Open VLD en de MR hebben een  wetsvoorstel ingediend voor de opheffing van  het bankgeheim. Het voorstel maakt het nog moeilijker het bankgeheim op te heffen dan het nu al is. Bovendien is er in hetzelfde voorstel sprake van een nieuwe fiscale amnestie en geeft het fraudeurs de mogelijkheid hun proces af te kopen. 

Dirk Van der Maelen (sp.a): "Wat ze voorstellen voor het bankgeheim  is een stap achteruit in de strijd tegen de fraude en gaat lijnrecht in tegen de aanbevelingen van de onderzoekscommissie fiscale fraude en tegen de internationaal gangbare normen. Als klap op de vuurpijl bevat het voorstel ook een nieuwe fiscale amnestie en laat het toe dat fraudeurs hun proces kunnen afkopen."  De sp.a'er is ervan overtuigd dat een consensus over de opheffing van het  bankgeheim mogelijk is, "maar blijkbaar niet met liberalen".

Eerst fraude bewijzen, dan bankgeheim opheffen?

Het fiscaal bankgeheim werd in het kader van de inkomstenbelastingen slechts 28 keer opgeheven op 5 jaar tijd. Reden is dat de voorwaarden om het bankgeheim op te heffen veel te restrictief zijn. De fiscus moet over concrete elementen beschikken die het bestaan of de voorbereiding van belastingontduiking kunnen doen vermoeden. Dat is de omgekeerde wereld. Het is net het fiscaal bankgeheim dat het aantonen van fiscale fraude - en dus van de intentie daartoe - bemoeilijkt.

De Onderzoekscommissie fiscale fraude werd in april 2008 opgericht om na te gaan hoe het komt dat het zo moeilijk is om fiscale fraude effectief te beteugelen. Eén van de vaststellingen van de onderzoekscommissie is dat  ‘het bankgeheim zoals het in België is georganiseerd een echt beletsel vormt voor een doeltreffende bestrijding van de fiscale fraude.' De onderzoekscommissie beval dan ook aan dat het bankgeheim te versoepelen en de fiscus de mogelijkheid te bieden de banken te ondervragen indien het over een of meer aanwijzingen beschikt dat inkomsten niet werden aangegeven.

Het is de notie ‘fraude' in de voorwaarde om het bankgeheim op te heffen dat het probleem vormt. In het voorstel van VLD en MR zijn fraudeaanwijzingen noodzakelijk om het bankgeheim te kunnen opheffen. Eén fraudeaanwijzing is blijkbaar nog onvoldoende voor de liberalen. Daarmee gaan ze dus diametraal in tegen de aanbeveling van de onderzoekscommissie.

Loodzware procedure

Als we in een optimistische lezing kunnen spreken van een status quo inzake de voorwaarde om het bankgeheim op te heffen, zorgt de loodzware procedure die de liberalen voorstellen er voor d   at de opheffing van het bankgeheim nog moeilijker wordt dan nu al het geval is.

Een directeur der belastingen moet eerst passeren via de fiscale bemiddelingsdienst waar een afdeling bankonderzoek wordt opgericht. Zij krijgen 3 maanden de tijd om een machtiging voor het bankonderzoek te leveren en moeten de ‘wettigheid, de wenselijkheid, de proportionaliteit, alsook het adequate, het relevante en non-excessieve karakter van de opgevraagde gegevens' evalueren en ‘het bestaan van een redelijk vermoeden dat de belastingplichtige het verzoek onvolledig en onjuist heeft ingewilligd' nagaan.

Bovendien mag de afdeling bankonderzoek van de bemiddelingsdienst de directeur der belastingen verzoeken om bijkomend onderzoek te doen om de fraudeaanwijzingen te bevestigen of te staven. Tot slot bepaalt de bemiddelingsdienst nog welke inlichtingen bij de financiële instellingen mogen worden opgevraag en over welke beschouwde periode. Pas daarna kan de fiscus beperkte stappen ondernemen ten aanzien van de bank teneinde inlichtingen op te vragen.

Dirk Van der Maelen: "Met de bemiddelingsdienst wordt een nieuwe erg strakke filter ingevoerd. Nu is het immers zo dat de gewestelijk directeur beslist en het bankgeheim wordt al zo weinig opgeheven. Je kan je ook afvragen wat de bemiddelingsdienst hiermee in hemelsnaam te maken heeft. Het heeft 2 jaar geduurd om het College benoemd te krijgen, de dienst werkt nog altijd niet naar behoren en nu gaat men dat College opzadelen met een nieuwe delicate bevoegdheid."

Nieuwe fiscale amnestie

Niet alleen doet het wetsvoorstel het het omgekeerde van wat het pretendeert, namelijk het bankgeheim verstrengen in plaats van opheffen, het wetsvoorstel van VLD en MR voorziet als klap op de vuurpijl ook nog een nieuwe fiscale amnestie. De redenering van de liberalen is dat als de fiscus inzage kan krijgen in de rekeningen van de belastingplichtigen, dat die laatsten meteen de mogelijkheid moeten krijgen eventueel zwart geld wit te wassen.

Dirk Van der Maelen: "Van Reynders zijn we veel gewoon, ook dat hij het omgekeerde doet van wat hij zegt. Maar dat Open VLD hier in meestapt en het zo bruin bakt om in een wetsvoorstel over het bankgeheim en passant een nieuwe fiscale amnestie voor te stellen, had ik niet verwacht. Dat is niet meewerken aan een compromis maar de zaken op de spits drijven."    

Déja vu

De sp.a'er heeft een déja-vu. Vorig jaar kondigde minister Reynders ook al eens het einde van het bankgeheim aan. Hij lichtte zijn voorstel toe in de commissie Financiën evenwel zonder een tekst neer te leggen. De Standaard titelde ‘plan Reynders versterkt bankgeheim', De Tijd schreef ‘dit is geen bankgeheim opheffen'. Regeringspartners van de toenmalige regering met volheid van bevoegdheden CD&V en PS maakten in de commissie brandhout van het voorstel. Ook de belastingdirecteurs torpedeerden het plan van Reynders. Alleen Open VLD noemde het voorstel  een goede aanzet tot discussie. Het lijkt er op dat Reynders' toenmalige plan nu eindelijk op papier is gezet en door MR en Open VLD als wetsvoorstel werd ingediend. "Een voorstel dat vorig jaar nog door god en klein pierke werd afgeschoten nu op tafel leggen en tegelijk zeggen dat je wil meewerken aan een compromis is niet meer dan een doorzichtig vertragingsmaneuver."