De ongebreidelde marktwerking en vooral het casinokapitalisme bewijzen bijna dagelijks hun eigen failliet. De kredietcrisis wijst het neoliberale ordeningsmodel eerder op zijn tekortkomingen dan op zijn veronderstelde superioriteit. Verschillende financiële groepen of multinationals smeken om overheidsingrijpen. De wereld op zijn kop. De reden voor de crisis is duidelijk. De financiële sector heeft onredelijk veel risico’s genomen, met als doel de winst zo hoog mogelijk te maken. Er zijn geen acties ondernomen om het gedrag van banken allerhande bij te stellen. Het gevolg is dat een systeem wereldwijd in moeilijkheden komt, waarbij het geld van sommige spaarders in het gedrang komt, zonder dat die spaarder er iets mee te maken heeft.

Wanneer de financiële sector met beperkingen geconfronteerd wordt, zijn de banken vindingrijk in het rijden op het kantje. Omdat ze andermans geld in gevaar brengt, vraagt sp.a een betere bescherming van de spaarder. We zullen een wetsvoorstel indienen om het plafond van bescherming van de spaarder te verhogen van 20.000 naar 100.000 euro, zoals in Ierland gebeurde. Wij willen de rekening van de banken niet maken, we vinden wel dat de rekening van de spaarders bescherming verdient. Het is immers niet de crisis van de spaarders, het is de crisis van de financiële sector. De federale regering moet dus snel optreden en zich niet verder wentelen in non-bestuur. Zoek geen excuses om het uit te stellen, er zijn er geen.

Want er is sprake van een ongeziene crisis, waarvan het einde nog niet in zicht is. Maar ook de reacties zijn ongezien. Nationaliseringen in de VS, academici en financiële experten die meer regulering willen. Dat wordt hoog tijd.

Maar waarom heeft het zo lang geduurd? Ik herinner me dat Freya Van den Bossche op consumentezaken heel wat heeft ondernomen naar de transparantie van de bank– en verzekeringsproducten toe. Dat was toen al hetzelfde verhaal. Zo heeft ze bijvoorbeeld bedongen dat de uitleg die wordt verschaft bij sommige producten veel duidelijker werd. En toch bleven de banken vooral nadenken over hoe ze daar omheen konden fietsen. Zo zijn er gedupeerden die in België producten hebben gekocht die werden gemaakt door Lehman Brothers, een ondertussen failliete investeringsbank. Die producten werden zogenaamd risicoloos genoemd. Ga het concept risicoloos maar eens uitleggen aan zie die hun centen er in belegden. Zijn die banken “misleid” of moet de duidelijkheid wijken voor de winsten?

Ander voorbeeld. Een gepensioneerde vrouw vertelde me het verhaal dat ze haar spaarcenten die belegd waren in obligaties wilde herbeleggen. De bank zei dat ze dat veilig kon doen in een gemengd fonds met 60% aandelen. Na één jaar was de helft van het spaargeld die zij en haar ondertussen overleden man bijeen hadden geraapt over heel hun werkend leven kwijt. Het kan verkeren was de uitleg, maar nog erger, de bank adviseerde haar te verkopen, zo liep ze niet het risico nog meer te verliezen. Wat zou je zelf doen op zo’n moment. Ze verkocht, en toen was ze de helft van haar spaarcenten wel degelijk kwijt. De kosten voor het fonds en voor de transacties werden dan nog eens afgehouden, kosten voor het verleende advies eigenlijk. Een klacht indienen voor misleidend advies bleek in België geen enkele kans te maken.

Het heeft blijkbaar zo lang geduurd omdat alle signalen door de banken en andere financiële instellingen zelf zijn genegeerd. Op zo’n moment rest maar één vraag. Op een moment waarop het ware gezicht van de financiële sector is gebleken, namelijk dat ze bereid zijn om het even welke risico’s te nemen zonder in te zitten over de gevolgen, lijkt het ons niet meer dan eerlijk om een betere bescherming van de spaarder te vragen.

Zoals ik al zei, is het meest logische dat de garantie van de spaargelden die worden terugbetaald bij een faillissement, wordt verhoogd. We hebben in België de Europese richtlijn minimaal omgezet, en daardoor worden de gewone rekeningen, deposito’s en kasbons beschermd tot 20.000 euro. Effecten nog eens tot 20.000 euro, en dat per persoon. Maar heel wat mensen hebben in hun leven meer dan 20.000 bijeen gespaard. Dus vragen we dat die bescherming op de rekeningen, deposito’s en kasbons wordt verhoogd. Dat geldt ook voor het pensioensparen en de levensverzekeringen. Ten tweede moeten de middelen in het beschermingsfonds worden verhoogd. Het zijn de banken die dat fonds spijzen. Dat fonds bevat voor 900 miljoen euro aan middelen, een fractie van de uitstaande rekeningen. De overheid legt dan de rest bij. De banken stellen dat ze zullen bijleggen als het misloopt. Sta me toe dat even weg te lachen. Wij vragen de banken om bij te leggen vooraleer het zou mislopen. En daarbij lijkt het logisch dat de bankcommissie (CBFA) de hoogte van de bijdrage laat afhangen van het risicoprofiel van de bank. Ben je minder kredietwaardig, en je wil toch spaarproducten aanbieden, dan leg je meer bij.

Een tweede pakket van maatregelen situeert zich op Europees vlak. Om verder te borduren op het vorige: harmoniseer in Europa de bescherming van de spaarder. Nu de banken over de grenzen heen werken, bescherm dan de spaarder over de grenzen op dezelfde manier. Maak een Europese regulator –er is al een Europese Centrale Bank - , het zal op zich al zorgen voor een duidelijker regulering als er geen wildgroei en niet te veel marge in de regulering zelf is. Verstreng de kapitaalvereisten, leg veel dwingender eisen op inzake transparantie en communicatie.

Caroline Gennez
Voorzitter sp.a

Deze tekst verschijnt als opiniestuk in De Standaard van 29/09/2008