Ik ben een kind van de eerste echt ontzuilde generatie. Mijn schoolloopbaan is daarvan de perfecte illustratie. In de basisschool ging ik naar het gemeenschapsonderwijs, in het middelbaar naar het Heilig Graf Instituut en daarna was ik student aan de KU Leuven en de ULB. Ik durf te beweren dat ik net door die levensbeschouwelijk rijke schoolloopbaan in staat ben om complexloos naar ons schoollandschap te kijken.

Goed en waardegedreven onderwijs is de belangrijkste emancipator van jonge mensen.

Net zoals de meeste ouders, leraars en studenten kijk ik met een hedendaagse bril naar onze samenleving. Sinds de jaren 70 is de traditionele breuklijn tussen katholieken en vrijzinnigen vervaagd. Waarom geldt die tweedeling dan nog steeds als grondmodel voor ons onderwijs? Ik stel al jaren vast dat we in Vlaanderen te bang zijn voor een brede maatschappelijke discussie over wat het onderwijs van de toekomst moet en kan zijn. Tot nu toe overstijgt het debat vaak de clichés niet.

Sfeer op school

Onder het mom van de vrijheid van onderwijs of gelijke financiering schermen de onderwijskoepels te pas en te onpas met hun ‘pedagogisch project’. Maar hoe belangrijk is dat pedagogisch project in de feiten? Uit onderzoek blijkt dat twee op de drie scholen nauwelijks een pedagogisch project hebben. Slechts een op de vijf formuleert een gedragen visie op de maatschappij en niet eens de helft heeft een gedeeld waardekader. Nochtans kan een sterk pedagogisch project bepalend zijn voor de ontwikkeling van het waardekader van elk kind.

Goed en waardegedreven onderwijs is de belangrijkste emancipator van jonge mensen. Thuis en op school worden jongeren volwassen, gevormd tot burger voor de gemeenschap en talent voor de arbeidsmarkt. De leerwinst of het geluk van een kind op school hangt niet af van het net waartoe de school behoort, wel van de sfeer op school: plezier in de opleiding, inspiratie van de leraar, studieresultaten, ruimte voor dialoog... Al die elementen kunnen het pedagogisch project in elke school mee vormen.

De laatste dagen worden hier en daar ballonnetjes opgelaten: in Nederland voert men het debat over ‘de school van de toekomst’. Om verspilling en een wildgroei aan richtingen tegen te gaan, pleitte Jos Van Der Hoeven van de Christelijke Onderwijsvakbond voor een rationalisatie van het studieaanbod (DS 1 december). Gisteren getuigde Valeer Schodts over zijn vruchteloze poging om in Diest een vernieuwd technisch instituut uit te bouwen via een netoverschrijdende samenwerking tussen twee dunbevolkte scholen (DS 2 december). Die mensen sturen niet aan op een nieuwe schoolstrijd. Net zomin als ik.

Er zijn lichtpuntjes: als schepen van Onderwijs in Mechelen slaagde ik er destijds in om de GO!-school KTA en de vrije school TSM samen een aanvraag te laten indienen voor een nieuwe richting Veiligheidsberoepen. De minister honoreerde de aanvraag. De koepels waren verbaasd over zoveel welwillende samenwerking op lokaal niveau. Het Mechels voorbeeld bewijst dat het kan. De bereidwilligheid op het terrein is enorm en geeft blijk van gezond verstand: een rationele inzet van de beschikbare middelen en een actief pluralistische levenshouding.

Niet in hokjes te vatten

Voor mij is het vrij simpel: de basisschool is in regel de buurtschool, de secundaire school is een domeinschool, bij voorkeur in de stad. De eindtermen zijn bindend. De afspraken en het pedagogisch project van elke school worden afgestemd op de schoolpopulatie. Het pedagogisch project van de school is niet in steen gebeiteld, maar kan verschuiven, in dialoog met alle betrokkenen.

Ik geloof oprecht dat de vrijheid van onderwijs gegarandeerd zal zijn als scholen zelf bepalen wat hun profiel is, mee omkaderd door de lokale overheid en voldoende gefinancierd door het departement Onderwijs. Zo kom je tot een brede waaier van scholen met een sterker en meer doorleefd profiel, gebouwd op de expertise en de diversiteit die aanwezig zijn in elke school.

Zullen we eindelijk het gesprek beginnen? De clichés laat ik graag achterwege, want leraars, leerlingen en hun ouders zijn niet in hokjes te vatten.

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard (03/12)