alsof we elkaar al jaren kennen. De interactie die zo naturel is. Ik heb me op geen enkel moment verveeld of ongemakkelijk gevoeld. Misschien omdat ik de indruk had dat hij ook op z’n gemak was. Als gevolg daarvan, hebben we een halve nacht gebabbeld. Over koetjes en kalfjes, over muziek, over politiek…sans scrupules. Heerlijk zo’n gesprekken waar je jezelf niet hoeft in te houden maar gewoon lekker kan zeggen wat je denkt en wat je wilt. Waar je ongedwongen en spontaan je eigen zelve kan zitten wezen. Om het kort te houden; het is heel erg mee gevallen met Mario!

Voor mijn afspraakje en na het werk, ben ik nog even gaan aperitieven bij Kathleen, mijn buurvrouwtje, collega én vriendin. Vermits ik geen tuin of terras heb, zitten we tijdens de zomermaanden vaker bij haar dan bij mij. In de winter wisselt dat wel; dan aperitieven we vaker op mijn appartementje omdat de verwarming bij mij nét iets sneller werkt dan de kachel in haar keuken en living. De gesprekken die we voeren zijn altijd erg verhelderend. We zijn erg open en directief naar elkaar, wat maakt dat onze gesprekken wel eens confronterend maar vaker verhelderend zijn. Vandaag ging het over relaties, keuzen en herhalingen, gedragspatronen en hoe je dat zelf allemaal in stand houdt. Hoe je, zonder dat je het beseft, vaak dezelfde soort partners uitkiest terwijl je ergens wel weet dat het waarschijnlijk weer niet de geschikte partner is. Ik heb haar een interessant boek geleend over pijnlijke relaties. Voor we het goed en wel beseffen is het aperitieven uitgelopen; ik verleg snel even het uur van afspraak zodat ik niet hoef te stressen. Tussen de glazen wijn door hebben we ook nog even onze krachten gebundeld om haar vijgenboompjes die er ongelukkig bij stonden te verpotten. Toeval wou dat ik natuurlijk een witte broek en topje droeg. Typisch voor mij om zoiets tegen te komen. Tegen dat beide boompjes goed en wel verpot en verzorgd waren, hing ik van aan mijn ellebogen tot tussen mijn tenen vol met potaarde. Gelukkig mag ik af en toe mijn was doen bij haar. (Ik had zelf een wasmachine maar die is stuk. De ondergrond in mijn appartement is niet echt stabiel en heeft er voor gezorgd dat de trommel van mijn machine is vastgelopen. Ze laten herstellen of een nieuwe machine kopen zolang ik hier woon heeft geen zin; het zal wellicht opnieuw gebeuren.) Bijna dreigde ik daardoor te laat te komen op mijn afspraakje omdat ik natuurlijk eerst nog wou douchen, maar als het er op aan komt kan ik me als vrouw wel op een “mannelijke” manier douchen en omkleden. De voorwaarde hiervoor is dat ik zonder make-up de deur uit kan en dat ik op voorhand weet welke kleren ik ga aantrekken, zoniet kom ik gegarandeerd grandioos te laat, schaamteloos!

 

Maandag 4 augustus
Wanneer ik aan de prikklok op het werk toekom, is het al 8.05u. Ik rep me met mijn fiets naar het fietsenatelier, recht tegenover ons ergolokaal met de bedoeling mijn banden nog eens bij te pompen voor ik straks naar huis fiets. Gent heeft nog veel straten met oude kasseien; fietsers zijn dus gebaat bij een degelijk onderhouden stalen ros.


In de verpleegpost (het crisiscentrum van onze afdeling) komen de collega’s binnengesijpeld en begroeten elkaar hartelijk. Ik schenk mezelf mijn eerste kop koffie van de dag uit en neem plaats aan de lange tafel; tijd voor de overdracht. Er is weer heel wat te vertellen. De overdracht loopt wat uit. Ik beslis om niet naar de ochtendontmoeting te gaan (dat is de dagelijkse openingsvergadering met personeel en patiënten), er zijn dan ook geen specifieke mededelingen die mijn aanwezigheid vereisen. Al snel is het 9.00u. Mijn eerste afspraak is niet komen opdagen. Echt erg vind ik het niet; wat extra tijd om administratieve zaken op orde te stellen en de week op een rustige manier te beginnen is altijd mooi meegenomen.

