Vandaag vindt de eerste bijeenkomst plaats van ‘de vrienden van Libië'. Op uitnodiging van president Sarkozy en eerste minister Cameron zal worden gediscussieerd over hoe het verder moet met Libië in een post-Kadhafi tijdperk. En wat precies de rol van de internationale gemeenschap hierin kan zijn. Daarvoor werden al aanzetten gegeven, ook door de Nationale Libische Overgangsraad, maar het komt er nu op aan een werkbare consensus te bereiken die ten goede komt aan de Libische bevolking zelf.

Ook premier Leterme is aanwezig in Parijs. De aftredende regering gaf al expliciet aan om een bijdrage te willen leveren aan de Libische transitie. Bovendien bevestigden de verantwoordelijke ministers van buitenlandse zaken en defensie samen met de premier dit in nauw overleg te willen beslissen met het federale parlement. Ik grijp hun belofte aan om alvast 3 concrete insteken mee te geven voor verder debat. 3 cruciale voorwaarden en lessons learned opdat de internationale gemeenschap niet dezelfde fouten maakt als in eerdere tussenkomsten.

De Libiërs zelf aan het roer van een inclusief proces

Het moet ondertussen duidelijk zijn dat het opdringen van cruciale beslissingen aan een bevolking over de toekomst van hun land niet werkt. Na flaters in ondermeer Irak en Afghanistan lijkt dit besef te zijn doorgedrongen. Ter herinnering: daar werden respectievelijk Paul Bremer en President Karzai als stromannen in positie gezet. Met desastreuze gevolgen voor de legitimiteit van beide besturen en de algemene stabiliteit van het land. Laat de Libiërs via vrije en goed voorbereide verkiezingen zelf bepalen wie hun land verder leidt. De huidige situatie in Egypte en Tunesië toont aan dat het evenwicht tussen snel verkiezingen willen organiseren en iedereen de mogelijkheid geven om zich degelijk voor te bereiden niet evident is. Terwijl dit laatste cruciaal is om van democratische verkiezingen te kunnen spreken. De Libische Nationale Overgangsraad zal dan ook een fundamentele rol spelen in de periode tussen het daadwerkelijke einde van het Kadhafi-regime en het organiseren van democratische verkiezingen.

We spreken terecht van ‘een overgangsraad'. Die werd gevormd in maart in Benghazi. Ook al zijn ze in hun huidige vorm een erkende gesprekspartner voor de internationale gemeenschap, het komt er nu op aan om ook voldoende legitimiteit te verwerven bij de voltallige Libische bevolking. En dit kan enkel als de Overgangsraad ook alle verschillende actoren van belang daadwerkelijk een stem geeft. Zowel de verschillende stammen zoals de Berbers die nooit erkend werden, rebellen in het Westen, seculiere en Islamitische krachten enzoverder. Enkel via een inclusief proces kan de overgangsperiode gedragen beslissingen voortbrengen die leiden naar democratische verkiezingen en een legitieme regering. Zo niet zullen instabiliteit en conflict in dit complexe land nooit ver weg zijn. Het ontbreekt die Overgangsraad trouwens niet aan ideeën en voorstellen over hoe de toekomst van Libië er kan uitzien. Ze werkten dit al uit in een roadmap. Maar het is nu ook aan hen om snel een inclusief proces op te starten en woorden om te zetten in daden.

 ‘No boots on the ground' maar wel humanitaire hulp en civiele ondersteuning

Op een persconferentie vorige week bevestigde NAVO-woordvoerder Oana Lungescu dat de NAVO ook in het post-Kadhafi tijdperk geen troepen op de grond zal inzetten. Ook de Overgangsraad stelde recent dat ze geen buitenlandse militairen op Libisch grondgebied wil in het post-Kadhafi tijdperk. Het is op dit moment onduidelijk wanneer de NAVO operatie Unified Protector in Libië kan afgerond worden. Verschillende experten waarschuwen terecht dat we het einde van het Kadhafi-tijdperk niet te vroeg kunnen afkondigen. Tot op heden zijn schendingen van de mensenrechten en burgerslachtoffers nog steeds niet uitgesloten.  

