sp.a-onderwijsspecialiste Caroline Gennez (sp.a) vraagt minister Crevits om het ook voor mensen in het tweedekansonderwijs mogelijk te maken om de lessen via Bednet te volgen als ze voor langere tijd out zijn bijvoorbeeld door ziekte of in revalidatie na een ongeval. 

“Bednet is een prachtig initiatief dat zieke kinderen toelaat om de lessen in hun klas via internet te volgen, zodat ze niet te veel achterstand oplopen”, zegt Gennez. “Waarom maken we dat ook niet mogelijk in het volwassenenonderwijs? Er zijn immers steeds meer mensen die hun diploma middelbaar op iets latere leeftijd proberen te halen. Ook zij kunnen ziek worden, ook zij hebben recht op ondersteuning.” Bovendien gebeurt de subsidie van cursisten in het volwassenonderwijs op basis van aanwezigheid. Dit wil zeggen dat een Centrum voor VolwassenOnderwijs (CVO) de toelage voor een cursist die niet voldoende de lessen kan bijwonen, geschrapt ziet. Vandaag kunnen cursisten die voor een langere tijd out zijn dus alleen hopen op de goodwill van hun CVO om alsnog hun diploma te behalen. Als ze via het systeem van Bednet toch als aanwezig geregistreerd zouden zijn, blijft de subsidie behouden. Zo zal de cursist niet langer geschrapt kunnen worden en blijft de kans op het behalen van het certificaat gegarandeerd.

In 2007-2008 startte Bednet als proefproject om langdurig zieke kinderen via internet de lessen in hun klas te laten volgen. Op die manier lopen ze minder leerachterstand op en slagen ze er vaak in toch nog hun diploma te halen. Sinds september 2015 is Bednet een recht voor alle leerlingen uit het kleuter-, basis- en secundair onderwijs. In het schooljaar 2015-2016 deden in Vlaanderen 339 kinderen beroep op Bednet. De aanvragen stijgen. Bednet geraakt steeds beter geïntegreerd in het leerplichtonderwijs.


 Ondertussen is er ook een toenemende interesse vanuit het volwassenonderwijs en het hoger onderwijs om in specifieke situaties gebruik te kunnen maken van het synchroon internetonderwijs, bijvoorbeeld om schoolverlaters zonder diploma ondanks ziekte toch te laten aanpikken in het volwassenonderwijs. “Steeds meer mensen die de school zonder diploma hebben verlaten, grijpen de tweede kans die het volwassenenonderwijs hen biedt”, zegt Gennez. In het schooljaar 2015-2016 volgden 9.373 studenten volwassenenonderwijs, en dat cijfer zit in stijgende lijn. “Meer dan de helft van de cursisten is trouwens jonger dan 25 jaar en verliet vrij recent vaak schoolmoe het leerplichtonderwijs zonder diploma. We mogen hen niet in de steek laten. Ook zij kunnen out raken tijdens hun studie van de tweede kans. En net dan hebben ze baat bij extra goede ondersteuning. Het is dus niet meer dan logisch dat we ook hen de kans geven om de lessen te blijven volgen.”