Ongeveer 20 dagen geleden schreef ik me samen met een vriendin in voor de wedstrijd, zonder enige verwachting. Ja, we wilden wel eens een gekke babefoto nemen voor de auto van Barbie. Ja, we vonden dat foto’s van dikke madammen vaak onnoemelijk saai zijn. Ja, we shoppen graag, al hebben we daar niet altijd het nodige budget voor. Mijn moeder was net paprikasoep aan het maken, dus attributen werden snel uitgezocht.

2224 facebookstemmen later, keurde een professionele jury mijn foto en negen anderen. Tot mijn grote verbazing werd ik uitgeroepen tot mooiste meisje/vrouw met een maatje meer uit België. Ik, die één potje uitgedroogde nagellak in mijn kast heb staan, ik, die geen verstand heb van make-up, ik die op de meest foute momenten mijn ‘teensletskes’ draag…

Fijn nieuws. Mijn ego kan er opnieuw zes maanden tegen. Maar wat me ook opvalt: dit weekend werd ik bedolven onder de sms’jes, facebookberichtjes en mailtjes. Naast grappige tekstjes en felicitaties, krijg ik ook andere, ietwat zorgwekkende mededelingen van vrouwen. Hoe vrouwen met een maatje meer nog steeds achter het net vissen bij sollicitaties. Hoe slecht ze in hun vel zitten door ‘de boekjes vol panlatten’.

Uit een bevraging van Weight Watchers bij 1000 vrouwen blijkt dat 34 procent van de vrouwelijke shoppers zich beledigd voelt door het gedrag van een verkoopster. 40 procent krijgt te maken met onbehulpzaam en grof personeel. Bij de shoppers met maat 46 had 94 procent een gebrek aan zelfvertrouwen. 94%!!! Vindt u het dan vreemd dat zo’n vrouw niet de moed heeft om zich in een spannend sportbroekje naar de fitness te wagen? Of dat zij het moeilijk vindt om deze zomer in badpak in het Netepark te verschijnen?

Pleit ik nu voor meer mensen met obesitas? Neen, natuurlijk niet. Maar we kunnen niet ontkennen dat zij (letterlijk en figuurlijk) een groot percentage van onze vrouwelijke bevolking vormen. Misschien moeten we hen niet constant op de vingers tikken met dieetadvies of kwetsende commentaar (achter hun rug). Met een positieve aanpak van winkelassistentes, een voldoende groot aanbod aan kleding in hun maat en een aangepast sportbeleid dat focust op de fun en niet op ‘hoe snel, hoe hoog of hoe ver’ zetten we stappen in de goede richting. Zullen we die samen nemen?