Maar eens de NAVO opdracht in het kader van de VN resoluties volbracht is, moet de internationale gemeenschap zich inderdaad focussen op humanitaire hulp en civiele ondersteuning. Met de VN in een coördinerende rol. Na het schrijnend gebrek aan coördinatie en het verlies van vertrouwen door de bevolking in Afghanistan hopen we dat de VN deze kernopdracht in Libië daadwerkelijk opneemt. Ook de Europese Unie formuleerde al goede intenties over wat ze als nabuur kunnen betekenen voor de Libische bevolking. Als we, zoals de aftredende regering belooft, met België een bijdrage willen leveren, laat het dan alstublieft onder Europese vlag zijn.

De veiligheid van alle Libiërs en hun recht op essentiële overheidsdiensten moet gewaarborgd worden. Zo niet zullen de nieuwe bestuurders, net zoals in Afghanistan, als onmachtig en corrupt gepercipieerd worden. Ook hier heeft de Overgangsraad in eerste instantie een cruciale rol. Het oprichten van een Veiligheidscomité en gecontroleerde burgerwachten lijkt relatief goed te werken, net zoals hun initiatief om het wijdverspreid wapenbezit in kaart te brengen. Het is uitermate belangrijk om niet onmiddellijk tabula rasa te maken met mensen en diensten die al functioneerden. Militairen, politiemensen en anderen die geen bloed aan de handen hebben kunnen zorgen voor een minimale continuïteit onder een democratische controle. Het uitbetalen van lonen om misbruiken zoveel als mogelijk te voorkomen is een absolute prioriteit. En ook hier kan de internationale gemeenschap noodzakelijke ondersteuning en begeleiding bieden. Zo circuleert het idee binnen de VN om een vredesmacht in te stellen naar model van deze die tussen 1999 en 2002 in Oost-Timor aanwezig was. Vandaag en de komende weken worden cruciaal om uit te zoeken of dergelijke initiatieven en geformuleerde ideeën overeenstemmen met wat de Libische bevolking wil. Want daar zal het welslagen ervan onvermijdelijk afhangen.

It's the oil stupid

Olie: het belangrijkste exportproduct van Libië. Voor het conflict produceerde Libië meer dan 1,6 miljoen vaten per dag. Het is nog niet geheel duidelijk welke olieraffinaderijen beschadigd werden en hoe lang noodzakelijke herstellingen zullen duren. Om de gehavende Libische economie opnieuw op gang te brengen moeten de olieraffinaderijen zo snel als mogelijk opnieuw kunnen functioneren. De Overgangsraad is hier relatief optimistisch over. Daarnaast horen we echter verschillende berichten over de contracten. Ondermeer bedrijven uit China en Rusland zouden die kunnen verliezen omdat deze landen zich afzijdig hielden bij het conflict. Andere vertegenwoordigers stellen dan weer dat men alle oliecontracten uit het Kadhafi-tijdperk zal respecteren. Een illustratie van hoe gevoelig deze beslissingen liggen.  

Het lijkt logisch dat men de inkomsten van de olie-export best investeert in het land zelf en de opbouw ervan. Maar gretige multinationals durven daar anders over te denken en handig in te spelen op de fragiliteit van een overgangsperiode. Net zoals na het opheffen van de VN sancties tegen Libië in 2003 zullen velen binnenkort in de rij staan met aantrekkelijke voorstellen. Maar er moet ten alle prijzen vermeden worden dat er overhaast en onder druk wordt overgegaan tot privatiseringen en een uitverkoop van die belangrijke Libische natuurlijke rijkdommen. In Irak leek het vermijden van een privatiseringsgolf - tot verbazing van velen - in eerste instantie goed te lukken. Maar in verdere stappen werd via achterpoortjes afgeweken van dit principe en zorgde de  invulling van de oliewet voor heel wat interne controverse. Het moet nu beter kunnen dan in Irak. Neem een voorbeeld aan de aanpak van de Noren. Zij slagen er in om olierijkdom optimaal in te zetten voor hun land en zijn inwoners.

Los van een snel herstel van de productie komt het er vooral op aan om in de transitieperiode fundamentele beslissingen voor de lange termijn niet overhaast te nemen.  Zoals een analist het stelde ‘until you have a government, you cannot have a foreign policy. Until you have a foreign policy, you cannot have an energy policy. Until you have an energy policy, you cannot have a contractual model for foreign energy firms to work with'. Een legitiem en representatief bestuur is een noodzakelijke voorwaarde om een democratische heropbouw en een rechtvaardige verdeling van de rijkdommen te garanderen. En daar streven ‘the Friends of Libya' toch ook naar mogen we hopen?

 

Dirk Van der Maelen