[image] In de gelegenheidstoespraak die de vader van de Vlaamse lach hield naar aanleiding van de Nova Civitasprijs die hij ontving, wordt het zogenaamde politiek correcte discours van de socialistische beweging op de korrel genomen. Ik ben daar, om heel eerlijk te zijn, niet eens zo rouwig om.

De afgelopen decennia worden de verwezenlijkingen van de socialistische beweging, immers niet altijd meer naar waarde geschat. Onze sociale zekerheid, ons onderwijssysteem, kortom, ons hele sociale vangnet, wordt vandaag als een verworven recht beschouwd. Steeds minder mensen staan stil bij de mechanismen die schuil gaan achter het solidaire systeem dat van Europa een regio heeft gemaakt waar het - in vergelijking tot de rest van de wereld - goed leven is. De kern van dat sociale systeem is dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Of om het eenvoudig te zeggen, wie veel heeft, kan meer geven dan wie weinig of niets heeft. Op die manier draagt iedereen, naar draagkracht en vermogen bij aan de welvaart van onze regio, en kunnen we voor iedereen die het moeilijk heeft, een deftig vangnet organiseren. Urbanus stelt dat systeem ter discussie en haalt daarbij het voorbeeld aan van studenten die hun tijd verbrassen tegenover studenten die plichtsbewust studeren. Of om het weer eenvoudig te zeggen: wie hard studeert, heeft zijn of haar diploma verdiend, wie zich elke dag lazarus drinkt, moet achteraf niet komen klagen.

Ik heb Urbanus altijd enorm gewaardeerd als komiek, vooral omdat hij - en dat wordt nog maar eens bevestigd op de schitterende cd Urbanus Vobiscum - de humor gebruikt om het establishment te kijk te zetten. De humor van Urbanus is een hart onder de riem van de ‘kleintjes’, en werkt daarom louterend. Ik ben geen specialist, maar ik geloof zelfs dat dat een kenmerk is van alle humor. De lach gaat van onder naar boven. Anders wordt het uitlachen. Daarom maak ik me wat zorgen nu Urbanus de kleintjes verwijt lui te zijn en te leven op de kap van de hard werkenden. Is de wereld dan om zeep en gebeuren er rare dingen rondom mij? zing ik dan mee met de Urbanus-hit.
Het studentenverhaal dat Urbanus aanhaalt, is eigenlijk een prima voorbeeld om aan te tonen waarom het solidariteitssysteem wel degelijk werkt. Want Urbanus isoleert een bevoorrechte groep uit de samenleving om uitspraken te kunnen doen over de hele samenleving. Als je de mogelijkheid hebt om hoger of universitair onderwijs te volgen, dan sta je gelukkig met behoorlijk wat kansen aan de start. De werkelijkheid is dat heel wat jongeren gewoon die startlijn niet eens halen. Het is geen toeval dat men zowel in het basis- als in het secundair onderwijs aan de hand van het opleidingsniveau van de moeder kan bepalen welke leerlingen het later moeilijk zullen hebben in hun studieloopbaan. Niet iedereen is immers gezegend met dezelfde talenten, dezelfde fysieke gezondheid, dezelfde financiële mogelijkheden, dezelfde steun en toewijding in het gezin. Voor wie niet kan gaan studeren, is de vraag of studenten zich lazarus drinken of deftig studeren een luxeprobleem.

Als we het hebben over de sterkste schouders die de zwaarste lasten dragen, moeten we het hele maatschappelijke spectrum overschouwen en niet alleen de gelukkigen die hogere studies aanvatten. Ik ben het eens met Urbanus dat als iedereen gelijk aan de start vertrekt, én als iedereen dezelfde mogelijkheid heeft om de wedstrijd uit te lopen, diegenen die het hardst hebben getraind, de medaille mogen halen. Maar niet iedereen vertrekt gelijk aan de start. En als dat wel zo is, zijn er mensen die het op één been moeten opnemen tegen tweebenigen. Wie met gelijke kansen aan de start staat, heeft inderdaad de verantwoordelijkheid om de kansen die hij of zij heeft gekregen waar te maken. Er is geen solidariteit mogelijk zonder verantwoordelijkheid. Dat is juist.

Urbanus bepleit eigenlijk het systeem van de meritocratie, met name dat mensen beoordeeld worden op hun merites. Dat is het Amerikaanse systeem. The American dream is, in een utopische maatschappij, voor iedereen haalbaar. Dat is ook de leuze van ‘the land of the free’: Wie keihard werkt, kan het maken. Helaas weten wij in Europa dat de gezondheidszorg en het onderwijs in de VS zo belabberd zijn dat mensen er bij wijze van spreken creperen voor de deur van het ziekenhuis omdat hun ziekteverzekering de kosten niet dekt, of omdat ze zo’n verzekering gewoon niet hebben. In het Europese systeem, dat vooral door de sociaal-democratie tot stand kwam, dragen de zwaarste schouders de grootste lasten. Daar kan iedereen rekenen op een degelijke gezondheidszorg. Ze is misschien niet perfect, maar in vergelijking met de meritocratische Verenigde Staten leven wij in een paradijs.

Urbanus is natuurlijk geen slecht mens, wel integendeel. In zijn gelegenheidstoespraak merkt hij terecht op dat er heel wat mensen bereid zijn de anderen te helpen. Hij verwijst naar de spontane solidariteit die ontstond naar aanleiding van de Tsunami-ramp. Vanzelfsprekend is dat een bijzonder nobel gebaar van honderdduizenden mensen. We vinden elkaar dus in de goedheid van de mens. Maar dat soort hulp kennen we als de oude caritas, die mensen afhankelijk maakt van weldoeners. Caritas is prima, maar in een samenleving waarin enkel de caritas bestaat, creëer je een kaste van afhankelijken, die moeten rekenen op de goodwill van de rijken. Wij zien liever een samenleving waarin mensen rechten hebben, waarin het sociale vangnet niet afhankelijk is van goodwill, maar van een solidair systeem. Het nadeel van zo’n systeem is dat het misbruik niet uitsluit. Misbruik van solidariteit is verwerpelijk, en moet stevig aangepakt worden. Het tegendeel beweren zou onrechtvaardig zijn. Maar de voordelen van een solidair systeem zijn oneindig veel groter. Je biedt mensen immers een recht op een goed leven, je geeft hen waardigheid. Niemand wordt verplicht om met het handje open, beleefd te lachen naar zijn of haar weldoener. Ik leef liever in een land waarin we moeten betalen om te mogen lachen met Urbanus, dan dat we geld krijgen om te moeten lachen naar onze weldoeners.