Tegen 10.00u ben ik bijgebeend met verslagen en kan ik samen met mijn collega’s, koffiepauze nemen.

Het volgende uur begeleid ik de schrijfgroep. Vaak komen mensen niet tot (rechtstreeks) spreken en hebben ze de behoefte om via schrijven, in welke vorm dan ook, te communiceren. Ik ervaar deze schrijfgroep als een goeie basis om in contact te gaan met iemand, om taboes open te trekken en onbespreekbare dingen beschrijfbaar/bespreekbaar te stellen. Tegenwoordig is het zo dat ze me allemaal brieven schrijven die ik geacht wordt te lezen en te beantwoorden. Ik schrijf zelf ook wel graag, dit medium geeft me de gelegenheid om gedegen naar woorden te zoeken. Één van de aanwezige patiënten komt net uit ‘afzondering’ (prikkelarme ruimte waar mensen kunnen vertoeven op het moment dat ze in crisis zijn) en grijpt deze sessie aan om mij te vragen of ik vandaag nog wat tijd heb voor haar. Ze ondertekent haar brief met ‘klein fragiel bloempje’, de naam die ze van mij gekregen heeft tijdens een van de schrijfsessies. Zij op haar beurt noemt mij altijd ‘luidruchtig vergeet-me-nietje’. Tegen het einde van de sessie is er één iemand vervroegd vetrokken en blijf ik achter met een schrijfkramp in mijn hand. (Ik kan het niet helpen dat ik nu eenmaal een kind ben van de computergeneratie.)

Na de middagpauze gaat het van het ene individuele gesprek naar het andere. Alhoewel ik dramatherapeut ben, houd ik er aan om mijn takenpakket niet te eng af te bakenen. Ik ga er van uit dat je mensen niet alleen in groep en via spel en spelen kan bereiken; als je hun vertrouwen wil winnen is het belangrijk om aanwezig en bereikbaar te zijn. Zeker nu het wat rustiger is qua patiëntenbezetting, vertoef ik graag in de leefgroepen tussen de mensen. Soms spreken we over koetjes en kalfjes, dikwijls ook over de dingen die hun bezig houden, hun uit hun slaap houden of hun belevingswereld verstoren. Vandaag was zo’n dag dat ze heel wat te bespreken hadden en dat ze met heel wat levensvragen zaten. Niet dat ik altijd een pasklaar antwoord heb, maar dat is helemaal niet het belangrijkste. Naar hen luisteren, er zijn voor hen. Echt en oprecht. Aanwezig. Dààr hebben ze behoefte aan. Misschien zijn ze al vaak genoeg betutteld geweest en is ‘het even niet weten’ juist heilzaam.

Tegen 16u bedenk ik me dat mijn fietsbanden nog moeten bijgepompt worden. Ik rep me naar het fietsenatelier en merk dat een onbaatzuchtige hand dit reeds voor mij gedaan heeft. Dit kan maar één iemand zijn: Julien, onze ergotherapeut. Een fantastische man die nog lang niet uitgeblust is en er altijd voor zorgt dat ik niets te kort kom. Hij heeft me een reservefiets van hem cadeau gedaan ter vervanging van de mijne die gestolen is uit de fietsenstalling van de avondschool. (Ik volg nog de Specifieke Leraren Opleiding -ik heb nooit kunnen kiezen of ik dramatherapeut of dramadocent wou worden- maar twijfel of ik de volgende modules nog wel ga volgen. Ik mis in september te veel lessen door een congres en door mijn verlof waardoor ik niet kan deelnemen aan de examens en omdat ik een buitenlands diploma heb, kom ik niet in aanmerking voor vrijstellingen. Tot zover de Akkoorden van Bologna…)  Als het ooit zo uitkomt dat ik iets voor hem kan terug doen, zal ik zeker niet aarzelen!

Voor ik naar huis vertrek heb ik nog een gesprek met ‘klein fragiel bloempje’. Ze is wat van slag door het delicate gesprek dus maak ik haar nog een kop muntthee en roken we samen nog een sigaretje op het terras voor ik effectief de deur achter me dicht trek.

Thuis wacht Polleke me ongeduldig op aan de deur en eist zijn portie knuffels van de dag op. Tussen ons is het echt wel grote liefde!

Zondag 3 augustus
Zoals meestal, ben ik in slaap gevallen op de trein tussen Mechelen en Gent-Sint-Pieters na een bewogen weekendje bij mijn ouders. (mams ligt in het ziekenhuis na een hernia-operatie, paps loopt al een tijdje te manken en wacht op de uitslag van de kniescan die hij vorige week heeft ondergaan.) 

Gelukkig was de conducteur op tijd om me lichtjes wakker te schudden zodat ik hem kon verzekeren dat ik wel een geldig ticket had. Ik zag er wel naar uit om weer even rustig ‘thuis’ te komen, bij Polleke, de allerliefste knuffelkat ter wereld, maar daar had Polleke himself wel anders over gedacht. Tijdens mijn afwezigheid had hij er niet beter op gevonden dan ons knusse stekje te beschouwen als één grote speeltuin. Mijn laatste begonia had hij ijverig uitgegraven; mijn ikea-lamp die de rommelhoek wat camoufleert ingegraven met het zand dat hij van de begonia had geleend. Blijkbaar had hij ook nog eens een gevecht gehouden met de keukenrol; ik veronderstel dat deze de strijd op leven en dood helaas niet heeft overleefd, aangezien ook mijn keuken ligt bezaaid met papiersnippers en kattenpootjes een spoor van aarde en papier achterlaten.

Tijdens de grote opkuisactie, kan hij het niet laten om zich in de potaarde te rollen en me verliefd aan te kijken. Hoe kan ik nu kwaad zijn op dat lieve snoetje dat zo graag in mijn nabijheid vertoeft?! Toch eerst even de stofzuiger uitlaten voor Polleke de gevraagde aandacht krijgt.

Even later genesteld in mijn heerlijke sofa met een glas wijn en de laptop, realiseer ik me dat ik niet mag vergeten om vanavond nog de vuilzakken buiten te zetten. Volgens de ophaalkalender, komen ook de jongens van de glascontainer morgen langs. Heerlijk die luxe, dat je in Gent niet met je leeggoed op zoek moet naar een glascontainer. Dat spaart me heel wat tijd en moeite; ik heb geen rijbewijs. Ik weet nog toen ik nog in Mechelen woonde, dat het iedere keer een georganiseerde onderneming was om met paps de bakken met het leeggoed in de autokoffer te steken en naar een glascontainer te zoeken die niet uitpuilde. Voor een middelgrote stad als Mechelen, zou er toch wat meer aandacht naar huisvuilomhaling mogen gaan en zouden de stedelijke vuilbakken en glascontainers toch nét iets meer geledigd mogen worden. Hoe krijgen ze hier toch gedaan wat in Mechelen onmogelijk lijkt?! Zelfs met de Gentse Feesten (die ik overigens prima overleefd heb ☺) die nu een kleine week achter ons liggen, viel de afvalschade hier al bij al nog mee.
Genoeg gefilosofeerd over afval. Morgen is het weer een nieuwe werkdag. Het is altijd opnieuw een verrassing om na het weekend op het werk toe te komen en te vernemen welke de nieuwe opnames zijn en wie er het schip verlaten heeft. In het verlengde daarvan, check ik mijn agenda om te weten aan wie ik morgen, naast de groepsessies,  individuele sessies geef. Een klein beetje voorbereiding (als in materiaal bij elkaar zoeken) is wel handig. Het ziet er naar uit dat het morgen een relatief rustige dag wordt; met de zomerperiode gaan onze patiënten ook wel eens op vakantie. Tot hiertoe hebben we een rustige zomer gehad. Voor de eerste keer sinds lang is er geen wachtlijst én hebben we bedden over. Goed voor de mensen, al betekent het dat onze directie daar niet meteen tevreden over is. Minder opnames betekent minder subsidies in het komende werkjaar. Pure onlogica maar harde realiteit. Geen zin om daar nu over na te denken, daar is komende week nog tijd en gelegenheid genoeg toe.

Snel nog even langs CSI Miami zappen en dan bed in; ik kan mijn slaap wel gebruiken nu!